De komst van het Licht in de duisternis
Deze nacht is de avond van de grote geboorte,
geboren is de zoon van de maagd Maria.
De zolen Zijner voeten hebben de aarde bereikt,
De Zoon van Gods heerlijkheid daalde neer uit de hoogten,
hemel en aarde ontgloeien voor Hem….
de bergen stralen Hem tegen,
de vlakten glanzen voor Hem,
de stemmen der golven en het gezang van het strand
verkondigen ons: Christus is geboren!
In deze kersttijd richten wij onze blik een moment naar Ierland, het ‘Eiland der heiligen’, zoals men het groene land vroeger noemde. De Kelten, die ver voor Christus Ierland bewoonden, namen zonder problemen het christendom over. Dit is op zich al een wonderlijk gebeuren, maar hoe konden zij anders? De druïden, de geestelijke leiders van de Kelten, hadden immers al eeuwen voor Zijn geboorte Zijn komst naar de aarde helderziend geschouwd! Zij verwachtten Hem dus en noemden deze Zonnebroeder Righ nan Dull, Koning der Elementen, omdat zij Hem konden waarnemen in de subtiele veranderingen van de zee, de luchten, de wolken en de wind. In die tijd was de mens nog met de omringende natuur verbonden en was daar als het ware één geheel mee.
In de Keltische periode vereerde men de zon als een reeël symbool voor het goddelijke. Vandaar dat op de Ierse, vroeg christelijke kruisen Christus in het midden van een zonnecirkel geplaatst is. Het oud Ierse christendom heeft zich in de eerste eeuwen los van Rome ontwikkeld en kunnen we gnostiek noemen. Christus beleefde men toen als de in de aarde geïncarneerde, stralende lichtende Logos, die de duisternis verlicht. Hij is de ‘innerlijke, geestelijke zon’ van de aarde. De aarde en haar elementen waren één met de wereld van de goden en verschijnen nu samen met het christelijk geboortemysterie:
In de tijd voordat Gods Zoon kwam,
was de aarde een zwart moeras,
zonder sterren, zonder zon, zonder maan,
zonder lichaam, zonder hart, zonder vorm.
De vlakten en de heuvels werden licht,
de grote groene zee werd licht,
de hele aarde begon te stralen,
toen Gods Zoon op de aarde kwam.