Het “zo boven zo beneden” uit de Tabula Smaragdina vormt de kern van Ficino’s denken. De mens ziet hij niet langer als een gelovige schakel in de hiërarchische structuur van een kerkelijk lichaam maar als een autonoom wezen in de magische driehoek: God – kosmos – microkosmos. In de kernzin van Hermes: “De mens is een groot wonder, o Asclepios” ligt voor Ficino de essentie van een nieuwe visie op wereld en mens. De mens als microkosmos kan de kosmos weerspiegelen. Hij kan het hermetische mysterie, “Zo boven, zo beneden” onderzoeken en op basis van de wedergeboren ziel de verbinding God - kosmos - mens herstellen. Zo opent het hermetisch christelijke denken de weg tot de verwerkelijking van de onsterfelijke Geest – zielemens.
Als neoplatonist verwerft ‘de kleine man uit Careggio’ gezag met zijn opvattingen over de liefde zoals hij die in zijn vertaling van en commentaar op Plato’s Symposion uiteenzet. De deugd als schoonheid van de ziel schept de schoonheid van het lichaam. De mens dient zich niet te hechten aan de vergankelijke eigenschappen van de geliefde maar aan de onvergankelijke. In wezen ziet deze opvatting de idee van de schoonheid liggen achter de persoon, aan wie men zich wil hechten. De ziel overstijgt de zinnelijke fase en komt tot gezuiverde aanschouwing van de schoonheid en uiteindelijk tot God. Van God is, aldus Ficino, een vonk in ons gelegd die de mens doet verlangen naar hereniging met Hem.
Voor Ficino zijn de onsterfelijkheid en de goddelijkheid van de ziel de basis van de menselijke waardigheid. Dit denkbeeld is voor de renaissance van kardinaal belang geweest. Want hieruit volgt dat de ziel het vermogen heeft om “alles te worden” en dat de mens “de hemelen en wat daarin is, zelf kon scheppen, en dat hij de instrumenten en het hemelse materiaal daartoe zelf kon verwerven.”
Diversiteit
Ficino beschouwt discipline als essentiële voorwaarde voor spiritualiteit. Naar het voorbeeld van Pythagoras is hij vegetariër. Hij moedigt zijn volgelingen aan om geen gekookt voedsel te eten en ’s morgens rond zonsopgang op te staan. Onthouding en ingetogenheid zijn de merkstenen van zijn rijk gevulde leven.
Hoewel hij dominicaan was, overschrijdt zijn geest het dogmatische denken. Hij beschouwt het christelijke pad weliswaar als het beste, maar is wel zo ruimhartig dat hij nog veel andere wegen ziet die naar hetzelfde doel leiden. “De goddelijke voorzienigheid staat niet toe dat er ergens ter wereld een periode, hoe kort ook, zonder godsdienst zou kunnen zijn, ook al is er altijd ruimte om rituelen aan te passen aan de veranderende tijd. Misschien is de diversiteit wel juist zo bedoeld. God houdt ervan om op allerlei verschillende manieren te worden aanbeden, hoe ongepast dat soms ook toe gaat. Maar beter zo, dan uit trots niet aanbeden te worden.”
Wilt u meer lezen en weten over Ficino, dan kunt U via de Rozekruispers het boekje bestellen ‘Ficino, Brug naar de Hermetische Gnosis´ (Haarlem 1999) of ‘De brieven van Marsilio Ficino’ (Haarlem 1993) dan wel ‘Brieven deel II: Geef vrijelijk wat vrijelijk ontvangen is'.