Marsilio Ficino: bruggenbouwer tussen christendom en hermetische gnosis
‘Laat ieder van ons elke andere soort kennis achterwege laten en slechts één ding zoeken en navolgen: (…….) het onderscheid tussen goed en kwaad. Dat is mogelijk door het onderscheidende licht van de liefde, dat het hart ontsteekt in het Al - Goede. Juist dan kan het gebeuren dat de mens die gewoonlijk zachtjes tot het vuur wordt aangetrokken, onverwacht wordt gegrepen en enthousiast wordt gemaakt door de vlammende pracht van de goddelijke straal, die in zijn schoonheid ons mensen zo prachtig verlicht.’
De Florentijnse platonist Marsilio Ficino (1433 – 1499) is een van de meest invloedrijke denkers van zijn tijd. Als filosoof, student, arts, musicus en priester is Ficino een pure renaissancistische vernieuwer omdat hij klassieke, universele wetenschap verbindt met christelijk hermetisme. Zijn bindende, inspirerende gaven als netwerker blijken uniek. Zo brengt hij onder het mecenaat van de familie de Medici een befaamde broederschap bijeen: de Florentijnse Academia. Deze zou Europa bewust maken van de diepe betekenis van de platoonse traditie.
Hermetisch denken
Van onschatbare betekenis voor de Europese cultuur is zijn vertaling van de Hermetische geschriften, die bekend staan als het “Corpus Hermeticum”. In 1460 brengt een monnik uit Macedonië hiervan een Grieks handschrift mee, dat hij schenkt aan de stichter van de Platoonse Academie, Cosimo de Medici. Die verstrekt Ficino, als leider van de Academie, twee jaar later de opdracht om het manuscript in het Latijn te vertalen. Elf jaar later verschijnt het werk in druk, het heeft een ongekend succes en is vele malen herdrukt. Met zijn vertaling slaat Ficino definitief een brug tussen het christendom en de hermetische gnosis.
Het “zo boven zo beneden” uit de Tabula Smaragdina vormt de kern van Ficino’s denken. Lees meer...
Wilt u meer lezen en weten over Ficino, dan kunt U via de Rozekruispers het boekje bestellen ‘Ficino, Brug naar de Hermetische Gnosis´ (Haarlem 1999) of ‘De brieven van Marsilio Ficino’ (Haarlem 1993) dan wel ‘Brieven deel II: Geef vrijelijk wat vrijelijk ontvangen is’ (Haarlem 1996)