Mozart, Rozenkruisers en Vrijmetselarij

Najaarssymposion van het Lectorium Rosicrucianum            

Met veel aandacht voor zijn muziek, met fragmenten uit de Vrijmetselaarscantate KV 693 en aria’s en koren uit Die Zauberflöte, brengt de Internationale School van het Rozenkruis op de laatste zaterdag van november 2008 op haar conferentieoord Renova te Bilthoven een unieke benadering van Mozart. Tijdens deze dag valt het licht op Mozart, Rozenkuisers en Vrijmetselarij.

Uitgenodigd als sprekers zijn onder andere Tjeu van den Berk en Ronald Commers, die beiden vanuit een eigen visie de spirituele achtergrond laten zien waartegen Mozart opereerde. Daar is allereerst aandacht voor de vrijmetselaarsomgeving in Wenen, waar Mozart aan het einde van zijn leven werkte. Op welke wijze werkte de impuls van het rozenkruis door in de loges van Wenen aan het einde van de achttiende eeuw? Van den Berk schrijft, enigszins samengevat: ‘Nu weten we dat Mozart een vrijmetselaar was. Maar niet iedere vrijmetselaar was ook Rozenkruiser. Eigenlijk had je in Wenen aan het eind van de achttiende eeuw twee groepen vrijmetselaars: de ene groep streefde naar verlichting in maatschappelijk-politieke zin, de andere naar Erleuchtung, naar mystieke verlichting. De laatste groep stond in relatie tot een genootschap dat nauw aan de Rozenkruisers verwant was.’

In 1786 trad Mozart toe tot de loge ‘Zur neugekrönnten Hoffnung’, die op het spoor van de Rozenkruisers zat. Vier jaar later kwam keizer Leopold II, die de vrijmetselarij goed gezind was, op de troon. De twee jaren van zijn bewind duurden net lang genoeg voor de planning van Die Zauberflöte. In september 1791 werd de opera voor het eerst opgevoerd en wel onder leiding van Mozart zelf. Twee maanden later dirigeerde de componist zijn Kleine Freimaurer-Kantate voor de inwijding van de nieuwe tempel van zijn loge. En drie weken later stierf hij. Lees meer...