De joodse mystici hebben als hoogste doel het bereiken van de Merkavah of de Troonwagen van God.
De grote moeilijkheid waar zij voor staan is het feit dat de Merkavah geheel buiten onze stoffelijke belevingswereld gelegen is. Om die andere natuur te bereiken, behoort men zich grondig voor te bereiden, want men dient de zintuiglijke wereld te overschrijden.
Daarbij is het noodzakelijk de aandacht af te wenden van de fysieke natuur, opdat men ongehin-derd de Hemelse Hallen of de Hechaloth zal kunnen binnengaan die naar de Merkavah leiden. De joodse mystici richten zich bij dit proces op het visioen van Ezechiël dat in het Oude Testament beschreven is. Hierin wordt over de Merkavah verteld en hoe de vier wezens eruit zien die daarop gezeten waren.
En ik zag en zie, een stormwind kwam uit het noorden,
een zware wolk met flikkerend vuur en omgeven door een glans;
daarbinnen, midden in het vuur, was wat eruit zag als blinkend metaal.
En in het midden daarvan was wat geleek op vier wezens;
en dit was hun voorkomen:
Zij hadden de gedaante van een mens,
ieder had vier aangezichten en ieder van hen vier vleugels.
En verder:
En wat hun aangezichten betreft,
die geleken bij alle vier ter rechterzijde op dat van een mens en dat van een leeuw;
bij alle vier ter linkerzijde op dat van een rund;
ook hadden alle vier het aangezicht van een arend.
Hun vleugels waren naar boven uitgespreid;
ieder had er twee die met elkaar verbonden waren;
en twee bedekten hun lichamen.
Deze zeer mysterieuze en fraaie tekst is het uitgangspunt van de joodse mystici en in de zogenaamde Hechalothboeken kunnen we de mystieke ervaringen lezen, die zij in het verleden beleefden op hun reis door de Hemelse Hallen naar de Godswagen.
Vandaar dat deze mystici ook wel de ‘wagenberijders’ worden genoemd, aangezien zij trachten van de ene hemelsfeer in de andere te komen. De procesgangen die de ‘wagenberijders’ doormaken, staan in nauwe relatie tot wat Valentinus in zijn manuscript van de Pistis Sophia heeft geschreven. De Pistis Sophia moet ook de diverse eonen of sferen doorkruisen en wordt daarbij gehinderd door de wachters van die betreffende hemelsferen, die haar de doortocht willen belemmeren.
De mens heeft zich voor de afdaling vanuit de goddelijke wereld een met vlees beklede ziel gevormd.
Bij haar terugkeer naar omhoog zal zij weer de diverse hemelsferen doorkruisen en zal zij zich weer ontdoen van de stoffelijke gewaden die zij nodig had voor een leven op de aarde.