- home
- filosofie
- locaties
- activiteiten
- literatuur
- jeugd
- actueel
Elke mens, geboren in de tijd, is een uniek wezen dat slechts eenmaal leeft en gehouden is eenmaal te sterven. Door de roos-des-harten is hij verbonden met een eeuwigheidswezen, goddelijk en uit pure geest-energie bestaand, dat nooit sterven kan, maar op dit moment ook niet leeft. Bij de dood scheiden de twee principes van elkaar.
De mens kan het latente eeuwigheidsprincipe weer levend maken, door een sleutel te hanteren: hij sluit af, laat los wat tot het oude, beperkte leven behoort, en gaat zich wijden aan de opbouw van een nieuwe levensstaat, die puur is en op de naaste gericht. In dat geval is hij reeds gestorven, vóór hij sterft, en is de dood het wegvallen van iets, dat niet langer nodig is. In het eerste geval is het gevolg: de dood van de opheffing, in het andere geval: de dood van de wedergeboorte.
Maar welk een onmetelijk verschil! De ene dood betekent de zoveelste herhaling, waarbij een mens geketend blijft aan het rad van geboorte en dood. De andere dood sterft de mens slechts éénmaal. Wie die dood sterft, staat op in het eeuwige leven.
- Het principe van de twee natuurorden
- De mens is een microkosmos
- Natuurmens en geestmens
- Er is een noodordeplan
- Het proces van transfiguratie
- Afscheid van het oude leven
- Levensvernieuwing
- Een vijfvoudig gnostiek proces