Het verhaal gaat dat er eens tien mannen een rivier overstaken. Maar bij het oversteken raakten ze elkaar kwijt, doordat ze door de sterke stroming werden gescheiden. Toen iedereen weer op het droge was, wilden ze nagaan of ze er alle tien nog waren. Eén van hen begon te tellen, en kwam op negen. Er ontbrak iemand. Een tweede ging aan het tellen, maar kwam ook niet verder dan negen. Elk van de tien telde beurtelings de anderen: elke keer stokte het aantal bij negen. Ze waren iemand kwijtgeraakt, de tiende man. Natuurlijk waren ze zeer bedroefd om dit verlies. Toen één van hen zijn betraande gezicht in het water wilde wassen, dacht hij op de bodem van de rivier de tiende man te hebben ontdekt. Hij was dood, verdronken. Nu gingen de anderen ook kijken, en allemaal zagen ze de dode tiende man op de rivierbodem liggen.
Toen kwam er een reiziger aanlopen. Hij vroeg waarom de mannen zo bedroefd waren, en zij legden hem uit wat er was gebeurd. De reiziger telde de mannen en kwam op tien. Ze waren er wel allemaal. Maar de mannen geloofden hem niet, want ieder van hen had negen mannen geteld. En dan zou hij, de reiziger, als enige gelijk hebben? Daarom deden ze het tellen nog eens over, met hetzelfde resultaat. De tiende man ontbrak nog steeds. De reiziger kon de mannen niet aan het verstand peuteren, dat zij vergaten zichzelf mee te tellen. En omdat iedere man, door naar zijn spiegelbeeld te kijken, in zijn waan had vastgesteld dat hij dood was, waren ze, zo vertelde hij, “levende doden”.
Dat gaf hen tenslotte de schok van herkenning. Het had hen aan kennis van het zelf ontbroken, zij hadden dat belangrijkste aspect overgeslagen. Het getal van de mensheid is tien. De menselijke soort zal evolueren tot wat genoemd wordt de “tiende hiërarchie”. Maar zo lang men daarvan onwetend is, is men als een “levend dode”, innerlijk feitelijk al gestorven. Men herkent niet het beeld dat zich voor zijn geestesoog opent, het beeld van het oertype, van de tiende man. De tiende man vind je niet door naar anderen te kijken of te tellen. De ontdekking van de tiende man begint bij het zien van het innerlijke, geestelijke type, dat door de gerichtheid naar buiten toe wordt overgeslagen. Soms is er een reiziger, een buitenstaander, voor nodig om je daarop te wijzen. Dan wordt je tenslotte zelf een reiziger. Je gaat aan alles voorbij en staat nergens bij stil. Dan belichaam je de tiende. De tiende man is de enige man.