• Om onze audio en video te kunnen bekijken moet u al onze cookies accepteren. Klik om je cookie instellingen aan te passen.;

10 Identiteit

Deze keer willen wij de verwerkelijking van onze ware identiteit,

aan de hand van het gedachtegoed van de wijsgeer Lau Tze,

als uitgangspunt voor onze bezinning nemen.

 

De inzichten van Lau Tze getuigen van de magistrale
universele wijsheid ij zijn Tau Teh King.

De beeldentaal, die daarin wordt gebruikt,

werd voor ons ontsloten door de heer Jan van Rijckenborgh.   

 

Zo willen wij elkaar dan plaatsen voor enkele woorden,

die verwijzen naar het mysterie en de essentie van alle openbaring.

De oergrond aller dingen: Het Tao.

Men kan dit woord vertalen als het ons bekende woord God, de Logos
of Gnosis.

Dit Tao kan niet gezegd worden.

Het kan niet in volkomenheid omschreven worden.

Het komt uit zichzelf voort en is in zichzelf geworteld.

Het kan vermoed, maar niet gekend worden.

Voordat hemel en aarde bestonden, bestond Het in alle eeuwigheid.

 

Twee menselijke gestalten

 

Tao baart één.

Eén baart twee.

Twee baart drie.

Drie baart de tienduizend dingen.

 

In deze eenvoudige woorden plaatst Lau Tze het mysterie van het leven
voor ons bewustzijn.

 

Uit Tao, de kracht die geen oorzaak kent, maar die is, die was en die zijn zal,

komt het Ene voort. Zijn werkzaamheid. Zijn Geest.

Door deze werkzaamheid komt het ontvangende, het tweede principe,

de Wereldmoeder, tot openbaring.

Met de Wereldmoeder wordt bedoeld, een veld van reine, ongeschonden,
astrale substantie. Uit deze Moeder dient het gehele Al te worden voortgebracht.

Het gehele scheppingsplan van de Vader, dient uit deze Moederkracht tot aanzijn te worden gevoerd.    

 

Uit de Vader stralen godsvonken, waarin de Geest Gods is.

De godsvonk is het goddelijke zaad.

Alles wat in deze godsvonk besloten ligt, moet door het contact met
de Wereldmoeder, dat is dus het reine astrale veld, tot groei,
tot openbaring komen.

Zo wordt, door het zaad van de Vader, de Geest,

uit de Wereldmoeder,

het Kindschap Gods een heerlijke werkelijkheid.

 

De grote betekenis van het middelpunt van deze drie-eenheid,
de Wereldmoeder,

is door de eeuwen heen niet of nauwelijks begrepen.

Dit middelpunt is een veld dat zich rond ieder levensgebied,
waarin goddelijke vonken tot ontwikkeling worden gebracht,
heeft samengetrokken.

In dit veld worden stromingen onderhouden; er gaan stralingen van uit. 

Vanuit deze machtige bron worden alle kinderen Gods gevoed.

 

In de gewijde geschriften van alle tijden wordt dan ook gesproken van

“de mateloze oceaan van oersubstantie”, en ook van “het water des levens”.

Uit deze ene kracht moet “het” leven worden verklaard.

Zonder deze kracht des levens kan enig openbaringsverschijnsel 

niet met de naam “leven” worden aangeduid.

 

En wij, herkennen wij onszelf als een ongeschonden uitdrukking van deze
alles omvattende levenskracht?  U kunt zelf het antwoord op deze vraag geven.

De wereld, die wij vorm geven, spreekt voor zichzelf.

Een geborene uit deze natuur leeft niet uit het reine astrale veld
van de Wereldmoeder.

 

Wij zijn ontsprongen aan en worden onderhouden door het astrale veld van de valse moeder (in sprookjes wordt dat verbeeld door het archetype van de stiefmoeder).

Dat is het astrale veld van onze wereld.

 

 

Daardoor zijn wij gebonden aan een totaal andere levensgerichtheid en tonen

dientengevolge een heel andere levenshouding, met als consequentie een heel andere levensuitkomst dan zij die de Wereldmoeder vereren en dienen.

 

Zie nu de grote tegenstelling. Zie de twee menselijke gestalten:

de mens levende uit zijn directe scheppingsbron, 

én de mens geboren en levende uit déze natuur.

 

Beiden gaan uit van een godsvonk, de onsterfelijke kern van
het menselijk stelsel.

 

Stagnatie

 

Wij spreken van twee menstypen.

Beiden gaan uit van een godsvonk. 

 

Het eerste type leeft uit het astrale veld van de Wereldmoeder,

waarin de geest van God zich openbaart en zich direct kenbaar maakt.

Hierin  komt het werkelijke kind van God, de ware mens,
uit en door de godsvonk, tot aanzijn.

 

De wijsheid, die God zelf is, kan direct en volstrekt 

gebruik maken van het verstandsapparaat.

 

Geen enkel aanzicht van de levenshouding, geen enkele uitkomst daarvan,

is speculatief of betreurenswaardig.

