- home
- filosofie
- locaties
- activiteiten
- literatuur
- jeugd
- actueel
“Wat zou het baten indien ik veel van de wijsheid uit de Schrift sprak en de hele bijbel van buiten kende, en ik verstond niet wat de wijzen hebben gesproken, en ook niet uit welke geest en kennis ze spraken? Indien ik niet dezelfde geest heb die zij hebben gehad, hoe zal ik ze verstaan? (..) Maar om het te begrijpen dient men te beschikken over een levende geest uit God die het geheimenis aanschouwen kan en die in levende kennis wandelt.”
Als er iemand in die “levende kennis” gewandeld heeft en gepoogd heeft zijn daarbij opgedane inzichten over te brengen op zijn tijdgenoten, dan is dat Jacob Boehme (1575 – 1624) wel. Deze “eenvoudige schoenmaker uit het Duitse Görlitz aan de Neisse” heeft hiervan getuigd in tal van geschriften (zoals “Aurora of Morgenrood in opgang” en “Over het bovenzinnelijke leven” ), waarvan steeds meer onderkend wordt dat ze een blijvende actualiteitswaarde hebben.
Bij Boehme wordt de Bovennatuur in een mens tot realiteit. Zij is zijn Ware Zelf, dat bewust wordt en werkzaam, en zich naar buiten toe openbaart. De bovennatuur kan zich in het ikbewustzijn maar gebrekkig uitdrukken. In een mens als Jacob Boehme krijgt deze natuur echter gestalte en worden denken, voelen en handelen tot organen van een hoger bewustzijn. Zo een mens ervaart dat het ondergaan van het ikbewustzijn in het ware zelf, het hoogste geluk, leven en licht kan betekenen.
De alledaagse mens is volgens Boehme uit de totaliteit van het geestelijke licht gevallen.
Maar Boehme wijst er als geen ander op dat de mens onmiddellijk deel kan krijgen aan een sprankelende eeuwige essentie, verborgen in het hart. Een essentie van vrijheid, leven, volkomenheid en volmaaktheid. Hoe kan de weg terug worden gevonden tot dit innerlijk centrum van volmaaktheid? Lees meer...