PENTAGRAM AUGUSTUS 2002
Dit artikel van Catharose de Petri verscheen eerder in het maandblad De Topsteen van augustus en september 1978.
VERMOGENS VAN DE OUDE EN DE NIEUWE MENS
In dit artikel plaatsen wij het wezen van het populaire, algemeen gebruikte of bestudeerde occultisme tegenover de wetenschap en de magie van het Gouden Rozenkruis. Deze twee, niet met elkaar te verzoenen of te vereenzelvigen uitgangspunten en doelstellingen willen wij zo duidelijk mogelijk belichten, opdat iedereen het verschil kan zien en zijn besluit zal kunnen nemen. Wij stellen er prijs op hieraan toe te voegen dat ons bij dit alles geen ander doel voorstaat dan u van dienst te zijn.
Het is bekend dat de stofsfeer waarin wij leven verschillende eigenschappen heeft en zich gedraagt in overeenstemming met verschillende wetten. De spiegelsfeer van onze planeet bezit, wat haar substantie betreft, eveneens verschillende eigenschappen. In totaal zijn zeven eigenschappen bekend. Zeven stoffelijke openbaringen en zeven dimensies. In overeenstemming met de zeven aanzichten van onze planeet bezit de mens zeven zintuigen met behulp waarvan hij op de zevenvoudige stoffelijke geaardheid kan reageren. Met behulp van de zeven zintuigen kan de mens zich in deze wereld uitdrukken en met de stof werkzaam zijn.
Wij merken op dat deze zevenvoudige zintuiglijke toestand een theoretische mogelijkheid is. In het gewone leven in de stofsfeer gebruikt en kent de mens maar vijf zintuigen: de twee overige zijn nog niet ontwikkeld. Dit geldt voor de mens aan déze zijde van de sluier. Verkeert hij echter in de spiegelsfeer, dan bezit hij het vermogen de twee overige zintuigen te gebruiken. Maar daar hij het stoffelijke en het levenslichaam mist, kan hij zich door deze geschondenheid van zijn persoonlijkheid niet meer geheel zintuiglijk uitdrukken in de stofsfeer. Als gevolg hiervan treedt in de dialectische wereld voortdurend een gebroken realiteit op, die zich wreekt in de stofsfeer en in de spiegelsfeer.
BRUG SLAAN TUSSEN TWEE HELFTEN
De dialectische mens is steeds geneigd deze gebroken realiteit te neutraliseren. Hij probeert een brug te slaan tussen de twee elkaar vreemde werelden die toch helften zijn van één wereld. De neiging om tot die overbrugging te komen, noemde men occult. De poging om die brug zintuiglijk en in werkelijkheid te slaan, om daardoor diverse voordelen te verkrijgen, noemde men occultisme. En het verschil tussen de voordelen die men dacht te kunnen behalen, een verschil dat in overeenstemming was met de verschillende mensentypen, noemde men de occulte stromingen.
Zo is er een occulte stroming die religieus georiënteerd is en meent door occultisme bewust met het lichtland aan gene zijde in binding te kunnen komen. Er is ook een occulte stroming die wetenschappelijk georiënteerd is en die uit is op kennis. Voorts is er een stroming die gericht is op het materialisme, die het occulte vermogen alleen gebruikt om financiële voordelen te behalen. Tenslotte kan een vierde groep van occultisten worden genoemd, die zich concentreren op zelfhandhaving en cultuur van het zelf.
Door deze beschrijving van de diverse occulte stromingen zal het duidelijk zijn dat het moderne Rozenkruis geen belangstelling heeft voor het occultisme. Al jaar en dag is door ons in alle toonaarden gezegd dat ons doel in geen enkel opzicht gericht is op de spiegelsfeer of op een van haar domeinen, omdat een dergelijke doelstelling geen enkel bevrijdend aspect biedt. Vandaar dat wij er niet in het minst naar verlangen een dergelijke brug te slaan. Onze drijfveren zijn elke belangstelling die eventueel in dit opzicht bij leerlingen aanwezig mocht zijn, te neutraliseren. Waarom dat zo is, zullen wij u uiteenzetten.