Integendeel, elk denken, handelen, willen en voelen

maakt de ware identiteit van de mens, de heerlijkheid van Tao, openbaar.

 

Zie daarnaast de andere mens.

Hij is gebonden aan de chaotische krachten van deze wereld.

Is hij een mens in de ware betekenis van het woord?

Een manas, een denker, een Godenzoon?

 

Hij is het niet, omdat hij nog gevangen ligt in het ondoorzichtige web
van de krachten van deze wereld.

Zijn openbaring, zijn wording uit en door de godsvonk, is gestagneerd.      

 

En nu spreekt de stem uit de verte der eeuwen,

bij monde van Lau Tze, de Universele woorden:

 

Het onvolmaakte zal volmaakt worden.

Het gebogene zal recht worden.

Het holle zal vol worden.

Het versletene zal nieuw worden.        

 

Deze woorden vervullen een ieder, die de in-eigen toestand innerlijk schouwen gaat, met verlangen en moed.

Hij, zij, wil medewerker worden in het grote heilige werk.

Een werk dat betrekking heeft op een proces in vier fasen,
met vier grote mogelijkheden, dat als volgt voor ons ligt:

 

1. de weg der vervolmaking,

2. het recht maken der paden,

3. het ontledigde vullen,

4. de vernieuwing door transfiguratie.

 

 

Vervolmaking

 

Het onvolmaakte zal volmaakt worden,

het gebogene zal recht worden,

het holle zal vol worden,

het versletene zal nieuw worden,

 

Bij het horen van deze tekst van Lau Tze, heeft u misschien gedacht dat dit

een soort mystiek opwekkend woord was.

Iets van: “ hou vol en zet maar door, het komt allemaal wel goed”.

Waarbij het er niet zozeer op aan komt wat men zegt en hoe men het zegt,

als wel blijk geeft van een soort liefdevolle gezindheid:

”Het kromme zal heus wel recht worden”.

 

Nee, de aard van dit woord, de volgorde van zijn aanzichten, dus zijn structuur,

is volledig één met de goddelijke natuurwet.

De al-openbaring van schepping en schepsel voltrekt zich volgens
déze natuurwet.

Met betrekking tot Gods schepsel, de ware de mens,
geldt namelijk het volgende:

 

Na een periode van voorbereiding en toebereiding,

die men involutie noemt, wordt de mens voor een opgaaf geplaatst,

die men als evolutie aanduidt. 

Involutie is dus de indaling, de inwikkeling in de materie,

evolutie is de ónt-wikkeling, de bevrijding uit de materie.

 

In tegenstelling tot wat velen menen,

is deze evolutie zeker geen volautomatisch proces.

De mens wordt niet geëvolueerd, hij dient zichzelf te evolueren

en zijn ware identiteit zelf te verwerkelijken.

 

Hij dient het doel Gods in en door zichzelf groot te maken,

zonder dwang, volkomen vrijwillig en in een volstrekte kennende liefde.

Daartoe wordt de mens bij de aanvang van het proces tot zelfverwerkelijking,

dus van het groot maken van de God in hem, geplaatst voor de weg
der vervolmaking.

 

Hij wordt in kennis gesteld van het gehele plan.

En de uitspraak: ‘al het onvolmaakte zal volmaakt worden’,

ligt in dit eerste aanzicht verborgen.

Iedereen die dit innerlijk herkent, zal de weg der vervolmaking voor zich zien.

Het plan, dat dan ontsluierd wordt, dient te worden uitgevoerd.

Het dient te worden vervuld door de mens zelf, in vrijwilligheid, met toewijding,

dus met algehele interesse en grote liefde.

 

De kracht, die in het midden is, stelt een ieder in staat het doel te bereiken.

Het zal u duidelijk zijn, dat zij die deze kracht kennen,

geen enkele moeite hebben met het recht maken der paden.

Ja, zij zullen met volledige interesse en als vanzelfsprekend, 

iedere gelegenheid benutten om de geschouwde weg der vervolmaking,
te bewandelen.

Het gebogene zal recht worden.

 

 

Het ‘ik’ moet minder worden

 

 

Dit “recht maken der paden” wil zeggen, alle voorbereidingen treffen,

alle voorwaarden scheppen, tot de terugkeer naar het punt van uitgang.

Wie dit in de praktijk gaat brengen, zal dáár correcties aanbrengen,

waar deze terugkeer nog belemmeringen ondervindt.

Hij zal derhalve in een zeer vernieuwende levenshouding treden,

met als uiteindelijk  resultaat, dat het ontledigde kan worden gevuld.

Wat wil Lau Tze ons hier zeggen?

Wel, als enig mens in staat blijkt de vernieuwende levenshouding vol te houden,

doordat hij, door zijn groeiend onderscheidingsvermogen, zijn ziel dáár brengt waar zij zich gelaafd weet, zal het ontledigde weer worden gevuld.

 

De mens van déze wereld is ontledigd van het prana des levens.

Deze oorspronkelijke astrale kracht, de levenskracht van
de Moeder des levens, dient dus weer in het persoonlijkheidsstelsel
te stromen.

