Hoe kunnen we het levenswerk van Jiddu Krishnamurti beter illustreren, dan door - als een klein voorproefje op de 3e lezing uit de lezingencyclus over Spirituele Wereldleraren - deze kleine, fragiele, bijna doorzichtige man uit India, zelf aan het woord te laten?
Krishnamurti gaat te werk met de precisie van een hersenchirurg. Keer op keer laat hij ons zien, hoe wij gevangen zitten in onze innerlijke en uiterlijke beelden. Met een niet aflatend geduld verklaart hij ons telkens weer, hoe deze gedachtespinsels op ons inwerken en ontleedt hij onze menselijke hersenkronkels als met de scherpzinnigheid van een fileermes. Pijnlijk nauwkeurig gaat Krishnamurti hierbij te werk, waardoor hij ons laat hij zien, hoe wij ons ‘denken-zelf’ onder de loep kunnen nemen en aan een grondig onderzoek dienen te onderwerpen, waardoor wij zelf kunnen constateren, wat er feitelijk mis is met de werking van ons verstandsapparaat.
Hij benadert zijn ‘leerstof’ met zoveel intelligentie en zoveel liefde, dat wij er op den duur niet meer aan kunnen ontkomen, om - al was het maar een glimp - te gaan begrijpen, van wat hij ons zo indringend probeert duidelijk te maken. Krishnamurti is de observeerder, die constateert, signaleert, waarneemt en aan ons probeert over te dragen wat hij ontdekt, gezien en begrepen heeft. Hij wijst ons op tal van aspecten, die zogenaamd buiten onszelf liggen en laat ons zien, hoe zij feitelijk ‘in ons’ met onszelf verweven zijn. In zijn boek ‘Vrijheid van het bekende’ geeft hij, naar aanleiding van een vraag over zelfbedrog, het volgende antwoord:
Wat is de oorzaak, wat is de basis van zelfbedrog?
Hoevelen van ons zijn feitelijk gewaar, dat wij onszélf misleiden?
Moeten wij niet gewaar zijn, dat wij onszelf bedriegen,
voordat wij de vraag kunnen beantwoorden
’Wat is zelfbedrog en hoe ontstaat het’?
Weten wij, dat wij onszelf bedriegen?
Wat bedoelen wij met dat bedrog?
Ik meen, dat dit zeer belangrijk is,
omdat, hoe meer wij onszelf bedriegen,
des te groter is de kracht in het bedrog;
deze geeft ons namelijk een zekere vitaliteit,
een zekere energie, een zeker vermogen, dat met zich brengt,
dat wij ons bedrog ook op anderen toepassen.
Langzamerhand bedriegen we dus niet alleen onszelf,
maar ook anderen. Het is een proces van zelfbedrog,
waarin wij elkander wederzijds beïnvloeden.
Zijn wij gewaar van dit proces?