ZEVEN VERHEVEN VERMOGENS
De ware mens heeft zeven eigenschappen die met een zevenvoudige wereld overeenstemmen. Echter alleen dan, wanneer hij vrij is van de beperkingen en de gebrokenheid van de dialectiek. Ideël kan men deze zeven eigenschappen als volgt omschrijven:
* het eerste of hoogste vermogen kan worden aangeduid als de liefdekracht. Wij doelen uitsluitend op die liefdekracht die alles werkelijk licht maakt. In alle heilige geschriften kunt u lezen dat het hoogste het licht is. God is liefde en dus is God licht. En de aandacht van de leerling op het pad wordt er op gericht dat hij eenmaal zal wandelen in het licht, gelijk God zelf in het licht is;
* het tweede vermogen van de mens is het vermogen van wijsheid die verstandelijk kan worden opgevangen en verwerkt;
* het derde vermogen van de mens is de wil. Wij doelen hier uitsluitend op die wil die als Hogepriester in de menselijke tempel staat en die, gedragen door liefde en wijsheid, de Wil Gods uitvoert;
* het vierde vermogen is de kracht der gedachte, met behulp waarvan de leerling, gedragen door liefde, wijsheid en verstand en gedreven door de wil, zijn bouwstuk mentaal formeert. Tot in de kleinste bijzonderheden;
* het vijfde vermogen noemden de ouden de kundalini shakti. Het is het algemene levensbeginsel. In onze wijsbegeerte spreken wij van dynamische energie, die geconcentreerd wordt om het mentale bouwstuk van levenskracht te voorzien;
* het zesde vermogen is de vormopenbaring. Het goddelijke vermogen van de spraak of het mantram. Door te spreken van het scheppende woord, dat een sterke vibratie wekt en in hoge mate magisch is, wordt het mentale en van levenskracht voorziene bouwstuk in de stof gerealiseerd;
* het zevende vermogen tenslotte, is een samenvatting van de zes voorgaande. Alleen in deze samenvatting komt het zevende vermogen tot uitdrukking, dat dan in staat is van al hetgeen gerealiseerd is, het juiste gebruik te maken in dienst van het universeel goddelijke. De geëxtraheerde krachten uit de eerste zes vermogens vormen het uitstralende universele licht in het zevende vermogen.
Als brandpunt heeft elk van deze zeven vermogens een bewustzijnskern, waarvan de besproken kracht of het vermogen de uitstraling is.
KARIKATUUR VAN DE NIEUWE MENS
Als we nu deze ideële zevenvoudige mens, die actief is met zijn gehele microkosmos, als basis nemen, zal iedere weldenkende mens begrijpen dat de dialectische mens aan een dergelijke opgave onmogelijk kan voldoen. Dan doorschouwt iedereen dat dit universele vermogen zijn eigen mogelijkheden ver te boven gaat. Daarom is het gevolg hiervan dat zelfs in de allerbeste gevallen een karikatuur daarvoor in de plaats treedt. Wij willen dit verduidelijken met enkele voorbeelden opdat deze ons allen mogen aanspreken.
Helderziendheid en psychometrie bijvoorbeeld zijn de gevolgen van het onvolgroeide en karikaturale tweede vermogen van de mens. Wij zeiden immers dat het tweede vermogen het vermogen van de wijsheid is die verstandelijk kan worden opgevangen, getransmuteerd en verwerkt. Nu is het zo dat ook al zou de wijsheidsbinding niet bestaan en zou het verstand sterk gedenatureerd zijn, men toch tot helderziendheid en een psychometrisch vermogen kan komen. Maar u zult begrijpen dat deze vermogens dan niets meer gemeen hebben met het goddelijke bedoelen, doch slechts biologische reacties zijn.
