maart 2010

De laatste pastoor van de St. Laurenskerk te Rotterdam

Huibert Duifhuis (c.1515-1581) was de laatste pastoor van de St. Laurenskerk in Rotterdam. Toen de stad in 1572 bezet werd door de Spanjaarden vluchtte hij naar Keulen, waar hij in contact kwam met spiritualisten als Hendrik Niclaes en later Hiël. In 1574 werd hij pastoor van de Jacobskerk in Utrecht en brak in 1578 met het katholieke geloof. Deze kerk werd het model van een a-confessionele religieuze gemeenschap. Duifhuis leerde, dat indien de mens gered wil worden, hij met God één dient te worden door spirituele wedergeboorte. Daardoor kan de zondige mens herschapen worden in het zondeloze evenbeeld van God. Door wedergeboorte, beloofde Duifhuis, zullen de gelovigen een nieuw hart en een nieuwe geest ontvangen, namelijk dat van Christus zelf. Zij zullen dan veranderen van de oude Adam in Christus, de nieuwe hemelse Adam. Duifhuis leerde dus dat de mens door wedergeboorte verenigd wordt met God en geleidelijk één wordt met diens natuur:

‘Allenxkens sijnen aerde gelijckformich worden’

Met deze spiritualistische opvattingen stond Duifhuis niet alleen in de Nederlanden. Dirck Volckertsz Coornhert en Herman Herberts, die onder meer in het naburige Gouda woonden, hadden soortgelijke opvattingen. Bovendien verklaarde niemand minder dan Willem van Oranje, die zich in februari 1580 onder de vele toehoorders van Duifhuis bevond, deze preek de meest stichtelijke te vinden, die hij ooit gehoord had.

Het Lectorium Rosicrucianum, met een vestiging in Rotterdam, spreekt ook van de wedergeboorte of transfiguratie op basis van het geestvonkatoom of roos des harten. Wanneer deze vonk kan worden aangewakkerd zal de mens door dit vuur procesmatig worden vernieuwd naar geest, ziel en lichaam. In die zin is er dus een opvallende overeenkomst met de laatste pastoor van de St. Laurenskerk te Rotterdam en de moderne Geestesschool van het Gouden Rozenkruis.