Kluun schreef voor de maand van de spiritualiteit het boekje:
‘God is gek’ met als ondertitel ‘de dictatuur van het atheïsme’.
Veel psychologen stelde in de twintigste eeuw dat God een
projectie is van het menselijk denken. Nietsche zei: ‘God is dood’.
In het Judasevangelie lacht Jezus over het dankgebed van zijn leerlingen;
waarop zijn leerlingen vragen: ‘Waarom lacht u ons uit om ons dankgebed?’
Zij krijgen van Jezus als antwoord: ‘Ik lach niet om jullie, want jullie doen dit
niet uit eigener beweging, maar hierdoor wil jullie God lof ontvangen’. Jezus
neemt afstand van zijn leerlingen, hij spreekt niet over onze God maar over
jullie God! Dat wil zeggen: wat jullie er van gemaakt hebben. Vervolgens
werpen de leerlingen tegen: ‘Meester, u bent de zoon van onze God’. Waarop hij
zegt: ‘Vanwaar kennen jullie mij? Waarlijk, ik zeg jullie: ‘Geen enkel geslacht
van de mensen die bij jullie zijn zal mij kennen’. Jezus geeft hier aan, dat God in
het denken niet is te vinden. Het denken brengt alleen projecties van God voort.
De Rozenkruisers spreken over de geestvonk in het hart van de mens.
Echter zolang de vonk niet tot vlam is geworden zal de mens God niet kennen.