Helderziendheid is innerlijk waarnemen, zien op een afstand: schouwen van hetgeen op onbepaalde afstand van de waarnemer geschiedt. Helderziendheid is dus niet zoiets als etherisch gezicht, dat een verfijning, een uitbreiding van het stoffelijke gezichtsvermogen is. Psychometrie is het vermogen de dingen der natuur in hun verband te zien. De psychometrist zal bijvoorbeeld in staat zijn, wanneer hij een horloge van een willekeurig persoon in zijn bezit krijgt, de levensstaat van de eigenaar van dat horloge waar te nemen. Deze eigenschappen zijn echter zuiver biologisch. Wanneer wij bijvoorbeeld het gedrag van sommige dieren bestuderen, wordt dat duidelijk. Dieren zijn dikwijls in hoge mate helderziend, helderhorend en psychometrisch. Er wordt gezegd dat bijvoorbeeld de politiehond door verfijnd gehoor of reuk zijn werk kan doen. Maar dit is slechts zeer ten dele juist, want bij het dier, evenals bij de mens, spelen de klieren met interne secretie een grote rol. Dat de mens in gelijke omstandigheden anders handelt dan een hond, komt doordat een hond geen verstand heeft zoals een mens.
HYPOFYSE EN PINEALIS WERKEN SAMEN
Gaan we nu na, hoe de helderziendheid bij de zuiver biologisch ingestelde mens tot stand komt. We richten onze gedachten op de pijnappelklier of pinealis en op de slijmklier of hypofyse. Beide organen bevinden zich in het hoofd. De pinealis is een afgerond langwerpig lichaam - tien tot twaalf millimeter lang - dat met het achterste gedeelte van het derde hersenventrikel samenhangt. De hypofyse is een klein, hard orgaan, ongeveer twee centimeter breed, één centimeter lang en één centimeter hoog. Zijn bestanddelen zijn nagenoeg dezelfde als die van de pinealis. Hoewel men in de fysiologie beide organen niet met elkaar in verband brengt, weet de gnosticus dat zij anatomisch en fysiologisch met elkaar samenwerken. De hypofyse heeft de stuwkracht waarmee hij door een steeds hoger opgevoerde trillingssnelheid de sluimerende pinealis kan doen ontwaken. Zo wekt het zesde zintuig het zevende zintuig op, waardoor het aurische veld en de omgeving worden verlicht door de lichtstralen die uitgaan van de pinealis, het zevende zintuig. Deze organen nemen impressies op uit de aurische sfeer, het ademveld.
Het is bekend dat sommige gedachten en klanken een grote afstand kunnen afleggen. Hierdoor gebeurt het volgende. Iemand denkt: Ik zal hem of haar deze week gaan bezoeken. De gedachte bereikt uw aurische sfeer. De fijn afgestemde hypofyse voelt de impressie en raakt in trilling. Hierdoor wordt ook de pinealis in vibratie gebracht. Tengevolge daarvan ziet u het beeld van de denkende vriend innerlijk, vangt zijn impressie op, en weet dat hij een dezer dagen komt. Daar vrijwel iedereen dergelijke ervaringen heeft, is het duidelijk dat wij allemaal enigszins helderziend of helderhorend zijn.
Er kan een negatieve of een positieve helderziendheid tot ontwikkeling komen. Negatief helderziend wordt iemand wanneer hij de invloeden die van buitenaf op hem afkomen, binnenlaat in zijn aurisch veld. Daar houdt hij ze vast. Ja, zijn gedachten worden er tenslotte volledig door in beslag genomen. De gedachtenconcentratie die op hem wordt afgevuurd en het door hem angstvallig vasthouden beeld zorgen ervoor dat de uitgaande stroom van de hypofyse de pinealis tot helderziende waarneming voert. Positieve helderziendheid ontstaat wanneer iemand zijn gedachten sterk geconcentreerd op iets richt. Door die doelbewust gerichte gedachtekracht dringt hij door tot in de aurische sfeer van zijn object en wordt het onderwerp van zijn belangstelling een open boek voor hem. Onnodig toe te voegen dat men met diverse methoden en trainingen dit natuurlijk vermogen met zeer verrassende resultaten kan uitbreiden.
