verhaal 9 - 12 jaar

De vlieger en het land van de zon

Wat is die Michiel toch druk bezig! Hij zit aan tafel en op de tafel ligt papier, van dat papier waar je doorheen kunt kijken. En er ligt een schaar, houten latjes en een rol touw. Met zijn tong tussen zijn tanden knipt hij heel precies op het lijntje. Ja, want zijn vader heeft op het papier een lijn getekend waar hij precies op moet knippen. Dat is het moeilijkst.

Michiel maakt een vlieger en zijn vader helpt hem daarbij. Van de latjes maakt hij een kruis, dan touwtjes spannen tussen de latjes. Dat kan Michiel niet zelf, dat doet zijn vader. Michiel moet steeds heel stevig zijn duim op het knoopje leggen, zodat zijn vader er nog een stevige knoop bovenop kan leggen. Zo, nu het papier erop lijmen en een lange staart met veel strikken eraan maken.
"Nu is de vlieger helemaal klaar," zegt vader.
"Nee, nog niet helemaal, want ik wil graag ogen op mijn vlieger maken," zegt Michiel.
"Ogen? Ja, dat staat wel leuk misschien. Die kun je van dat papier knippen en op de vlieger plakken."

Vader geeft Michiel de schaar aan en deze knipt weer heel precies. Zachtjes zegt hij tegen de vlieger: "Zo, nu kun jij straks alles daarboven in de lucht zien, vliegertje. En als ik je dan naar beneden haa1, vertel je me alles wat je gezien hebt. Want weet je vlieger, ik zou zo graag willen weten hoe het eruit ziet in het land van de zon." De vlieger is nu echt af. Vanaf het papier kijken twee vriendelijke ogen Michiel aan.

De volgende ochtend staat Michiel vroeg op. Nog voor het ontbijt staat hij op het grasveldje voor zijn huis zijn vlieger op te laten. Terwijl hij hard rent, laat hij stukje voor stukje het touw afrollen. En langzaam, langzaam trekt de vlieger de lucht in. Dan loopt hij wat langzamer om vervolgens stapje voor stapje achteruit te lopen om zijn vlieger goed te kunnen zien. Zijn rol touw is op, hoger kan de vlieger niet. Er staat een flink windje en de vlieger staat goed in de lucht.
"Michiel, waar blijf je nu. Je moet nog eten en je moet zo naar school," roept zijn moeder.
Ja, Michiel zit ook op school. Nog niet zo lang hoor, eigenlijk nog maar kort. Het is best leuk op school maar soms, vandaag bijvoorbeeld, zou hij toch het liefst de hele dag met zijn vlieger gespeeld hebben. Michiel krijgt een idee. Hij knoopt het touw van de vlieger aan het tuinhek vast. Dan kan de vlieger de hele dag in de lucht blijven. Vlug twee goede knopen erin en hij rent naar binnen.
"Eet je boterham maar onderweg op, hier is je tas. Ga maar gauw en voortaan sneller komen, hoor!"
"Ja mam, dag mam." En weg is hij. Onderweg zwaait Michiel nog even naar zijn vlieger.

Op school vergeet hij de vlieger een beetje, hij speelt met de blokken en hij fietst op het schoolplein. Maar 's middags weet hij het weer. Hij maakt vier tekeningen van vliegers! Na schooltijd rent hij vlug naar huis. Ja hoor, zijn vlieger zit nog steeds vast aan het tuinhekje.
Michiel zwaait en zegt: "Ik ga even thee drinken hoor, kijk nog maar even rond."
"Mam," vraagt Michiel terwijl hij met zijn moeder een kopje thee drinkt, "heb je nog ergens touw?"
"Je hebt toch al een hele bol," antwoordt zijn moeder.
"Ja, maar hoe meer touw ik heb, hoe hoger de vlieger de lucht in kan."
"Misschien zit er nog wat in de keukenla en ik geloof dat er in de schuur ook nog wel wat ligt." Michiel zoekt het hele huis en de schuur af naar stukjes touw en hij knoopt alle eindjes aan elkaar. Tegen de tijd dat hij klaar is, is het al bijna etenstijd en gaat hij zijn vlieger binnenhalen. De hele bol touw moet weer worden opgerold.
"Wat heb je allemaal gezien, vlieger? Vertel het me straks maar want ik ga nu eerst eten en daarna moet ik naar bed en dan zal ik rustig naar je verhalen kunnen luisteren."

Nog nooit heeft Michiel zo snel zijn tanden gepoetst en zijn tenen gewassen. Binnen tien tellen ligt hij schoongewassen in bed en zegt hij: "Welterusten pap."
"Hoef ik niet meer voor te lezen?" vraagt zijn vader verbaasd.
"Nee, want ik ga naar mijn vlieger luisteren. Hij gaat mij alles vertellen wat hij vandaag gezien heeft!" Verbaasd geeft vader Michiel een kus en gaat naar beneden.
"En vlieger wat heb je allemaal gezien?" De vlieger vertelt dat hij Michiel heeft zien zwaaien. Dat hij Michiel op het schoolplein heeft zien fietsen en dat hij veel vogels heeft gezien.
"Heb je ook het land van de zon gezien?" Nee, het land van de zon heeft de vlieger niet gezien.
"Weet je vlieger, ik heb nog meer touw verzameld. Dan kun je nog hoger komen. Misschien kun je dan wel het land van de zon zien." Michiel valt snel in slaap en je kunt wel raden waar hij over droomt.

