Zingeving

In Nederland schijnen er vijf miljoen mensen rond te lopen, die wegens gebrek aan zingeving in hun leven, zich verweesd voelen. Die stemming uit zich in bijvoorbeeld een politieke keuze, maar ook in angst en agressie. De “oude” zingeving van religieuze overlevering en maatschappelijke idealen is voor deze mensen weggevallen, en zo zijn ze in een vacuüm terechtgekomen. De hieruit voortkomende onvrede vertaalt zich in het aanbrengen van duidelijke grenzen tussen goed en kwaad. Alles wat zogenaamd kwaad in hun ogen is, wordt buitengesloten. Deze nieuwe zingeving geeft richting aan het leven en voldoet zo aan een behoefte, namelijk de behoefte aan een overzichtelijk wereldbeeld.

Je kunt je afvragen of dit soort zingeving, die de oude vervangt, iemand echt verder helpt.
Het lijkt meer op een kortetermijnoplossing. Want wat buiten- of uitgesloten wordt, verdwijnt niet. Bovendien wordt het zicht op de wereld en op medemensen beperkt. Dat de oude zingeving nu niet meer voldoet, is evident. Daarvoor is nodig je in een cocon van traditie, conservatisme, overgeleverd ritueel en moralisme terug te trekken, en ook die levenshouding kent een duidelijke beperking. Kortom, heeft zingeving nog wel zin?

Zingeving gaat er van uit dat het leven zin heeft, of althans moet hebben. Die houding is meestal gebaseerd op de idee, dat het leven of de natuur een doel heeft. Als je het einddoel weet, zo wordt geredeneerd, weet je ook de richting waarin je moet gaan. Probleem is vaak dat het einddoel over het algemeen onduidelijk, half bewust of aan- c.q. overgenomen is.
En is het doel wel helder geformuleerd, dan is het bij bijvoorbeeld de christelijke catechismus geprojecteerd naar een onbekende toekomst in een voor ‘n gewone sterveling onbekend terrein, zoals de hemel.

De filosoof Spinoza dacht dat de wereld, het leven of de natuur, geen doel in zich heeft. Wat een mens werkelijk richting in zijn leven geeft is niet een wel of niet vage, gewenste toekomstverwachting, maar waardoor hij van binnenuit gedreven wordt. En dat is zijn verlangen, zijn wil. Die werkt het sterkst, krachtiger dan gevoelens en gedachten. En alles wat verlangd wordt, stuwt tot één ding: vervulling. Het verlangen, maar meer nog de vervulling geeft zin aan het leven. Die zin hoeft niet bedacht, beschreven of gesteld te worden.

Als men deze drijfveer in zichzelf herkent, is zingeving niet meer nodig. Dan kan men zich richten op wat het leven geeft en van ons vraagt. Daarvoor is openheid nodig, een totale aanvaarding van wat het leven biedt, zonder onderscheidingsvermogen en oordeelskracht te verliezen. Dan wordt ook de toekomst open gehouden. Eigenlijk doet die er niet (meer) toe. We worden gedreven door verlangen. Het enige wat we ons dan nog moeten afvragen is: wat verlang ik in diepste wezen?