CULTUUR VAN DE INTERNE SECRETIE
Indien we deze ontwikkelingen met de nuchterheid van een hoger standpunt bezien, ontdekken we dat al die natuurlijke, zogenaamd hogere vermogens niets anders beduiden dan cultivering van de interne secretie. Men behoeft voor een dergelijke cultivering niets eens goed of braaf te zijn of zijn leven te veranderen. Iedereen die hiervoor interesse heeft, kan dit occultisme beoefenen, mits zijn biologische structuur niet al te veel beletselen in de weg legt. De werkzaamheid van de interne secretie kan op diverse wijzen tot ontwikkeling worden gebracht en het is onnodig te zeggen dat hiermede de verschrikkelijkste gevaren worden ontketend.
In deze zin beduidt uitbreiding van het dialectische bewustzijn een vergroting van alle gevaren. En heus niet alleen voor de mens die er bij betrokken is, maar vooral voor derden. Er wordt op deze wijze een overvloedige gelegenheid voor stoffelijke, morele en geestelijke uitbuiting geschapen. En het tragische is dat de echt zoekende mens erdoor wordt teruggehouden van het ware pad.
Tot goed begrip zij hier nog eens gezegd dat, wanneer men zich eenmaal heeft overgegeven aan negatieve of positieve training van de interne secretie, of door geboorte een dergelijk gevoelig lichaam heeft en zich niet door een gezonde en moreel hoogstaande levenshouding beschermd weet, men zijn aurische sfeer opent voor allerlei overheersende krachten.
CULTUUR VAN DE PERSOONLIJKHEID VERSTERKT BAND MET DE NATUUR
Een dergelijke cultuur is een persoonlijkheidscultuur naar de natuur en bindt de persoonlijkheid sterker aan de natuur. Op deze wijze zou men precies het tegenovergestelde bereiken van het gestelde doel. Daarom is het goed nu te overwegen wat dan het hogere vermogen van de nieuwe mens is. Willen wij iets daarvan begrijpen, dan dienen we allereerst het principe van dit vermogen vast te stellen en te omlijnen. De basis van dit nieuwe vermogen is een totale verbreking van het ik. Met ikverbreking bedoelen wij niet dat men wat minder egoïstisch moet zijn en wat meer humanistisch. Of dat men zich eventueel voegt naar religieuze of andere hogere normen. Nee, met ikverbreking doelt de Geestesschool van het Gouden Rozenkruis op een totale verbreking van de gehele gecompliceerde wezensgestalte van deze natuur.
Op deze basis gaat een leerling van die Geestesschool over tot voorbereidend werk. In eerste instantie dient dit voorbereidende werk om de levensstromen van de dialectische verschijning totaal te wijzigen. Deze wijziging in de dialectische levensbedding is dáárom eerste voorwaarde, omdat het gehele dialectische wezen samentrekkend, egocentrisch is.
De krachten en stoffen in het dialectische wezen zijn bindend en daardoor instandhoudend. Vandaar dat de leerling, zodra hij zijn voeten op het bevrijdende pad zet, er zijn aandacht op moet richten, alles wat het 'ik' bindt en in stand houdt, los te laten. Dit is een ingrijpend proces, waaraan niet te ontkomen is. Want de aurische sfeer, dat uiterst belangrijke ademveld van de leerling op het pad, moet worden vrijgemaakt. Moet vrij komen van iedere lagere en gewoon stoffelijke beïnvloeding. Pas wanneer het ademveld vrij is geworden, kan het werk in het juiste licht worden aangevangen.
