Rudolf Steiner: de charismatische grondlegger van de antroposofie

“Antroposofie is een van oorsprong Grieks woord [anthropos=mens, sofia=wijsheid] dat in het Duits vertaald Rudolf Steiner betekent!” Zo luidt een  vitrinetekst in het Goetheanum, het geestelijk centrum van de antroposofie in het Zwitserse Dornach. Deze schertsend bedoelde omschrijving maakt niettemin één onbetwistbaar gegeven heel duidelijk: er is bijna geen wijsheidsstroming te noemen waarin leer en grondlegger zó innig met elkaar verweven zijn.Steiner is in zijn gedetailleerd uitgewerkte levensleer permanent op zoek naar verbindingen van de mens – innerlijk zowel als uiterlijk – met het geestelijke wezen van de kosmos. Het “mysterie van Golgotha” en het Christus – motief zijn in deze leer de kernelementen. Christus is de geestelijke vervulling van de oude mysteriën. Christus dient als de niet aflatende inspiratie voor het na hem komende christendom, dat er is om ieder mens de ogen te openen teneinde de Christus in het eigen zelf te kunnen ontsluieren. Daarnaast heeft Christus volgens Steiner een brede, kosmische dimensie: hij is de bindende, universele factor achter alle godsdiensten, ja: de centrale kracht in de menselijke evolutie.

Tussen oost en west
Op 27 februari 1861 wordt Rudolf Steiner geboren in het dorpje Kraljevec in een uithoek van het toenmalige Oostenrijks – Hongaarse keizerrijk, nu: Kroatië. Van geboorte is hij dus een Midden – Europeaan en dat maakt dat hij zijn leven lang uiterst sensibel is voor de verschillen tussen oost en west. In het oosten handelt de mens vanuit de ziel en vanuit een bepaald geestelijk fundament. Het westerse leven stoelt bijna geheel op het natuurwetenschappelijk materialisme, dat alleen maar met wetenschappelijk aantoonbare ervaringsfeiten wil werken. Het westen kan daardoor weliswaar bogen op verbluffende uitvindingen maar is door zijn nadruk op het verstandelijke, technische denken volgens Steiner totaal vervreemd van zijn geestelijke oerbron.

De oost – west kloof wordt in zijn beleving alleen maar groter als vanuit Azië de theosofische wijsheden van Mevrouw Blavatsky over Europa uitgestort worden. Steiner neemt er met gretigheid kennis van, ordent ze en voorziet ze van een westerse terminologie. Maar na de komst van de theosofie uit het oosten staat voor Steiner vast dat er een verzoening moet komen tussen oost en west om toekomstige conflicten te vermijden. Hij ziet de oplossing in de ontwikkeling van een nieuwe spiritualiteit en geestelijke identiteit van het westen, “die uit de geest van het Avondland zelf moet voortkomen”. Zijn antroposofie kan – in zijn visie - aan dit vernieuwingsproces een stevige bijdrage leveren.

Een voorpoefje daarvan levert hij op dertigjarige leeftijd in zijn filosofisch hoofdwerk, Philosophie der Freiheit. Het denken, zo betoogt hij, dient een brug te slaan tussen de uiterlijke waarneming en de innerlijke geestelijke idee daarbij. Maar hij doelt daarmee wel uitdrukkelijk op het zuivere, reine of beeldende denken van bijvoorbeeld de mystici en zeker niet op het koele verstandsdenken van zijn westerse tijdgenoten.

Denkkracht met daad
In 1913 richt Steiner zijn eigen beweging op, de Antroposofische Vereniging. Hij is dan al lang bezig met geruchtmakende lezingen die bij zijn levenseinde de stof blijken te vormen voor ruim 350 boeken. Hij slaagt er steeds weer in om zijn gehoor te bewegen om over zichzelf na te denken, over het leven van voor en na de dood, de natuur en de kosmische krachten. Vervolgens spoort hij de “waarheidzoeker” bij zijn overwegingen aan - waar mogelijk - de maatschappij te betrekken en daarop aansluitend te handelen. Dat laatste is een specifieke kracht van Steiner: hij probeert onvermoeibaar de sfeer van de geest met de sfeer van de daad samen te brengen.

