Gnosis en wetenschap

Wetenschap: onwetendheid, weten en wijsheid

De mens is onwetend. Hij wil weten. Daarom is er wetenschap.
De wetenschappelijke methode is die van het onderzoek, het analyseren, het scheiden en onderscheiden, het opdelen in kleine stukjes en dan de diepte in, weten met het hoofd. Wetenschap tracht wel tot de kern door te dringen maar kan deze niet wezenlijk grijpen, de werkelijkheid is immers door haar al opgedeeld en niet meer allesomvattend. Wetenschappelijke kennis is uiterlijk kennen. Wetenschap is niet volledig, is fragmentarisch, steeds weer nieuwe hypothesen stellend, steeds weer opnieuw beginnend.
Wijsheid is: kennen naar het uiterlijk én naar het meest innerlijke wezen, alomvattend en totaal. Direct doordringend tot de kern, weten met het hart.
Wijsheid is kennis met het hoofd én het hart. Wijsheid is Gnosis.

Filosofie en theologie

De drang tot weten zetelt in het hart. Deze zet het verstandelijk denken in beweging. Daardoor ontstaat wijsbegeerte. De wetenschappelijke wijsbegeerte of filosofie heeft schone en verheven gedachten voortgebracht. Dat geldt ook voor de theologie of godsdienstwetenschap. Toch zijn zij in de grond speculatief door de eenzijdige verstandelijke benadering.

Ware wijsheid ontstaat als aan alle speculaties een einde komt. Dat kan geschieden wanneer in de mens het Licht van de ware Kennis binnenbreekt. De voorwaarde daartoe is het verlangen naar Gnosis. Dat verlangen is een eigenschap van het hart. Het hoofd zal dan volgen.

Fysica: krachten en velden

De natuur, de aarde en de mens functioneren vanuit één en hetzelfde stelsel van krachten. Het begrip krachtveld omvat een verscheidenheid aan werkingen zoals zwaartekracht, elektromagnetisme en energie.

Natuurkundige verschijnselen zoals elektromagnetisme zijn deel van een meer algemene werkzaamheid in onze natuur. Denk aan een elektromagneet, waarbij een kracht (elektriciteit) een aantrekkende of afstotende werking teweegbrengt (magnetisme) die bovendien overdraagbaar is (een magneet maakt een aanliggend stuk ijzer op zijn beurt ook magnetisch). Op vergelijkbare wijze heeft het menselijk microkosmisch wezen een overdraagbare werking op de persoonlijkheid.

Er is dus een elektromagnetische wisselwerking tussen de aarde met zijn magnetisch veld, het actieve deel van de microkosmos van de mens (ook wel het aurisch wezen genoemd) en de persoonlijkheid.

Wanneer de mens zich stelt onder een fundamenteel andere elektromagnetische kracht, de gnostieke kracht met zijn oplossende, verbrekende en opbouwende werking, dan wijzigt daardoor de magnetische werking van het aurisch wezen, en treedt dus ook een verandering op in de persoonlijkheid. De gehele levensstaat van deze mens zal zich wijzigen.

Dan bereidt hij zich voor op het betreden van een andere wereld, de eeuwigheidswereld van de Gnosis.

Taalkunde

Het is wonderlijk hoeveel verborgen wijsheid er te vinden is in de taal.

In het Sanskriet bestaat de taalkundige stam “wrd”. Volgens taalkundigen betekent wrd “woord”, hetgeen niet verbazingwekkend is gezien de klank. Maar “wrd” betekent ook “worden”, “knop” en, opmerkelijk genoeg, “roos”.

In het hart van de mens bevindt zich een beginsel dat wordt aangeduid als de roos, en dat correspondeert met goddelijke, gnostieke krachten. Taalkundig correspondeert die roos dus met het Woord, met de Logos, met God.

Door de roos kunnen de gnostieke krachten in ons werkzaam zijn en in werkzaamheid toenemen. Dat wordt poëtisch uitgedrukt als de roos die tot bloeien komt.

De uitdrukking “uit de knop wordt de roos” is dus wel een heel opmerkelijke omdat daarin, taalkundig gesproken, drie keer hetzelfde wordt uitgedrukt.

Scheikunde: chemie en alchemie

Het scheiden en samenstellen van nieuwe stoffen en materialen berust op aloude goddelijke wetten.

Het gehele ons bekende heelal en de daarin vervatte werelden zijn gevormd uit oersubstantie en zij worden in gang gehouden door krachten en bewegingen. Kracht en beweging, in hun samenhang, veroorzaken wrijving en hitte. Hierdoor ontstaat Vuur, het eerste element. Dit Vuur tast de oersubstantie, het Water, aan, het tweede element. En, zoals in een fluitketel waarin het vuur het water aan de kook brengt een afzetsel, een bezinksel, ketelsteen ontstaat, ontstaat door Vuur en Water het minerale, dat wil zeggen het derde element, Aarde. En als vierde wordt, net als in de ketel, damp vrijgemaakt, dat wil zeggen Lucht, een atmosfeer, waarin de Levensadem zich openbaren kan.

Wanneer de chemicus in zijn reageerbuis een nieuwe stof laat neerslaan is dat de weerspiegeling van een oorspronkelijke scheppende werkzaamheid.

Wanneer de alchemist in zijn retort iets dergelijks waarneemt, dan reflecteert in zijn ziel de oorspronkelijke goddelijke scheppingsgedachte.