Nu is het best mogelijk dat iemand zich afvraagt - gezien de situatie waarin hij als dialectisch levend mens verkeert of deze totale reiniging van het aurische veld, deze onvatbaarmaking voor alle mogelijke schadelijke invloeden wel uitvoerbaar is.
ONTDEKKEN DAT DE NATUUR EINDIG IS
Deze zekerheid is volledig veiliggesteld doordat het aurische veld de beschikking heeft over drie vermogens. Elk van die drie vermogens kan door de bewustzijnskern van de mens worden bestuurd. Het eerste vermogen is aantrekkend, het tweede is afstotend en het derde kan alles wat zich in het aurische veld wil ophouden, neutraliseren. Het is zaak deze vermogens niet negatief, maar positief en met redelijk inzicht aan te wenden.
In normale omstandigheden is iemand volledig vrij om deze drie vermogens van binnenuit te besturen. Allereerst moet hij gaan beseffen dat de dialectische bewustzijnskern steeds rondwentelt in een vicieuze cirkelgang en na een opgang altijd weer een neergang beleeft, waardoor hij gevangen blijft binnen de beperking van deze wereld. Ten tweede moet hij ontdekken dat de mens naar deze natuur zal moeten ondergaan, opdat het nieuwe leven de gelegenheid krijgt zich te openbaren, waardoor de hemelse andere in zijn microkosmos zal kunnen groeien.
Deze zelferkenning kan echter maar tot aan een zeker moment door het 'zelf' worden bestuurd. Want het is niet mogelijk dat een leerling dit proces van vernieuwing geheel en al op eigen kracht doorzet, omdat het dialectisch bewustzijn alleen kan handelen in overeenstemming met zijn eigen natuur.
Wanneer iemand besluit dit pad te gaan dat hem tot het juiste inzicht kan voeren, komt al spoedig een kracht-nietuit-deze-natuur zijn wezen vervullen. Deze super-natuurlijke kracht maakt hem bewust van een hogere wereld. Met als gevolg dat in deze bewustwording het besluit kan worden genomen het bevrijdende pad te gaan. Door deze kracht wordt men dan in staat gesteld in een fractie van een seconde te doorschouwen, hoe zijn wezen verankerd ligt in zijn bloedstoestand. Dit inzicht is nodig om zich bewust te kunnen worden van het omkeringsproces dat in het eigen wezen moet worden bewerkstelligd.
DRIE VERMOGENS BEWUST HANTEREN
Zo kunnen wij vaststellen dat een leerling zijn besluit neemt op basis van een zekere binding met een kracht-niet-vandeze-natuur, die inmiddels tussen hem en het Oorspronkelijke Vaderland tot stand is gekomen. Wij duiden deze kracht, deze binding, aan als het bovenbewuste geheugen dat door de liefde Gods tot bepaalde werkzaamheid is aangezet.
In en door dit bovenbewuste geheugen gaat de kandidaat de drie vermogens van zijn ademveld bewust hanteren. Zeer bewust weert hij dan alle invloeden af die voor het gestelde doel schadelijk kunnen zijn. Dit gehele proces kan worden uitgevoerd met het vermogen van neutralisatie.
Wie hier mee bezig is, voert een grote innerlijke strijd. Immers, de twee verschillende levenskrachten laten zich niet met elkaar associëren! Zo ontstaat er een wonderlijk proces, waardoor het bovenbewuste geheugen - gelegen in een der hersencentra tussen de grote en de kleine hersenen - in intense vibratie wordt gebracht. Deze vibratie opent de zeven hersenholten voor het universele prana: voor de adem van het goddelijke leven. De roos vouwt zich open voor het hemelse zonnelicht en haar zeven vermogens laven zich aan de kracht van de Heilige Geest, opdat in deze geestkracht de overwinning op het oude leven zal worden bereikt.
