Bach heeft met zijn muziek een nieuw ‘universum’ geschapen, een moderne kosmos, waar menigeen graag in vertoeft.
Hij heeft namelijk de mogelijkheden van de gelijkzwevende stemming –‘uitgevonden’ door de Nederlander Simon Stevin - zo benut dat een nieuwe klankervaring ontstond en de mogelijkheid om maximaal te moduleren over alle toonsoorten.
De structuur van Bachs universum is zeer wiskundig, zeer precies en maat en getal spelen een hoofdrol, de gelijkmatigheid van ritme, van vorm zijn kenmerkend.
Tegelijkertijd is de muziek zeer ‘vol’, het is alsof alle bewustzijn wil meebewegen op het swingende karakter dat heel goed blijkt samen te gaan met het ritme.
Bachs universum is ‘kosmisch’ en dat is geen pleonasme: het leeft en ontroert in een wiskundige tijdruimtelijkheid van ordening, pulseert als het ware muziek, nog net niet als een automaat. Het swingt van de regelmaat, maar heeft geen ritmebox nodig.
Nobele emotie
Zijn muziek blijkt ‘universeel’ te kunnen ontroeren: niet-gelovigen blijken bij voorbeeld tot tranen toe bewogen bij uitvoering van Bachs religieuze muziek. De onlangs overleden schrijver Hugo Claus duidt zijn ontroering als ”nobele emotie”.
Eveneens nieuw voor de moderne geschiedenis is sinds de 17e eeuw de wereld van de Rozenkruisers, die met hun Manifesten refereerden aan het Universum, het al zoals dat eerder in de zogenoemde ‘hermetische geschriften’ naar voren werd gebracht.
Ook daarin allesbepalend is maat en getal en het ritme van de ‘alverwerkelijking’.
De wiskunde speelt een grote rol in dit universum van de hermetische Rozenkruisers.
Het decor voor de Rozenkruisers was en is een nieuwe ordening van de westerse cultuur, waarmee kunst, wetenschap en religie in een nieuwe kunst opgaan, ook wel aangeduid als de Koninklijke Kunst. Lees meer...