Natuurlijk staat hij de volgende ochtend weer heel vroeg op en laat hij zijn vlieger in de lucht. Hij knoopt het nieuwe stuk touw aan het oude vast en de vlieger vliegt hoger en hoger in de lucht. Michiel ziet hem haast niet meer. Snel bindt hij hem weer aan het tuinhek vast en gaat naar binnen voor het ontbijt. Op school tekent hij wel tien vliegers en een heleboel zonnen.
's Middags bij de thee vraagt hij: "Mam, heb je misschien nog wat touw?"
"Touw? Nog meer? Nou, dat weet jij beter dan ik, je hebt toch gisteren alles al gepakt?" zegt zijn moeder.
"Ja, dat is waar maar ik dacht, misschien heb je wel nieuw touw gekocht."
"Is je vlieger nog niet hoog genoeg dan?" vraagt zijn moeder.
"Ja, misschien wel, maar dat weet ik vanavond pas," zegt Michiel geheimzinnig.
Zijn moeder haalt haar schouders op en zegt nog: "Haal je vlieger wel op tijd binnen, het zal wel lang duren voor je al dat touw opgerold hebt en we moeten op tijd eten."

Michiel heeft alweer een plannetje bedacht. Elastiekjes, als ik nou eens elastiekjes verzamel en die aan elkaar knoop, dan krijg ik weer een lang koord. Ik weet zo al een doosje vol op vaders bureau. In de keukenla liggen de elastieken van mijn broodtrommel en in mijn rommeldoosje zitten er ook nog wel een paar. De hele rest van de middag is Michiel druk bezig met het aan elkaar knopen van al de elastiekjes. O, daar is papa al en ik moet de vlieger nog binnenhalen! Nog net op tijd zit Michiel even later aan tafel, zijn vlieger ligt al naast zijn bed.

's Avonds als het licht in z'n kamer uitgaat vraagt Michiel:
"En wat heb je vandaag allemaal gezien, vlieger?" De vlieger vertelt dat hij heel veel wolken heeft gezien, dikke witte en donkere grijze wolken. Hij vertelt dat hij Michiel als een stipje heeft gezien.
"Ben je vandaag dan in het land van de zon geweest?" vraagt Michiel hoopvol.
Nee, in het land van de zon is de vlieger niet geweest. Even is Michiel teleurgesteld, maar dan denkt hij weer aan al die aan elkaar geknoopte elastieken. Het is een heel lang koord geworden. Misschien morgen! Morgen zal het vast lukken, denkt Michiel en hij valt in slaap.

Als Michiel de volgende ochtend zijn boterham eet staat de vlieger al hoog in de lucht. Zo hoog dat je hem niet meer zien kan. Die dag kan Michiel echt alleen maar aan zijn vlieger denken. Hij tekent er wel honderd en ook nog eens zoveel zonnen erbij. En 's middags moet hij meteen na zijn kopje thee beginnen met zijn vlieger naar beneden te halen, want het touw is nu zo lang geworden dat hij net klaar is met oprollen als hij moet eten.

Na het eten ligt hij weer snel in bed en als zijn vader de kamerdeur dicht doet vraagt hij:
"Wat heb je dit keer allemaal gezien, vlieger?" En de vlieger vertelt dat hij boven de wolken is geweest en dat hij vliegtuigen heeft gezien. Hij vertelt dat hij dicht bij de zon is geweest en dat het erg warm was.
"Ben je dan in het land van de zon geweest?" vraagt Michiel blij. Even blijft het stil en dan zegt de vlieger: "Nee, in het land van de zon ben ik niet geweest."
"Maar je bent toch heel dicht bij de zon geweest?"
"Ja, maar dichterbij kon ik toch niet komen want dan zou ik verbranden. Maar weet je Michiel, ik heb iets ontdekt. Het land van de zon waar jij naar verlangt is ergens anders. Het is dankzij jouw touw dat ik zo dichtbij kon komen. Want anders zou ik tegen de bomen of tegen de elektriciteitspalen stuk slaan. Alleen het land van de zon is nog veel verder en ik kan het nooit bereiken zolang ik vastzit aan jouw touw.

" Michiel denkt na. Ja, hij begrijpt het wel: de zon die hij heeft gezien hoort bij ons land, bij onze wereld. Hij kan hem immers elke dag zien? Het land van de zon waar hij zo naar verlangt ligt vast veel hoger, veel verder, op een totaal andere plek.
"Maar als je boven alles bent en ik je dan loslaat kun je me niet van het land van de zon vertellen," zegt Michiel.
"Je weet het dan zelf Michiel, want het licht van het land van de zon zal dan stralen in je hart!"

De volgende morgen staat Michiel heel vroeg op om zijn vlieger op te laten. En dan los! En terwijl de vlieger omhoog stijgt tot waar Michiels oog hem niet meer volgen kan, weet Michiel dat hij zelf ook op reis is. Op reis naar het land van de zon. Zijn verlangen gaat hem voor - het wordt een vast geloof in zijn hart.