In de wijsbegeerte van de Rozekruisers wordt deze strijd aangeduid als het proces van Johannes de Doper, en het daarbij betrokken zevenvoudig vermogen als de roos van Sint Jan. Het feest van Sint Jan is het feest van die leerling die zijn aurische sfeer toebereidt voor het proces waarin wordt geëist dat het ikbewustzijn zijn gang door de natuur volledig oplost, zodat het hemelse bewustzijn in hem kan ontwaken en opgaan in de werken van het Koninkrijk Gods.
Daarom is het hoogtepunt van het feest van Sint Jan de overdracht van de Witte Roos. Hiermee willen wij zeggen dat de roos in het hoofdheiligdom wordt geopend door de intense vibratie van het bovenbewuste geheugen.
DE ZON GAAT BINNEN IN HET TEKEN CANCER
Het zal nu wel duidelijk zijn, waarom een leerling bij wie een dergelijke overdracht heeft plaatsgevonden, juichend uitroept dat Hij, de hemelse in hem, moet wassen, en het ik, de mens naar de natuur, moet ondergaan. Het is geen toeval dat dit proces van ondergang in verband wordt gebracht met het binnengaan van de Zon in het teken Cancer. Zoals u waarschijnlijk weet, is dit het zodiakale nadirteken. Wij kunnen hieraan toevoegen dat in de zwarte donkere aarde, het levensnadir, het kruis moet worden geplant. Want zonder deze vaste grond zou de leerling zijn kruis niet kunnen planten. Op deze wijze wordt het voorbereidingsproces ingezet en de strijd begonnen in en door de Heilige Geest tegen het zelf en zijn drijven. De leerling moet dus in eerste instantie een ridder van Sint Jan worden.
De Roos van St. Jan is zevenvoudig en er is sprake van een zevenvoudig hoger vermogen. Het is een zevenvoudig vuur, dat correspondeert met de zeven hersenholten. Wanneer dat vuur is ontstoken, spreekt men ook wel over de zeven harmonieën:
· de eerste der harmonieën is de zang der liefde: de liefde die God zelve is. God is licht en God is liefde;
· de tweede harmonie is het lied van wijsheid;
· de derde is het wilsvermogen van de hogepriester, zijn hymne zingende voor het innerlijke altaar;
· in de vierde harmonie ligt de kracht van het denken;
. in de vijfde harmonie komen de krachten van een dynamische energie tot uitdrukking;
. de zesde harmonie is die van de nieuwe vormopenbaring;
. en de zevende harmonie is de samenbindende kracht van al de zes voorgaande tot een volledig 'zijn'.
Hieruit mogen we concluderen dat de Roos van Sint Jan de sleutel is waarmee de Zeven Eeuwige Deuren kunnen worden geopend. In het zevenvoudig hogere vermogen ligt de toegang tot de oorspronkelijke Godsgemeenschap waaruit alle elementen voor een ware nieuwe bouw van de hemelse mens te verkrijgen zijn.
ZEVENVOUDIGE SLUIER WEGNEMEN
De Broeders van het Rozenkruis, met hun zuiver christelijke overtuiging, hebben de kruisgang altijd beleden in de magie van de gekruisigde roos, die zich door het bloedoffer in Jezus de Heer rood kleurt. Dit is het vermogen dat de sluiering van de zevenvoudige microkosmos wegneemt.
Dit houdt natuurlijk niet in dat door wegvallen van deze sluiering een volledig zevenvoudig hanteren van de goddelijke krachten mogelijk zou worden. Op deze wijze wordt wél een zevenvoudige binding verkregen met het zevenvoudige absolute Zijn. En door die binding zet de leerling het grote bouwwerk verder voort. In de eerste plaats stellen wij een werk van verbreking; in de tweede plaats een werk van geheel nieuwe wording volgens het principe: waar het licht verschijnt, moet de duisternis vluchten.
