
Catharose de Petri over haar broeder, J. van Rijckenborgh, 1970
J. van Rijckenborgh was in het bijzonder een vriend van de jeugd!
In zijn conferenties met de jongeren wist hij altijd de juiste toon te treffen. Hij bezat de
gave om de meest brede en diepe onderwerpen in een voor de jonge mens begrijpelijk
woord te plaatsen. Zo besprak hij met hen, tijdens de D-groepweek in het jaar 1961 op
Noverosa een onderwerp dat hij zélf een waagstuk noemde, in verband met het feit dat
hij het zo veelomvattend vond, en vanwege de abstracte zijde van het onderwerp. ‘Maar,’
sprak hij destijds, ‘we zullen proberen ons erdoorheen te slaan met jullie medewerking.’
En de jongeren deden hun best te begrijpen, hoe zij bijvoorbeeld het zonnestelsel moesten
leren zien als een levenssysteem. En hij leerde hen, dat zij vervolgens het zonnestelsel
moesten leren zien als een astraal systeem waarvan alle delen wel samengevoegd zijn,
maar tóch in feite één lichaam vormen. Eén lichaam met vele leden. En hij leerde hen zien,
waar veel planeten behoren tot het zonnestelsel, hoe er sprake is van veel leden, en wij, als
stofgeboren mensen, met al die leden van het zonnestelsel innig verbonden zijn door ons
astrale lichaam. Hij leerde hen dat Christus de zonnegeest wordt genoemd, en al wat
Christus is, wil en doet primair de vervulling van een plan is. ‘De Christus, de grote
figuur,’ stelde hij, ‘gaat uit van het zonnehart van het zonnestelsel, en door middel van de
Christusradiaties, van die zonneradiaties, wordt het ganse al van het zonnestelsel naar een
bepaald doel toegestuurd.
Planvervulling op deze basis is:
wereldonthevenheid - wereldverlossing - wereldvervulling
De jongeren dachten er diep over na; spraken er met elkaar in alle ernst over; en wat hen
nog niet geheel duidelijk was, werd tijdens dezelfde jeugdconferentie tijdens een vragenavond nader uiteengezet. Zij werden er diep van doordrongen, dat zij in dit leven geboren waren om Gods werken groot te maken en die werken te bewijzen mede met en door henzelf.