"Het echte leven"

Als wij verlangen naar “het echte leven”, dan mag daaruit worden opgemaakt, dat wij “het gewone leven” als ónecht ervaren. Of op z’n minst, dat wij het “gewone leven” voor verbetering vatbaar achten.
Écht voedsel, échte bestuurders, échte relaties? Het woord “écht” blijkt in het dagelijks spraakgebruik iets te betekenen als: volmaakt en natuurlijk. Het is iets dat in het gewone leven niet duurzaam voorkomt. Zelfs vanuit ons meest enthousiaste idealisme zijn wij niet in staat een echte vriend te zijn, een echte leider of een echte ouder.
Kennelijk is er iets, dat de verwerkelijking van onze idealen verhindert. Het “gewone leven” biedt geen ruimte voor het “echte leven”. Het “echte leven” komt in onze wereld niet tot een volledige openbaring, maar drukt zich slechts uit in een verlangen naar haar.

De gnostieke wijsbegeerte onderkent deze spanning tussen idealiteit en realiteit en wijst de mens op de Lichtwereld, waartoe hij oorspronkelijk behoort. Zij stelt, dat het verlangen naar echtheid ontspringt aan de Lichtvonk, die in het menselijke hart aanwezig is.
Deze Lichtvonk verlangt naar de Lichtwereld waarvan zij gescheiden is en wij ondergaan dit drijven in ons diepste innerlijk als een behoefte aan authenticiteit.
In onze wereld is elke kwaliteit onlosmakelijk verbonden met zijn tegenpool, draagt elke vriendschap de kiem van vijandschap met zich mee. De vader van de filosofen, Hermes Trismegistos, beschrijft de Lichtwereld als het domein van het Alleen-Goede, het Goed dat géén kwaad in zich heeft.

Ons verlangen naar echtheid is echt. Onze wereld is onecht. Wij kunnen er daarom echt niet omheen, ons voor de verwerkelijking van onze hoogste idealen te richten op de hoogste wereld, die van het Licht.

Geschreven naar aanleiding van de Maand van de filosofie, thema "Het echte leven".

Publicatie datum: 
4 april 2011