500 jaar Lof der Zotheid

The times they are a-changin': Revoluties vragen altijd wegbereiders. In de 16e eeuw is Europa een theologisch strijdperk. De Katholieke Kerk heeft de mens eeuwenlang klein gehouden, zwaaiend met de bijbel. Maar nu gaan er stemmen op. Wat staat er eigenlijk in die bijbel? Eén van de stemmen komt van Desiderius Erasmus. Erasmus werd geboren als Gerrit Gerritszoon in Rotterdam op 27 oktober, tussen 1467/1469 . Hij overleed in Bazel op 12 juli 1536. Hij was een Nederlandse Augustijner kanunnik, theoloog, humanist, schrijver en filosoof.

Deze ‘wereldburger’ doorkruist Europa met zijn kritische blik en pen. Hij profiteert van de boekdrukkunst om zijn Latijnse teksten overal te verspreiden. Erasmus verblijft ondermeer in Engeland. Hij sluit er een levenslange vriendschap met Thomas Moore, de schrijver van "Utopia". Op aandringen van Moore schrijft Erasmus de "Lof der Zotheid", één lange satirische aanklacht tegen zowat elke kwezel van zijn tijd. Het is in onze tijd zijn bekendste werk, maar het is zeker niet het belangrijkste. Erasmus heeft immers niet alleen tegen schenen geschopt. Hij heeft geschud aan het fundament van de Katholieke Kerk.

Hij schrijft uiteindelijk een nieuwe Latijnse vertaling van het Nieuwe Testament op basis van de Griekse grondtekst. Door zijn aandeel in de Hervorming wordt hij- pas na zijn dood - in 1559 verketterd. Zijn werken belanden op de lijst van de verboden boeken. Desondanks is zijn werk wereldberoemd en ‘Lof der Zotheid’ is op de Bijbel na zelfs het meest vertaalde werk ooit. Er werden tijdens de uitgave in 1511 direct 28.000 exemplaren van verkocht.

Zijn denken blijft verfrissend, zijn nalatenschap immens. De inhoudelijke thema's van Erasmus' 500 jaar oude versie blijven zeer actueel en zeer interessant voor de ontwikkeling van een kritische houding. Het biedt ons de kans om buiten onze rol te treden, onze nek uit te steken en te durven laten zien, dat er andere manieren zijn om in het leven te staan.

Het begin van de 16e eeuw was een tijd van grote veranderingen, vergelijkbaar met de ontwikkelingen van vandaag, een grootscheeps communicatiegebeuren. Destijds was er de opkomst van de boekdrukkunst en de voor middeleeuwse normen pijlsnelle verspreiding van nieuwe ideeën. Nu is er het internet en de mondialisering van informatie. Deze evolutie gaat - net als toen - gepaard met de afbrokkeling van gezagsargumenten en het doorbreken van het kennismonopolie. (Bron HVV)

Erasmus wordt vaak aangemerkt als grondlegger van het humanisme, maar toch gaat deze filosoof uit van het ‘gnostische vonkje van Gods Geest in de mens’: divinae mentis scintillula. In zijn werk ‘Opera Omnia’ stelt hij, dat wij er als mens toe in staat zijn, om God’s geest te kennen:


"De natuur heeft één levend wezen voortgebracht,
dat met verstand begaafd is en deel kan hebben aan Gods Geest,
één dat in staat is tot welwillendheid en eendracht ...”