De vondst in Nag Hammadi betrof – naast Grieks- filosofische en Joodse teksten talloze onbekende christelijke geschriften. Wij stellen het Thomas Evangelie, het Evan- gelie van Maria Magdalena en het Evangelie van Philippus in deze lezingcyclus centraal. Door de vondst van deze gnostieke evangeliën zien wij ons genoodzaakt ons denken over de cultuurgeschiedenis van het christendom grondig te herzien. De oude teksten geven een totaal ander beeld van het christendom en de rol van Jezus, gezien de uitspraken die er aan hem worden toegeschreven.
Waarom de kerk zo heftig heeft gestreden tegen het gedachtegoed van de gnosis is ons inmiddels wel duidelijk. Zeker is ook, dat het christendom er vroeger totaal anders uitzag dan tegenwoordig. In de begintijd stond men dicht bij de Bron en hadden mannen en vrouwen gelijkwaardige functies. Pas na de eerste eeuw kwam de strenge organisatie, zoals wij die nu kennen, met aan het hoofd een bisschop.
Er volgden vele conflicten met de aanhangers van de gnosis, omdat zij niet afhankelijk kónden zijn van deze gezagsdragers. Net zoals vandaag de dag, was het luisteren naar voorschriften, regels en een leer van buitenaf geen wezenlijke leidraad. De grootste barrière daarvoor was de zelfkennis, die de basis vormt van alle gnosis. Volgens de gnosis is de mens niet slecht of zondig, maar een goddelijk wezen, dat zich van zijn goddelijke natuur bewust moet worden.
De Lezingencyclus bestaat uit 3 lezingen:
Het Evangelie van Filippus
Het Evangelie van Maria Magdalena
Het Evangelie van Thomas