 

In deze fase wordt de mens bezield met nieuwe zielekracht:

‘Het holle zal vol worden’;

het stelsel wordt opnieuw vol gemaakt met nieuwe levenskracht.

 

Nu kan de vierde grote mogelijkheid worden aangewend.

Want hoe kan het anders, “het versletene zal nieuw worden”

De vernieuwing door transfiguratie zal zich gaan voltrekken.

 

En zo blijken ook de volgende woorden, direct in dit proces thuis te horen.

Lau Tze zegt:

Met weinig wordt “het” verkregen. Met veel dwaalt men ervan af.

 

En hoewel deze woorden van een verbijsterende eenvoud zijn,

wijzen zij ons ten volle op het verbrekende karakter van het

gnostieke pad der zelfverwerkelijking.

 

Om naar het werkelijke zelf iets te worden,

dient men zich naar het oude zelf volkomen te ontledigen.

De mens dient tot het niet-zijn door te dringen.

Hij moet de moed hebben af te dalen tot het weinig-zijn.

Met het “weinig-zijn” wordt “het” verkregen;
met veel dwaalt men ervan af.

 

Lau Tze kende de menselijke natuur als geen ander.

Hij gaf daarom ook de volgende aanbevelingen om tot dat weinig-zijn,

tot het minder-worden te komen.

 

1. zelf niet licht schijnen

2. zichzelf niet hoog schatten

3. zichzelf niet roemen

4. zich niet in de hoogte plaatsen

5. in de strijdloosheid staan.                

 

Het gaat hier om een 5-voudige revolte.

Dan zal door het minder worden van het oude zelf,

de Ander in ons, kunnen groeien.

Dan zal de stem van het kernbeginsel in het hart kunnen klinken.

Dan kan de ontmoeting met “Het”, met Tao, worden gevierd.

 

De levende ziel

 

Wie de vier grote mogelijkheden

door middel van de vijfvoudige zelfrevolte tot een werkelijkheid heeft gemaakt,

zal ervaren, dat alles zich naar hem zal voegen.

Dat wil zeggen, dat deze mens zijn gebondenheid aan de oude natuur

teniet heeft gedaan en zijn ware identiteit heeft gerealiseerd.

Het is een wonderbaar gebeuren.

 

Het is goed ons daarvan enige voorstelling te maken.

Een werktuig, een instrument, kan zijn nut  en bestemming alleen dan bewijzen,

als het op de juiste wijze wordt gebruikt.

De menselijke persoonlijkheid is zo’n instrument.

Zij heeft de opdracht zich te bewijzen.

 

Nu wordt zij voortgebracht, steeds weer opnieuw,
door de geboorte uit deze natuur, omdat door verkeerde aanwending
van het instrument, de dood haar telkens weer vernietigt.

Zodra echter de levende ziel de persoonlijkheid gaat leiden,

zal tezelfdertijd de dood tot het verleden gaan behoren en

zal  de natuurgeboorte overwonnen zijn.

 

Zonder de levende zielestaat is de persoonlijkheid altijd onvolmaakt
en zal zij volstrekt onvolmaakt blijven.

Dit klinkt toch heel begrijpelijk.

Daarom kan men zich afvragen hoe het mogelijk is,

dat de mensheid deze logica niet verstaan kan.

De oorzaak daarvan is, dat de persoonlijkheid, als zij geboren wordt,

is toegerust met het bewustzijn van déze natuur.

 

Nu is de mystificatie deze, dat men deze natuurlijke bewustzijnsstaat aanziet

voor de levende zielestaat.

En als men tekorten vaststelt, verkeert men in de veronderstelling,
dat die geleidelijk aan wel zullen verdwijnen als het bewustzijn
aan voldoende cultuur onderworpen wordt.

Helaas zal men tot de ontdekking komen, dat het onvolmaakte nooit volmaakt zal kunnen zijn, als niet alle aanzichten van het volmaakte samengebracht zijn en volstrekt samenwerken.

Het grote wonder van de schepping is juist dit, dat ieder aanzicht van
de volstrekte mens een levend aanzicht is en dat er dus sprake is van een
drie-voudig leven.

Het leven van de persoonlijkheid,

het leven van de ziel

en het leven van de geest.

Wanneer deze drie worden samengevoegd,

een ieder in de staat van zijn goddelijke bedoeling,
dan, ja dan, zal de waarlijk goddelijke mens kunnen leven en zijn.      

 

Tao, de Logos, baart één: de werkzaamheid.

Eén baart twee: de bezielende kracht.

Twee baart drie: de gestalte, waardoor de werkzaamheid en bezieling,

het Plan en de Idee van de Logos, tot uitdrukking kunnen komen.

 

Ziet u, ervaart u de grootse en heerlijke opdracht waartoe wij geroepen zijn?

Gaat u iets proeven van de enorme mogelijkheden die er voor ons weggelegd zijn, als wij ons leven in dienst willen stellen van de Ander in ons?

 

 

Voeg reactie toe