• Om onze audio en video te kunnen bekijken moet u al onze cookies accepteren. Klik om je cookie instellingen aan te passen.;

4 Ontsnappen aan de gevangenis van ruimte en tijd

Deze bezinning staat in het teken van het:

“Ontsnappen aan de gevangenis van ruimte en tijd”.

Dit onderwerp is van vele kanten te belichten, maar wij zullen dit doen vanuit het perspectief van de School van het Gouden Rozenkruis.

De Geestelijke Wereld en de tijdruimtelijke wereld

Eens is de mens vanuit een geheel andere hoedanigheid, een ander gebied,
een andere dimensie, in de grofstoffelijke wereld terechtgekomen.
Het is de wereld die wij ervaren als de natuur waarin wij leven, de wereld die wij d.m.v. onze zintuigen gewaar worden.
De wereld waarin de ontelbare tegenstellingen elkaar in evenwicht houden.
We kennen dag en nacht, leven en dood, vreugde en verdriet, mooi en lelijk, hoop en wanhoop, arm en rijk, vrede en strijd.

Er zijn dus twee werelden, twee levensvelden:

 

Ten eerste: een oorspronkelijk geestelijk scheppingsveld, waar de oorspronkelijke ziele-mens deel van uitmaakte

Ten tweede: een stralingsveld van lagere vibratie, waaruit tijd en ruimte zijn ontstaan, en waarin de oorspronkelijke mens als het ware ‘gevangen’ ligt.

Wij kunnen in ons universum niet verder doordringen dan de driedimensionale ruimte.

Mogelijk kunnen wij wel enigszins begrijpen dat er

een onbegrensd stralingsveld is, waar geen tijd bestaat.

Een stralingsveld dat er dus altijd geweest is en altijd zal zijn,

dat alles doordringt, ja zelfs elk atoom.

Dat is de alomtegenwoordigheid, waartoe wij allen geroepen zijn.

 

In termen van de Gnostieke visie van bevrijding, spreken we van

- het rijk van het Licht en

- de wereld van de duisternis.

 

Ook dit lijkt zo op het eerste gezicht een tegenstelling.

Maar met de duisternis wordt de ons bekende wereld bedoeld.

Ja, het gehele universum.

Niet omdat het hier altijd donker is, maar omdat ons beperkte bewustzijn

 het oorspronkelijke Lichtrijk niet kent en niet gewaar kan worden.

 

In de Bijbel staat hierover:

“Het Licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis heeft het niet begrepen”.

 

Al vanaf het begin van de wording van de mensheid

op deze planeet, heeft het Licht haar vergezeld.

Zo zijn er altijd boodschappers geweest die ons

duidelijk wilden, ja, moesten maken dat deze wereld niet

de menselijke eindbestemming is en dat er een weg is

die uit deze gevallen staat van zijn voert.

 

Boeddha noemde de ons bekende wereld, met al haar beperkingen, de wereld van de schijn, Maya,

niet de wérkelijke menselijke bestemming.

Boeddha gaf ook aan hoe de mens de weg, het Pad,

kan vinden dat tot bevrijding voert.

Bevrijding van de wielwenteling van het rad van geboorte en dood.

 

Een tijdgenoot van Boeddha  in China, Lao Tse, noemde ons levensdomein de wereld van de tienduizend dingen; al die dingen, waardoor wij beziggehouden worden en waarmee we elkaar bezighouden.

 

Alles bij elkaar dus vele miljarden zaken die de aandacht

van de mensheid gevangen houden in de waanwereld

van ruimte en tijd.

We kunnen vrijwel niet anders.

En velen gaan daaronder gebukt.

 

Maar Lao Tse zegt hierover:

 

“Het onvolmaakte zal volmaakt worden.

Het gebogene zal recht worden.

Het holle zal vol worden.

Wat is versleten, zal nieuw worden.”

 

Jan van Rijckenborgh schrijft in het boek De Chinese Gnosis,

de commentaren op de Tao Teh King van Lao Tse:

 

“Met betrekking tot God’s schepsel, de mens, geldt het volgende:

Na een periode van voorbereiding en toebereiding, die men involutie noemt, wordt de mens voor een opgaaf geplaatst, die men als evolutie aanduidt.

