maart 2010

Eén van de mooiste verzen met betrekking tot het Levenspad is en blijft het volgende:

Vriend,
wat doet u met het leven dat u kreeg?

Geeft u het terug, na getelde jaren,
verminkt,
na werken, eten, drinken, vrolijk zijn,
na spel van lief en leed?

En eindigt u het onbewust,
zoals u het begon?

Of durft u het aan
de tocht omhoog te gaan,
misschien moeizaam,
maar stap voor stap zeker,
door als welbewuste naar geest, ziel en lichaam,
in wil, wijsheid en werkzaamheid,
alles te aanvaarden,
wetend dat niets zonder zin is?

In zeven spiralen
vier een telkens verhevener afscheid,
waardoor ongeweten de rechte weg vrijkomt
voor de innerlijke mens
die u werkelijk bent;
die, boven de ondergaande natuur
de velden van wording binnengaat.

Zó geven
is leven.

Vraagt dit nog verdere toelichting? Het leent zich beter voor een stille overdenking.

Velen stellen zich deze vragen. Maar hoe moeilijk is het een antwoord te vinden. Hier is er één. Wellicht niet voor iedereen bevredigend, maar hopelijk geeft het wel een prikkel tot zoeken.
Rozenkruisers menen dat er een pad omhoog is. Niet een pad dat de stoffelijke betreder verheft, maar een pad dat de innerlijke mens, de Goddelijke mens in hem omhoog voert. Dat proces is een proces van ‘geven’. Het oude ik schenkt zich weg en blijft achter, een nieuwe mens rijst op.

‘Zó geven is leven’