Groot erflater van het soefisme
“Gij die alles ziet bij het licht van God, gij die van God bent gekomen om liefdadigheid te betonen opdat door de alchemie van uw blik het lage metaal van de menselijke aard wordt omgezet in goud….” Spreekt hier een modern alchemist? Of misschien wel een gnosticus? Het heeft er alle schijn van, maar in werkelijkheid is de van oorsprong Perzische soefidichter en mysticus Rumi (1207 – 1273) aan het woord. Jalal – al – din Rumi ging 800 jaar geleden de weg van de innerlijke alchemie en heeft het goud gemaakt. In de mystieke traditie van de Koran staat het goud maken voor de ontmoeting met Isa – de pendant van Jezus in de Koran. Isa is de levenschenkende, want hij maakt de dingen weer nieuw en levend. Hij kan volgens de Koran zelfs vogels van klei tot leven wekken. Een andere belangrijke alchemistische metafoor in de soefimystiek is het maken van de wijn. Van druiven wijn maken is het alchemistisch – mystieke proces. Beter nog: van water wijn maken, zoals Jezus doet bij de bruiloft van Kana. Isa is de grote alchemist die als eerste de stof omgezet heeft tot geest. Isa is de wijnschenker; de mysticus - Rumi - is de drinker.
Onze meester
“Kom, kom weer naar huis, kom! Of je nu een ongelovige bent of een afgodendienaar, een christen of een volgeling van Zoroaster.” Deze aangrijpende uitnodiging staat te lezen op het huis van de Mevlevi – soefibroederschap in de prachtige Turkse stad Konya. Mevlevi betekent “onze meester” en het zal niet verbazen dat de bedoelde meester Rumi is. Hij is de grondlegger van de Mevlevi – beweging en heeft tientallen jaren in Konya gewoond. De tekst is Rumi ten voeten uit: een universeel gerichte vrijdenker die zijn leven lang zijn medemens in beeldende, overtuigende bewoordingen als het ware aanmaant om zich op het spirituele pad te begeven. Lees bij voorbeeld hoe hij de mensen (“de druppels”) oproept om te aanvaarden dat we bemind worden en om de grootse schat te herkennen die ons wacht wanneer we ons openstellen voor de liefde van de Schepper:
Luister, druppel, geef jezelf op zonder spijt
en ontvang in ruil daarvoor de oceaan.
Luister, druppel, gun jezelf die eer
en voel je geborgen in de armen van de zee.
Wie viel ooit dat geluk ten deel?
Een oceaan die een druppel het hof maakt!
In godsnaam, in godsnaam, verkoop en koop direct.
Geef een druppel en ontvang een zee vol parels.
De roos
Islamitische mystiek is begonnen als een vorm van ascetische wereldontvluchting. De begrippen soefisme en soefi werden gebruikt omdat de eerste vrome godzoekers eenvoudig gekleed gingen in wollen gewaden (“suf” betekent wol). Sinds de elfde eeuw formeerden zich talrijke soefi – broederschappen, die vaak steunen op een spirituele meester. Nochtans staat niet het volgen van de meester centraal maar het zoeken van het individu naar de liefde van en de vereniging met God. Een belangrijk uitgangspunt van het soefisme van Rumi is dat de leerling het geestelijke pad geheel zelfstandig en in eigen verantwoordelijkheid gaat. “Er mag niets tussen jou en God staan. Geen imam, priester, rabbi of enige andere bewaker van moreel of religieus leiderschap.”
De roos is een kernsymbool.
De geur van de roos staat voor taqwa (de onmetelijkheid), de stam symboliseert de levensweg, terwijl de bladeren (marefa) de innerlijke kennis van God voorstellen. De doornen staan voor regels omtrent de levenshouding en voor beproevingen. Het innerlijke bevrijdingspad, waarop de leerling zijn ego, ook wel zijn “ezel” of zijn “dwingende dierlijke zelf” genoemd, dient kwijt te raken, kent vier stadia van losmaking: onthechting van het aardse bezit; - onthechting van religieus aanzien; onthechting van het zelf (het ego) en ten slotte “onthechten van het onthechten”. Dus zelfs ook die drang dient men in zichzelf op te lossen om eenwording met God te bereiken. Het pad van de soefi wordt zeer beeldend voorgesteld door de bekende draaiende rondedans van de derwisjen (letterlijk: bedelaars). De honingkleurige hoed van de derwisj verwijst naar de grafsteen. De lange witte rok zou men als de lijkwade kunnen zien, de zwarte mantel als het graf. De dans verbeeldt hoe soefi’s hun Ik “ten grave dragen alsof ze een oude huid afwerpen”.
Kleine Koran
In 1925 is de Mevlevi – broederschap in Turkije bij wet verboden en ook het beroemde soefi – ritueel van de dansende wervelende derwisjen is daarmee uitgebannen. De dans is officieel alleen nog te zien als onderdeel van folkloristische activiteiten of als een toeristische attractie. Maar door zijn unieke poëzie en zijn indringende verhalen heeft Rumi nog niets van zijn aantrekkingskracht verloren. In het oude Perzië is zijn meesterwerk, de verhalenbundel uit de Mashnawi, al meteen de “kleine Koran” genoemd. Achthonderd jaar later biedt hij nog steeds stof en inspiratie voor talrijke nieuwe boeken. In de Verenigde Staten is hij zelfs de best verkochte en de meest gelezen dichter. Bekende popsterren (zoals Madonna) gebruiken regelmatig gedichten van Rumi. Zijn immense populariteit roept de vraag op of de diepere spirituele betekenislaag van zijn teksten wel altijd voldoende doorschouwd wordt. Datzelfde geldt voor de smartelijke innerlijke aspecten die onlosmakelijk met een bevrijdingspad verbonden zijn. Rumi zelf was daar ook al niet zo zeker van:
“De veiligste plaats om een goudschat te verbergen
is een verlaten, onopgemerkte plek.
Waarom zou iemand een schat verbergen
waar iedereen hem kan zien?
Vandaar het gezegde: Vreugde gaat schuil onder verdriet.”
Geraadpleegd: Roemi, Juwelen, Den Haag 2006; R. van Brakell Buys, Rumi, verhalen uit de Masnawi, Den Haag 2001; Elif Shafak: Liefde ken veertig regels, Amsterdam 2011 en Rumi, De leeuw die ging jaren…en andere dierenverhalen, verzameld en naverteld door Wim van der Zwan, Amsterdam 2011.