In tegenstelling tot wat velen menen, is deze evolutie zeker geen volautomatisch proces.

De mens wordt niet geëvolueerd, maar hij dient zichzelf te evolueren, door zelfverwerkelijking.

Hij dient het goddelijke doel in en door zichzelf te verwezenlijken.

Zonder dwang en in een volkomen kennende liefde.

 

Daartoe werd en wordt de mens bij de aanvang van zijn pad van zelfverwerkelijking, van het groot maken van de God in hem, geplaatst voor de weg der vervolmaking.

Hij wordt in kennis gesteld van het gehele plan Gods.

De uitspraak: “Al het onvolmaakte zal volmaakt worden” ligt in dit eerste aanzicht besloten.

Ieder die er waarlijk aan toe is, zal de weg der vervolmaking voor zich zien.

 

Het plan, dat dan ontsluierd wordt, moet worden uitgevoerd.

Het moet dan worden vervuld door de mens zelf, in vrijwilligheid, met toewijding, dus met algehele interesse en grote liefde.

 

De kracht van het Licht, de spirituele essence, die in het midden is, stelt een ieder in staat het doel te bereiken.”

 

“Wat kunnen wij doen om deze weg te gaan?

Wanneer wij de smart van deze wereld onder ogen zien,

 zien hoe alles wat leeft ook weer sterft, hoe alles wat groeit en bloeit ook weer vergaat,

hoe alles wat opgebouwd wordt ook weer uiteenvalt en vergaat,

hoe al het goede waar de mens naar streeft toch op een gegeven moment weer in het tegendeel verkeert, ja dan kan de weg begonnen worden”.

 

In de Ethica stelt Spinoza:

“Wie door vrees geleid wordt en dus het goede doet uit angst voor het kwade, wordt niet geleid door de rede.

De mens echter, die wordt aangeraakt door de rede, die in het midden is,

zal nooit anders dan aandoeningen van blijheid en intens verlangen ondergaan.”

 

De basis is het oer-verlangen, dat eerst in ons wakker moet worden.

Wanneer de basis angst is en eigenbelang zullen wij eerst nog vele dwaalwegen volgen, voordat we de roepstem vanuit ons eigen innerlijke wezen zullen horen.

 

Spinoza zegt het als een waarschuwing:

“Zij die zich beijveren de mens door vrees in bedwang te houden, hem ertoe drijvend het kwaad te ontvluchten, beogen niets anders dan anderen even rampzalig te maken als zichzelf.”

 

Hij doelt hier op de vele religies en politieke stromingen die de mens normen opleggen,

waarbij ingespeeld wordt op de oerangst.

Deze angst heeft als functie (en daarin verschillen mens en dier maar weinig!) om gevaar te ontlopen en de soort in stand te houden, resulterend in zelfhandhavingsdrift en een wereldmaatschappij, zoals deze nu is.

 

De sleutel van de verborgen deur tot het pad van bevrijding is gelegen in onze innerlijke gerichtheid.

Zijn wij geheel en al met ons verstand en met onze emoties bezig met onze tienduizend dingen,

 met een streven naar eigen geluk, naar harmonie en rechtvaardigheid in deze wereld

of gaat onze gerichtheid uit naar werkelijke vernieuwing?

 

Levensvernieuwing, zoals de Christus het aangeeft:

“Het Koninkrijk Gods is binnen in uzelf.”

En:

“Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.”

 

Zowel in de Bijbel als in de gnostieke geschriften, maar ook in teksten die in alle tijden in de hele wereld te vinden zijn, worden aanwijzingen gegeven hoe wij de consequenties kunnen trekken uit wat we zojuist besproken hebben.

Aanwijzingen hoe de weg terug gegaan kan worden.

Hoe wij, met al onze beperkingen, nu in ons eigen leven, een aanvang kunnen maken met het Pad van Bevrijding, zoals Boeddha het noemde.

 

Het begin is het verlangen, de pre-herinnering.

 

Daardoor worden we aangezet tot een zoeken, vervolgens wordt het bewustzijn hiervan doordrongen en wil men weten.

Het woord Gnosis betekent weten, het werkelijke weten, de kennis van het Al.

