De ware kennisweg
Vanuit het nieuwe denken kunt u uw wil, uw verlangen en begeren onder controle krijgen. Want de gedachten gaan voor het willen uit, gaan aan het willen vooraf.” Spinoza’s Ethica, die doordesemd is van de hunkering om de ziel met het hoogste Goed, God, te vervullen, zou men dan ook kunnen lezen als een hermetische handleiding voor de groeiende ziel op weg naar de eeuwige goddelijke kennis, wijsheid en liefde.
Banvloek
De denkbeelden van de van joods Portugese afkomst zijnde Baruch de Espinoza (1632 – 1677) werden hem door de meeste tijdgenoten niet in dank afgenomen. In 1656 deed de joods gemeente van Amsterdam hem zelfs in de ban. Hij stopte daarop zijn werk voor de im- en exportzaak van zijn vader en probeerde als lenzenslijper in zijn onderhoud te voorzien. Het werd het begin van een uiterst teruggetrokken leven waarin hij zich later in Rijnsburg vestigde om zich enige tijd bij de Rijnsburger Collegianten te vervoegen. Daarna trok hij naar Voorburg. Zijn leven lang bleef hij echter een verstotene. Hij moest zijn scheppingen bekopen met de grote eenzaamheid, die eigen is aan vrijwel elk genie. Veelzeggend voor zijn tragiek is dat hij zijn bekende Tractatus theologico – politicus niet onder zijn eigen naam durfde uit te brengen.
Eeuwige, immanente God
Het beeld van een hemel – zoals gangbaar in het dogmatische christendom - als
beloning voor een onberispelijk burgerlijk bestaan wees Spinoza af: “Wie goed doet met het oog op een beloning in het hiernamaals, handelt niet moreel maar egoïstisch.”
Hij rekende eveneens af met de antropomorfe godsidee, die klassiek vaak wordt uitgebeeld in een vaderlijke godsfiguur op een grote troon. Zijn indrukwekkende beeld van de oneindige, eeuwige en immanente God kreeg de hoon van zijn tijdgenoten: zij beschouwden hem als een gevaarlijke atheïst.
Juist door het denken in een universeel, dynamisch godsbegrip te funderen en het op te bouwen vanuit onweerlegbare axioma’s, alsmede door de gerichtheid van de ziel op het absoluut Goede, ontketende Spinoza een werking en werkzaamheid van het spirituele denken die voor de westerse ontwikkeling baanbrekend en superieur zou blijken te zijn. Spinoza houdt een pleidooi voor de eeuwigheid in het nu van de menselijke geest. Daarin is de echo te horen van de gnosticus Valentinus die in het begin van de jaartelling al liet optekenen: “Zij die zeggen dat men eerst zal sterven en daarna opstaan, vergissen zich. Als men niet tijdens het leven de opstanding ontvangt, zal men ook in de dood niets ontvangen.”
De moderne gnosticus herkent bij Spinoza diens nadruk op het actuele moment van de arbeid, het nu, en zijn onophoudelijk streven - in blijmoedigheid en vrijheid - naar de eenheid met de oorspronkelijke natuur.
![]() |
Meer lezen over Spinoza? Lees dan de uitgave van de Rozekruispers: Symposionreeks, Haarlem |