Zijn visie op de aarde is hiervan een treffend voorbeeld. De aarde ziet hij als een levend organisme en de wisseling der seizoenen staat voor de levensuitingen van dit aardewezen. De aarde ademt niet zozeer de lucht maar de werkzame geestelijke krachten. Dit heeft consequenties voor de landbouw. Die moet zich van Steiner - en hij kiest hierin het voetspoor van Plato, de hermetici en vooral de manicheeërs en bogomielen - aan de kosmische wetten van het aardewezen houden. In een tijd dat de kunstmest al stevig in opmars is, heeft hij hiermee de grondslag gelegd voor de biologisch – dynamische landbouw.

Dankzij zijn persoonlijk charisma en zijn directe geestelijk schouwen leidt hij ook andere vernieuwingen in: de nieuwe onderwijsvormen van de “vrije school”, een op de totale mens gerichte gezondheidszorg en een persoonsgerichte gehandicaptenzorg. Daarnaast geeft hij aan kunst, muziek, taal en dans elegante vernieuwingsimpulsen. Zijn ideeën krijgen navolging in ruim vijftig landen.

Ziener
Steiner blijkt een groot visionair. De recente, mondiale kredietcrisis heeft hij een eeuw geleden reeds zien aankomen. Toen al waarschuwde hij dat er binnen het gangbare monetaire systeem te veel geld op “nutteloze” plaatsen wordt opgepot. Hij wil daarom alle geldbiljetten van een houdbaarheidsdatum voorzien. Als die bereikt is, mag dit “verlopen” geld alleen nog maar gebruikt worden voor geestelijke doeleinden en uitgegeven worden door gecertificeerde, geestelijke instellingen. Geld zal sneller en effectiever circuleren als er drie afzonderlijke soorten komen. Met virtuoze vindingrijkheid pleit hij voor apart koopgeld, schenkgeld en leengeld.

Ook het tijdens de laatste decennia gemeengoed geworden duurzaamheidsdenken is ten diepste schatplichtig aan Steiner. Met zijn onophoudelijke focus op de cyclische levensprocessen binnen de natuur en bij de mens zet hij als een der eersten aan tot een bezonnen herwaardering van de natuurlijke schatten van deze aarde.

Christiaan Rozenkruis
De religieuze vernieuwing werkt Steiner uit in zijn voordrachten over het zogenaamde “vijfde evangelie” en in de cursussen voor priesters van de Christusgemeenschap.

Christiaan Rozenkruis is voor Steiner de verpersoonlijking van de ware Geest van het Avondland. Hij ziet hem als een grote ingewijde, die een inwijding doormaakt tijdens een voorbereidende incarnatie in de dertiende eeuw waarbij hij het fysieke lichaam met alle sterrenkrachten en wereldreligies laat doorstralen om daarna weer te sterven. Hierdoor kan hij later – opnieuw geboren in het midden van de veertiende eeuw – als Christiaan Rozenkruis werkmethoden ontwikkelen die ook bij anderen de krachten van de geestmens (die het fysieke lichaam omvormen) kunnen opwekken. Als zodanig doet hij dienst als de “bode Mercurius – Rafaël”, een soort aartsengel, die met en door het leven heen aarde en mens tracht te genezen. Dat doet hij door verbindingen te leggen op geestelijk en stoffelijk gebied, en door ontwikkelingsprocessen in gang te zetten.

