• Om onze audio en video te kunnen bekijken moet u al onze cookies accepteren. Klik om je cookie instellingen aan te passen.;

8 De vrede die alle verstand te boven gaat

In deze bezinning willen we met u spreken over:

‘De vrede die alle verstand te boven gaat’.

 

U kent wellicht het verhaal van de rijke jongeling?

Dit verhaal wordt in de Evangeliën beschreven

en vertelt  van een man, een rijke jongeling,

die  zich tot Jezus de Heer wendt met de vraag:

”Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven
te beërven?”

 

En Jezus antwoordt:

”Wat noemt gij mij goed? Niemand is goed,

ook niet één! Alleen God is goed.”

 

Dit woord wordt beschouwd als een citaat uit de Hermetische wijsbegeerte,

van de Egyptische wijsgeer Hermes Trismegistos,

de driemaal grote, de driemaal verhevene.

We lezen in het tiende boek van Hermes Trismegistos:

 

“Het Goede is uitsluitend in God”, of juister:

“God is in alle eeuwigheid het Goede.”

 

Met dit woord wordt een kernprobleem van de mensheid blootgelegd; een haast onoplosbaar vraagstuk.

 

Dit Goede is voor ons, aardgeborenen, een onkenbare realiteit.

 

Goed vinden we over het algemeen genomen wat voor ons
prettig en aangenaam is of wat met ons levensinzicht overeenstemt.

En het tegenovergestelde achten we dan kwaad.

 

Het is daarom ook volkomen logisch dat er omtrent dit punt
hier op aarde een chaotische toestand is ontstaan.

Er bestaan in dit levensveld namelijk geen werkelijk goede mensen.

Net zomin als het Goede, het Alleen-Goede, in ons levensveld kan worden aangetroffen.

Het is echter wél de opdracht der mensheid te trachten
haar problemen zo goed mogelijk op te lossen

met de aardse fenomenen goed en kwaad.

 

Moeten wij dan alles met betrekking tot het goed en kwaad
van deze wereld als nutteloos en hopeloos opzij schuiven?

 

Hermes Trismegistos zegt  over onze worsteling met goed en kwaad:

 “ Zó is het gesteld met de menselijke goedheid en de menselijke schoonheid.

En wij kunnen ze noch ontvluchten, noch haten; want het bezwaarlijkste van alles is

dat we ze nodig hebben en zonder deze niet kunnen leven.”

 

Een mens die de menselijke schoonheid en goedheid niet liefheeft noch haat

en haar ook niet tracht te ontvluchten,
staat in de onthechtheid met betrekking tot deze natuur.

Onthechtheid naar deze natuur is de aanvang van het pad.

 

Waarheen is die mens dan op weg?

De waarheidzoekende mens keert terug tot de Grond der dingen, keert terug tot het Alleen-Goede.

Alleen in God is het Goede te vinden.

En wie God vindt, wie deel krijgt aan het Goede is nog wel in,

maar tegelijkertijd niet meer van deze wereld.

 

De Rozenkruisers hebben zich vanaf het allereerste begin op het standpunt gesteld:

“Er is op de wereld niets goed.

Er is niemand goed, ook niet één. “

 

Daarom gaan wij staan in de ongehechtheid.

De Godheid, de machtige alles vervullende Godheid kan ons
met haar straling alleen aanraken  in deze objectiviteit,
in deze ongehechtheid .

Alleen op die wijze kan haar stralingsvolheid ons in zuiverheid
de boodschap van het Al overdragen.

 

Zo blijft alle verantwoordelijkheid bij de mens zelf.

De mens kiest altijd zelf zijn weg.

 

Denkt u daarbij aan de waarschuwingen uit de heilige taal:

 

 “Weest getrouw en vertrouwt niemand.”

“Gelooft niet iedere geest, maar beproeft de geesten of zij uit God zijn”, zo zegt Johannes; twee hermetische raadgevingen.

Wanneer u zich daaraan houdt, kan u niets kwaads overkomen.

 

De keuze

 

Als u in uw hart en oeratoom,

bent aangeraakt door de roep van de Gnosis,

wordt u een totaal nieuw levensperspectief geboden.

 

U staat dan, zoals we dat zeggen,

op het pad dat voert tot in het opstandingsveld;

tot het Alleen-Goede.

 

 

Op dit pad en in dit perspectief gebeurt het bij dit waarachtig streven

dat u een blik wordt gegund in de Nieuwe gebieden
van het Werkelijke leven. Hierdoor leeft u in twee werelden.

De ene wereld naar de natuur en de andere wereld naar
de bovennatuur, ofwel het rijk van de Christus.

 

Het omgaan met de regels en wetten van

de stofnatuur blijft natuurlijk een constante zorg.