 

Verder hangt alles af van onze gerichtheid.

Immers, waar men zich op richt, verbindt men zich mee.

Zo komen wij tot zelf-inzicht.

 

Waar ligt voor ons het zwaartepunt in ons leven?

Wat staat voor ons centraal?

Daarop baseren wij immers onze levenshouding?

Zijn het de illusies van vrede, vrijheid en geluk?

De kortstondigheid van dit alles?

Of is het het Ene licht, waaruit het al is voortgekomen

en waarvan de kern in ons eigen wezen verborgen ligt?

 

Lao Tse geeft het in het 33ste hoofdstuk van deTao Teh King als volgt aan:

 

“Wie de mensen kent, is verstandig, maar wie zichzelf kent, is verlicht.

Wie anderen overwint, is sterk, maar wie zichzelf overwint, is almachtig.”

 

En Hermes Trismegistos, de driemaal grote, zegt het met nog minder woorden:

“Wie zichzelf kent, kent het Al.”

 

Hiermee beëindigen we deze bezinning en spreken de hoop uit, dat wij iets van de grootsheid van de werkelijke roeping van de mens hebben kunnen ervaren.

 

Reacties

Voeg reactie toe

Geschreven door Jes Jespers op vr, 29-9-2017, 04.53u

Mijn koninkrijk is niet 'van' deze wereld.
Het mentale bewustzijn, het denken en voelen in de geest is ons bewustzijn 'van' deze wereld. Het koninkrijk der hemelen is dus niet in de geest te vinden, er is ons zelfs voorgehouden 'arm van geest te worden'. 'Aandacht' (waar je niet langer aan denkt, voorbij het denken dus) en dus niet 'aan denken' brengt ons met onze gerichtheid voorbij de geest en bij de bron van bewustzijn, het Licht, het Niets, de Stilte. Aandacht IS bewustzijn.

P.s, wat is er met mijn gisteren ingestuurde reactie gebeurd? Mail me desnoods hierover, gaarne met toelichting wat er aan mankeert of dat hij niet past in 'jullie' mentale constructies.

Geschreven door Karsten Hocks op do, 28-9-2017, 09.23u

Eigenlijk is de term "licht", die in dit soort gevallen vaak genoemd wordt eigenlijk veel te beperjt if in elk geval veel te algemeen. De onvoorwaardelijke liefde en warmte die ervaren kan worden als het moment daar is, dat is misschien wel de grootste kracht c.q. drijfveer voor de menselijke ziel...

Geschreven door Monique op za, 20-1-2018, 20.43u

"Dat projectiescherm zijn wij zelf" . Zijn wij niet de projector ,Wij maken onze eigen projecties ,alles wat wij niet kunnen zijn [angst] projecteren wij en maken zo onze wereld . Is de projector "schoon"dan projecteren we alleen maar licht.

Geschreven door Jes Jespers op do, 28-9-2017, 08.31u

'Miljarden zaken die de aandacht van de mensheid gevangen houdt in ruimte en tijd'. Hoe ons daarvan te bevrijden?
Er is de Lichtbron, er is een scherm waarop het Zijn licht wil projecteren, er is het mechanisme dat ons de tijd doet ervaren in de film van de realiteit in ons die gedraaid wordt. Daarnaast is er een Waarnemer en het waarnemen.
Dat projectiescherm dat zijn wij Zelf. De verlangens en angsten die we er op nahouden doet de motor van de projector lopen en de film die op het scherm als onze werkelijkheid geprojecteerd wordt is de geest. Alles waar onze aandacht door geboeid wordt, al onze vereenzelvigingen zijn als onze realiteit bepalende factoren opgeslagen in de geest. Door angsten en verlangengens los te laten gaat de motor steeds langzamer draaien en komt uiteindelijk tot stilstand. We lopen daardoor steeds minder onsZelf voorbij en het scherpere Licht vergemakkelijkt de bevrijding uit identificaties bevordert zo een einde aan de desintegratie van ons bewustzijn (=aandacht). Als de geest niets meer te projecteren heeft is er ook geen film meer die het Licht belemmert met alle volheid op ons scherm te vallen en ons zo helder tegenwoordig te doen zijn bij de stilte in het eeuwig Nu.