Steiner benadrukt dat het Mysterie van de Christus alleen innerlijk, in het wezen van de mens verstaan kan worden, want “het Mysterie van Golgotha is een gebeurtenis die zich op het fysieke gebied heeft voorgedaan, maar die pas achteraf innerlijk geschouwd kan worden.” Dit mysterie brengt hij ter sprake in een veel geciteerde lezing uit 1912. Hij laat zien hoe de mens in achter zich liggende perioden steeds verder van zijn innerlijk wezen was afgedreven, steeds meer was veruiterlijkt.

Het leven van Jezus de Christus ziet hij niet als een eenmalig historisch feit maar als een mensheidsgebeuren. In en door de mens Jezus is een bijzonder leven en werk verricht. In hem namelijk heeft de Christus zich verbonden met het hart van de aardeplaneet en zo de terugkeer tot het Licht voor ieder mens mogelijk heeft gemaakt. Steiner zegt het zo:

Daar stond voor de mensheid (…) de Mens, veredeld, vergeestelijkt door de driejarige omgang van de Christus in Jezus van Nazareth. Pas door de impuls van de kosmische Christus was de mens weer zo, zoals hij uit de geestelijke wereld in de stoffelijke wereld was gekomen. Daar stond de Geest van de Mensheid, de Mensenzoon, voor degenen die toen in Jeruzalem rechters en beulen waren. Maar dan zo, zoals hij worden kon, wanneer alles wat hem naar beneden had gehaald weer uit de menselijke natuur verdreven was.

Oergebed
Steiner betoogt vele malen dat zijn antroposofie mede stoelt op de leringen van het christendom van de Rozenkruisers. Niet voor niets staat hij uitdrukkelijk stil bij de bekende kernspreuken uit de Fama Fraternitatis: “Ex deo nascimur, in Jesu Morimur, per Spiritum Sanctum reviviscimus”.

Steiner noemt deze Rozenkruisersspreuken “het oergebed van de mensheid”.

Het “Uit God zijn wij geboren” is volgens hem de oude wijsheid, die de ziener door openbaringen ten deel valt. Christus, die de geestelijke werelden heeft verlaten, verbindt de wijsheid met liefde. Sindsdien heeft alleen dié wijsheid waarde voor de wereld, die met liefde doordrongen is. Het navolgen van de onzelfzuchtige liefde is het “In Jezus sterven wij”. Geestelijke vervolmaking en liefde zullen de mensheid met kracht doorstromen en de geest opwekken uit de inkapseling in de materie: “Door de Heilige Geest worden wij wedergeboren.”

Bewustzijnsontwikkeling
Er zijn bijna geen foto’s met een vrolijk lachende Rudolf Steiner.

Vooral in zijn laatste levensfase lijkt hij door zorgen overmand. Dat kan alles te maken hebben met de organisatorische onvolkomenheden in zijn antroposofische vereniging en met het gebrek aan homogeniteit onder zijn leerlingen. Het kost Steiner in die fase dan ook alle energie om zijn levenswerk overeind te houden.

Maar misschien gaat Steiner nog wel het meest gebukt onder het feit dat het hem tot twee maal toe niet is gelukt om zijn lang verbeide “Dreiklassige Esoterische Schule” van de grond te krijgen. Hierdoor is het zijn volgelingen in feite niet mogelijk om binnen de kracht van een innerlijke school het geestelijk pad van zelfbevrijding te gaan.

Dit is maar een zeldzame doffe vlek op zijn indrukwekkende levensbalans. Wanneer Rudolf Steiner op 30 maart 1925 door de tijd wordt ingehaald, staat al vast dat zijn leven een onschatbare bijdrage is geweest aan de geestesrijkdom van de mensheid. De naam van Rudolf Steiner staat nog steeds voor een permanente uitnodiging tot bewustzijnsontwikkeling, ja: tot innerlijke groei gekoppeld aan daadkracht. Treffender dan in zijn eigen woorden kan dit niet gezegd worden:

Ieder idee dat je niet tot je ideaal maakt, onderdrukt en verstikt een kracht in je ziel;
ieder idee, dat wordt tot een ideaal, maakt nieuwe levenskrachten in je vrij.