Overal in het universum bestaan twee werelden: onze zichtbare wereld, en de ongerepte werkelijkheid van de goddelijke wereld, die geestelijk is. Deze beide werelden zijn geheel anders van aard. In de zichtbare wereld, de dialectiek, kan alles worden gekend omdat zij zich manifesteert in paren van tegenstellingen: wit en zwart, dag en nacht, dood en leven, goed en kwaad, opgang en neergang. Aan de goddelijke wereld zijn in de loop van de tijd vele namen gegeven: wereld van het Licht, nirwana, koninkrijk der hemelen, paradijs, hof van Eden. Haar kenmerken zijn: zuivere, ongerepte schoonheid, vreugde en wijsheid, afwezigheid van lijden en eeuwige voortgang.
Beide werelden liggen in de mens: hij is natuurwezen én goddelijke schepping. Levend in de zichtbare, sterfelijke wereld kan hij zich keren tot het oorspronkelijke leven, indien hij de pure goddelijke kracht van het hart werkzaam laat worden.
- De mens is een microkosmos
- Gnostieke visie op leven en dood
- Natuurmens en geestmens
- Er is een noodordeplan
- Het proces van transfiguratie
- Afscheid van het oude leven
- Levensvernieuwing
- Een vijfvoudig gnostiek proces