Biologie en biochemie: vormkrachten

Al is het genetisch materiaal in alle cellen van een organisme identiek, toch ontstaan bij dezelfde chemische samenstelling verschillende vormen. Materie of chemische substantie alleen kan de vorm niet verklaren. Er moet dus een vormende krachtwerking bestaan. Deze verbindt alle wezens en levensvormen met elkaar. We kennen deze krachtwerking onder namen als astraal veld, morfogenetisch veld e.d.

Een krachtveld heeft een vormende invloed op dingen, wezens, gedachten, mensen en mensengroepen.

Gelijksoortige krachtvelden sluiten zich bij elkaar aan en versterken elkaar.

Een groep mensen met hetzelfde doel vormt een collectief veld met een groot vermogen. Naast de grote krachtvelden van de gewone natuur is er ook een veld waarin de krachten zijn geconcentreerd van de eeuwigheid. Een collectief krachtveld, gevormd door zoekenden naar eeuwigheid, vindt aansluiting bij dit krachtveld.

Het morfogenetisch veld van de eeuwigheid wordt aangeduid als de Broederschap. Zij geeft vorm, niet aan de bezieling van de gewone natuur, maar aan datgene in de mens wat van de ándere natuur is, de Geest-Ziel.

Techniek

Wij kunnen grote bewondering hebben voor hetgeen de techniek aan zegeningen heeft gebracht voor de mensheid, zoals gemak, verbetering van kwaliteit van leven door gebruik van medische apparatuur, communicatiemiddelen, mobiliteit.

Afhankelijkheid van techniek en bergen afval vormen de keerzijde. De nadelen van de technische vooruitgang moeten worden opgelost met nog meer techniek. Techniek, vooruitgang, groei, opbloeiende economie, ontmoeten op zeker moment een grens. Toch gaat de mens maar door in dezelfde richting. Het werkelijke drijven achter dit alles is het streven van de mens naar absolute waarden, naar eeuwig leven, naar onsterfelijkheid.

Maar de onsterfelijkheid kan niet in de gewone natuur gevonden worden. Zij bestaat in een andere natuur. Die natuur is bereikbaar voor de strevende mens. De ‘techniek’ die daarvoor nodig is speelt zich af in de ruimte van de ziel. Een naam daarvoor is transfiguratie.

Kosmologie:

het ontstaan van kosmos en mens, evolutieleer versus creationisme

In het debat over creationisme en evolutieleer neemt de gnosticus een aparte plaats in.

Volgens de creationist zijn de kosmos, de aarde en alle wezens daarop, waaronder ook de mens, geschapen door een schepper, door een eenmalige of voortgaande scheppingsdaad. De evolutionist stelt dat kosmos, aarde en mens worden verklaard door niet-geleide ontwikkelingen zoals natuurlijke selectie en ‘survival of the fittest’.

Ook wordt wel de term intelligent design gebruikt: het heelal is het resultaat van het werk van een intelligente ontwerper.

Naar de vormzijde hangt de gnosticus de wetenschappelijke evolutieleer aan: de mens in zijn huidige stoffelijke verschijningsvorm is het resultaat van voorafgaande ontwikkelingen. Naar de onstoffelijke zijde is hij van mening dat de mens als geestelijke kiem is neergelegd in een ontwikkelingsgang van geest naar stof. Naar de stofzijde evolutie, naar de geestelijke zijde involutie (waarmee wordt bedoeld een toenemende inwikkeling in de stofzijde der dingen). De mens is geïnvolveerd van een onstoffelijk wezen naar een stoffelijk wezen over onvoorstelbare lange perioden heen. De periode die door de uiterlijke wetenschap wordt overzien met de evolutieleer omvat slechts het laatste deel van deze enorme ontwikkelingsgang.

De involutie van de mens heeft in onze tijd een fase bereikt die genoemd wordt het nadir van stoffelijkheid. In de naaste toekomst wordt voorzien dat de genoemde involutie wordt omgebogen naar evolutie, dat wil zeggen dat de ontwikkeling van de mensheid een toenemende ontstoffelijking te zien zal geven. Het perspectief voor de mensheid en de wereld met alle levensvormen daarop is dan uiteindelijk een terugkeer naar een onstoffelijke, goddelijke staat-van-zijn.

De gnosticus probeert door het gaan van het gnostieke pad aan deze ontwikkeling bij te dragen.

Menswetenschappen

Sociologie en psychologie helpen om het gedrag van mensen beter te begrijpen. De resultaten uit deze en andere gebieden van de menswetenschap kunnen de mens tot grote hulp zijn. Veelal gaat het er om de mens een stevige basis te geven om te kunnen functioneren in de maatschappij en op het persoonlijke vlak.
In zoverre hierbij het begrip ziel wordt gebruikt betreft het de natuurziel van de mens: daarmee wordt bedoeld datgene wat de mens drijft, inspireert, in beweging zet op basis van de krachten van de gewone natuur. Deze ziel leeft en handelt dus uit de krachten van de natuur, ja is van deze natuur. Maar alles in deze natuur komt op een goed moment tot een wetmatig einde. Zo ook de natuurziel. Deze ziel is dus sterfelijk, zij vervluchtigt na het overlijden.
De gnosticus streeft naar bezieling vanuit een ándere natuur, vanuit de wereld van de eeuwigheid, vanuit de wereld van de Gnosis. Daartoe tracht hij een nieuwe Ziel op te bouwen, een bezieling op basis van gnostieke krachten. Deze Ziel bezit eeuwigheidswaarden en is onsterfelijk.