Een stukje historie

In Rotterdam is sinds circa 1953 het centrumgebouw van het Lectorium Rosicrucianum, ook de Internationale school van het Gouden Rozenkruis genoemd, in de rustige Avenue Concordia nr.102 gevestigd. Het pand in Kralingen dateert van 1895. Kort voor de Tweede Wereldoorlog bevond het centrum zich in de Oppert, in het centrum van de stad.
De toenmalige voorzitter Dhr. Henk Dekker bracht tijdens het bombardement van 14 mei 1940 met gevaar voor eigen leven de tempelattributen en de ritualen in veiligheid. Na de oorlog werd tijdelijk een ruimte gehuurd in het Groothandelsgebouw naast het Centraal Station. Met de schadeloosstelling van 35000 gulden voor het verwoeste pand in de Oppert kon het gebouw aan de Avenue Concordia gekocht worden voor 50000 gulden. Het resterende bedrag werd verstrekt door Mw. Kok, die hiervoor een hypotheek afsloot. Zij was apotheker in Oud Beijerland.

Al lang voor de moderne Rozenkruisers woonde Justinus van Assche (Emden 1595 - Rotterdam 1649) in de Oppert. Hij was afwisselend predikant en medicus. Uit de veilingcatalogus van zijn boeken blijkt, dat hij zich interesseerde voor dezelfde literatuur als de moderne Rozenkruisers. Hij bezat bijvoorbeeld de Fama Fraternitatis, de roep van de Rozenkruisers, van 1615 of 1617 en het Corpus Hermeticum, toegeschreven aan Hermes Trismegistus. Beide werken werden door Jan van Rijckenborgh, een van de stichters van het Lectorium Rosicrucianum, opnieuw uitgegeven en van commentaar voorzien.

Verder waren er geschriften van Paracelsus en zijn volgelingen Oswald Croll en Heinrich Khunrath. Paracelsus werd door de zeventiende eeuwse Rozenkruisers hogelijk gewaardeerd. Ook worden werken van bekende spiritualisten en alchemisten genoemd zoals de mysticus Johannes Tauler, Henricus Cornelius Agrippa von Nettesheim, Giordano Bruno, David Joris, Hiel, Johannes Arndt, Jan Amos Comenius en dergelijken.
Justinus van Assche en zijn goede vriend Petrus Serrarius hielden zich vol overgave bezig met alchemistische en iatrochemische experimenten, om de steen der wijzen te vinden. Voor het praktische alchemistische handwerk zullen zij gebruik gemaakt hebben van Jean Beguins Tyrocinium(=leerboek) chymicum, waarvan hij twee exemplarenbezat. Voor de meer spirituele kant van de alchemie beschikte Van Assche over de Rozenkruisers- en aanverwante literatuur.

Er was ook een verband tussen Van Assche en de collegianten. De Rijnsburger collegianten vormden een lekenbeweging, die als christelijke gemeenschap bewust geen kerk wilde zijn en christenen van alle richtingen tot hun bijeenkomsten toelieten, zonder erop aan te dringen, dat zij uit hun eigen kerkgenootschappen zouden treden en tot hen zouden overgaan. Hun ideaal was een algemeen christendom, dat ver boven iedere kerkelijke begrenzing uitging. Collegianten bezochten het Vrijdagse college, dat door Justinus van Assche als remonstrants predikant werd geleid.

Uit dit korte stukje geschiedenis over deze niet alledaagse predikant en arts in Rotterdam blijkt dat het Lectorium Rosicrucianum geworteld is in een ver verleden. Toen en nu wil(de) het de zoekende mens helpen de latente goddelijke kern tot leven te wekken om uiteindelijk terug te keren naar zijn /haar ware bestemming.