"Als men geheel binnengetreden is in het rijk der liefde wordt de wereld - hoe onvolkomen ook - rijk en schoon, want zij bestaat uit niets dan gelegenheden lief te hebben."
Naar aanleiding van de nieuwe vertaling van Søren Kierkegaards boek 'Wat de Liefde Doet', sprak de heer Arjo Klamer, hoogleraar culturele economie, de volgende overdenking uit:
"...Liefde die een schuld geeft, kan geen ware liefde zijn. Iemand die liefde geeft, wordt daar niet minder van, en hoeft daarom niets terug te krijgen. Sterker nog, volgens Kierkegaard wordt door het geven van liefde zijn schuld alleen maar groter, om oneindig groot te worden. Hoe dat kan? Welnu, zo maakt deze grote denker duidelijk, liefde is een gift, een gift van God, zou hij zeggen. Wie de liefde heeft, is onmetelijk rijk en staat daarmee in een oneindige schuld bij God. Hij hoeft dan ook niets in ruil voor zijn liefde, want in die liefde is hij vol dank aan zijn God.
Ik word daar stil van. Als mens lijkt die liefde mens-onmogelijk - ik ken geen mens die in die liefde leeft - en de boekhouder in mij kan hier geen kaas van eten. Hoe berekenend we ook mogen zijn in de wederkerigheid van het dagelijkse morele leven, uiteindelijk is het waarachtige handelen onberekenbaar. Ik buig nederig het hoofd voor die liefde die Kierkegaard hier zo beeldend duidt."
De hele tekst van de heer Klamer is te lezen in tijdschrift Pentagram - nummer 1, 2012, een uitgave van de Rozekruis Pers.