Meestal denken we bij de uitdrukking “het hoofd ergens voor buigen” aan situaties waar we niet tegen opgewassen zijn. Dan buigen we het hoofd voor een moeilijke gebeurtenis waar we niets aan menen te kunnen veranderen. Zelden wordt “het hoofd buigen” in verband gebracht met vrijwilligheid.
Wanneer we het hoofd buigen, maken we een nederige beweging met ons hoofd naar het hart.
Het verstand zoekt als het ware het gezelschap van het gevoel.
Door denken en gevoel bij elkaar te brengen kunnen we vaak antwoorden vinden op moeilijkheden en conflicten. Meestal zijn het namelijk niet zozeer de problemen zelf die het lastigst zijn, maar de manier waarop we met situaties omgaan.
Er komt een moment waarop hart en hoofd er ook samen niet meer uit komen. In stilte klinkt dan een kreet van verlangen naar bevrijdend licht. Stil als ze is wordt de kreet toch gehoord. In het hart van de mens ligt een beginsel verscholen dat ontwaakt door de kreet van denken en gevoelen.
Het beginsel in het hart gaat zich openbaren als een hogere Rede die hart en hoofd tot rust brengt, reinigt en in eenheid leiden gaat. Bij het gebogen hoofd voegen zich dan de gevouwen handen als uiting van het niet-doen, het niet handelen vanuit een Rede-loos denken en voelen. De Rede toont zich in harmonie als kennis, daad en liefde. Dan wordt het leven tot een waar gebed zonder einde.