De verbreking die moet worden doorgevoerd, is geen dramatisch gebeuren, zoals dat van de middeleeuwse mysticus die zich geselde met touwen en stokken. Of dat van de mens die zich op een bespijkerde plank uitstrekt om de begeerten des vlezes te doden. Zo stellen wij u de ikverbreking niet voor.
In het universele licht dat de mens heeft aangeraakt, zal een ander proces van stofwisseling beginnen. De verbreking naar de natuur beduidt tegelijkertijd totale vernieuwing. Met andere woorden: transfiguratie. Het sterven van het oude is tegelijkertijd een geboren worden van het nieuwe. Het zevenvoudige hogere vermogen van de nieuwe mens groeit derhalve naarmate de transfiguratie voortgaat. Onder leiding van de Heilige Geest wordt de kandidaat teruggevoerd naar het Verloren Vaderland.
Tenslotte een vergelijking met het vermogen van de oude mens. Dat heeft betrekking op een natuurlijke cultivering van de hypofyse en de pinealis, geheel binnen de dialectiek. In het nieuwe vermogen zijn de hypofyse en de pinealis twee factoren, of twee bladen, van de zevenvoudige roos. Deze twee organen zijn zeer nauw verbonden met twee van de zeven hersenholten. In het nieuwe vermogen functioneren zij niet naar de oude natuur, evenmin als gevoelszintuig en waarnemingsorgaan van al hetgeen zich aan en in de aurische sfeer manifesteert. Maar zij staan in binding met de Heilige Zevengeest. Zij hebben zich geopend voor een aanraking die niet van deze wereld is. Zij hebben zich geopend voor wat geen oor heeft gehoord en geen oog heeft gezien. Zij zijn verbonden met de vijf andere rozenbladeren en tezamen zijn zij de zeven vlammen van het vuur van de Heilige Geest. De aangegeven weg openbaart de zevenvoudige roos in haar volkomen samenhang.
HEILIGE KRACHTEN NABOOTSEN
Natuurtraining van de twee organen met interne secretie is spelen met bovenzinnelijk vermogens. Het is het opwekken van een verschijnsel, als een zenuwsiddering van een goddelijke, in de mens verzonken, gave! Denk hierbij aan de slang van Mozes en aan de nabootsing daarvan voor de Egyptische priesters. Mozes, die voor de Farao verschijnt en met de staf van zijn eigen heilig vuur het teken zijner boven-menselijkheid, de wereld bewijst dat zijn weg een weg van vrijheid moet zijn, terwijl de priesters van de Farao deze vrijheid trachten te blokkeren door hun surrogaat-verschijnselen van het onheilige slangenvuur.
Vele heilige zaken en krachten kunnen worden nagebootst en men kan zo met deze karikaturale nabootsing vertrouwd raken dat men haar als het waarachtige, het essentiële gaat beschouwen.
Gaat het niet net zo met het gewone leven van de mens? Men noemt het 'leven', maar goed beschouwd is het al moeite en verdriet. Daarom moet iemand die deze dingen wil begrijpen, boven het gewone begrip uitstijgen om de Witte Roos van Sint Jan te mogen ontvangen. Het is zeker dat, wanneer deze Witte Roos, dit hogere zevenvoudig vermogen, zich eenmaal manifesteert als het openen van de Zeven Eeuwige Deuren, de aangeraakte iets gaat beseffen van het Christuswoord: 'Het Koninkrijk Gods is binnen in u: Want uit de Witte Roos van Sint Jan, door het offer van Johannes, wordt de Jezus mens gerealiseerd. Met andere woorden: door het hogere vermogen van de Nieuwe Mens wordt de kandidaat in staat gesteld wederom volmaakt te worden gelijk zijn Vader in de Hemel volmaakt is.
Catharose de Petri
Tijdschrift Pentagram, lees meer
Meer Pentagram artikelen