Mani, “de parel van het licht”

De Perzische profeet Mani (216-276) groeide op binnen een strenge gemeenschap van joodse dopers. De manichese mysteriën zijn hem naar eigen zeggen door zijn ‘hemelse tweelingbroer, zijn Dubbelganger’ geopenbaard. Hij brak met zijn milieu en stichtte, in 240 in Zuid – Irak, een nieuwe kerk die zou uitgroeien tot de enige gnostisch - christelijke wereldkerk die ooit heeft bestaan. In de negende eeuw maakte vervolging en onderdrukking er een einde aan. De manichese leer zou onder andere blijven doorklinken in die van de bogomielen en de katharen.

Voor de manicheeërs waren er twee dominante principes: een goede en een kwade macht. Zij zijn tegelijk werkzaam in de kosmos, mens, dier en plant.
In de schepping of materie leeft dus het goddelijk goede: het licht. Centraal in het manicheϊsme staat de verlossing van het licht uit haar vermenging met de duisternis. Volgens Mani is Christus in de hele kosmos, natuur en mens gekruisigd.
Met behulp van de gnosis heeft de manichese gelovige de taak om het goddelijke in de schepping en dus ook in zichzelf te verlossen uit de vermenging met de duisternis. Door middel van een leven van innerlijke reiniging en gebed, en door het gebruik van rituele maaltijden transsubstantieert hij zichzelf en de materie. Hierdoor kan het licht worden toegevoegd aan de bouw van het Nieuwe Jeruzalem, de nieuwe, van de materie bevrijde mens.

uit een hymne van Mani:

Neem uw kruis op,
schud de wereld van u af.
Maak u los uit de band van het bloed.
Onderwerp de oude mens
en bouw aan de Nieuwe Mens.

Mani komt van het Sanskriet woord ‘Mani’ dat ‘steen, parel of edelsteen’ betekent. In veel manichese teksten staat het motief van de parel centraal. Mani wordt daarin ‘de parel van het licht’ genoemd, ‘gekomen uit de woeste zeeën’. Lees meer...