- home
- filosofie
- locaties
- activiteiten
- literatuur
- jeugd
- actueel
“Van zoeker tot vinder”
Gustav Meyrink: wegbereider voor de zoekende mens
“Wij leven slechts voor de vervolmaking van onze ziel; wie dit doel voortdurend in het oog houdt, er altijd aan denkt en het immer voelt zo dikwijls hij iets begint of besluit, die zal spoedig een zekere kalmte verkrijgen en op een onbegrijpelijke wijze zal zijn lot veranderen. Voor hem die arbeidt als een onsterfelijke – niet om iets te verkrijgen dat hij wenst te bezitten (dit is een doel voor de geestelijk blinden) maar op de opbouw van de tempel van zijn ziel – die zal de dag zien, al is het ook na duizenden jaren, waarop hij kan zeggen: Ik wil en het is er; wat ik beveel, dat geschiedt en heeft niet meer de tijd nodig om langzaam rijp te worden.” (uit: GustaveMeyrink: De witte Dominicaan, p. 41)
De loopbaan van Gustav Meyrink (1868-1932) begint in Praag als bankier en eindigt als romanschrijver in München. Zijn levensgang getuigt van een intense dynamiek. Hij verruilt zijn protestantse geloof voor een rationeel Boeddhisme en onderzoekt de waarheid van de alchemie. Hij maakt een studie van Isis ontsluierd en De Geheime Leer van Mevrouw Blavatsky. Meyrink houdt zich bezig met magie, oosterse mystiek, tantra, yoga en gnostiek.
Op deze manier heeft hij in zijn leven vrijwel alle aspecten van de weg van de zoekende mens onderzocht. Hij laat ook duidelijk zien hoe hij zelf van zoeker tot vinder is geworden. Op de weg naar het eigen innerlijk heeft hij dan ook alle mogelijke routes ontmaskerd die niet tot de diepste kern van het menselijk wezen leiden. Zijn ervaringen heeft hij indringend weergegeven in romans als De Golem, De Witte Dominicaan, De Engel van het westelijk venster en het Groene Gezicht, in verhalen (bijvoorbeeld De klokkenmaker) en in een grote hoeveelheid bewaard gebleven brieven.
Alles wat niet uit de geest komt, is dode aarde
De weg die Meyrink gegaan is, kan een serieuze zoeker van groot nut zijn en hem nodeloze omzwervingen besparen. Hij hoeft maar “in te stappen” waar Meyrink gestopt is.
Het volgende fragment uit “Het groene gezicht” demonstreert op welk diep doorleefd besef Meyrink uiteindelijk terechtkwam: “Alles wat niet uit de geest komt, is dode aarde en wij moeten tot geen andere God bidden dan tot die God die zich in onze eigen ziel openbaart. En u gelooft dat, als ik God aanroep mijn lot zal veranderen, zoals u zegt? Onmiddellijk! Alleen zal het niet “veranderen”, het zal een galopperend paard worden, dat tot dan toe stapvoets heeft gelopen. Als u in ernst wilt dat uw lot galoppeert moet u de innerlijkste kern van uw wezen, zonder welke u een lijk zou zijn – en zelfs dat niet eens – aanroepen en haar bevelen u langs de kortste weg naar het grote doel te leiden – het enige wat het nastreven waard is, hoe weinig u dat nu ook beseft – meedogenloos, zonder rust, door ziekte, lijden, dood en slaap heen, door eer, rijkdom en vreugde heen, steeds maar door alles heen, als een op hol geslagen paard dat een wagen voort sleurt over akkers en stenen, langs bloemen en bloeiend geboomte. Dat noem ik: God aanroepen.”
Jan van Rijckenborgh, een van de stichters van het Lectorium Rosicrucianum, zegt over hem: “De reden voor onze belangstelling voor hem kan men vinden in het feit dat de arbeid van Meyrink een verbindende schakel vormt tussen het occultisme en het transfigurisme. Velen, vastgelopen in het occulte beweeg van vele groepen, kunnen door hem de bedoelde verbindende schakel ontdekken en de weg tot het transfiguristische pad van bevrijding vinden.”
Het hoogste weten is niets te weten. Lees meer...