U bent, juist als u naar bevrijding streeft, verplicht

in ruime mate en met grote waakzaamheid
aandacht te schenken aan de stofnatuur waarvan u

een onderdeel vormt en waarin u een taak te vervullen heeft.

 

Zo tracht u dan in het dagelijkse leven van uur tot uur de goede raad

van mevrouw Catharose de Petri, grootmeesteres van
de School van het Gouden Rozenkruis,  te volgen die zegt:

” Kies, wanneer u kiezen moet, altijd het hoogste.”

 

Een suggestie, een handreiking, die verstrekkende gevolgen heeft,

in positieve en bevrijdende zin, wanneer men die zou volgen.

Kiezen doen we dagelijks, bewust en waarschijnlijk
nog vaker onbewust.

 

Dit is natuurlijk een keuze van een totaal andere orde

dan de keuze voor het hoogste.

 

De naar bevrijding strevende mens, heeft door zijn sterk geactiveerde hartwerkzaamheid

een verschrikkelijk groot gevoel gekregen voor het lijden van de wereld.

Dát zou hij willen oplossen. Het brandt in zijn hart.

 

Goedheid, Waarheid, Gerechtigheid

 

De naar bevrijding strevende mens ziet ook dat in deze wereld

geen werkelijke oplossing mogelijk is.

Daarom hunkert zijn hart naar een daadwerkelijke bevrijding
uit deze levensbrand, niet alleen voor zichzelf,
maar voor al zijn medemensen.

En hij ziet wat dit van hem vraagt.

 

Enerzijds een innig streven naar het allerhoogste;

de keuze voor het hoogste.

Anderzijds een volstrekte beschikbaarheid voor de medemens.

Een onvoorwaardelijk: “hier ben ik”,
waar het gaat om het lenigen van de levensnoden
van de medemens.

Want alleen dáárdoor kan het allerhoogste, dat is De Liefde, worden gekend.

Alleen door het Liefdevuur van God in levende daad om te zetten, ontdekt de strevende mens het werkelijke leven.

 

En dan klinkt wederom het woord van Hermes Trismegistos:

“Zó is het gesteld met de menselijke goedheid en de menselijke schoonheid.

En wij kunnen ze noch ontvluchten, noch haten; want het bezwaarlijkste van alles is

dat we ze nodig hebben en zonder deze niet kunnen leven.”

 

Zetten wij hiernaast de woorden van Jezus Christus,
het u allen bekende woord:

 

”Geef de keizer wat des keizers is, en God wat van God is.”

 

Accepteer uw gang door de stof en streef naar een onthechte levenshouding op basis van de nieuwe ziel.

 

Vanuit  het magnetische lichaam van de School van het Rozenkruis

ontvangt u in rijke mate kennis en kracht voor de verwezenlijking hiervan.

Wanneer u zich niet meer laat raken door de schommelingen der natuur,

wanneer u niet meer dagelijks verdrinkt in de strijd om goed en kwaad, is de juiste keuze reeds gemaakt.

 

En in de politieke declaratie van Jezus Christus wordt daarom het “geef de keizer wat des keizers is”

opgevolgd door het vlammende woord: ”en aan God wat van God is.”

 

Geen verdeling van aandacht en belangen, maar éénpuntig en volkomen toegewijd gericht

op het Goddelijke plan met wereld en mensheid in de kracht van Goedheid, Waarheid en Gerechtigheid.

 

Vrede

 

Als er iets aan de ontwikkelingsgang van de mensheid opvalt

 is het haar voortdurende streven naar vrede.

Het is ons tot op de dag van vandaag duidelijk dat er van vrede voorlopig geen sprake zal zijn.

De verklaring hiervoor vinden we onder andere in de wetmatige balans binnen de dialectiek.

Alles wat onderhevig is aan de tijd, aan de werking van
goed en kwaad kán eenvoudigweg niet stilstaan.

Hierdoor wordt alles wat voor een lang of kort moment wèl stilstaat, opgebroken en voortgestuwd tot verandering.

 

De microkosmos van de mens is de verkleinde versie

van de aarde-kosmos en de macro-kosmos.

De mens heeft, als één van zijn vier voertuigen, de beschikking over
een astraal lichaam.

Middels het astrale lichaam is hij verbonden met o.a. zijn gevoel en zijn karma.

 

Tevens voedt de mens zich met astrale krachten vanuit het astrale veld rondom de aarde,

wat op haar beurt weer gevoed wordt vanuit de ruimte én door de mensheid.

 

Door het willen, denken, voelen en handelen ademt en reageert
het astrale lichaam.

Dagelijks ademt een mens astrale kracht met zijn gehele wezen in, overeenstemmend met zijn of haar gerichtheid.

En dagelijks ademt de mens astrale krachten uit.

 

Zo is boosheid als het ware een astrale vuurpijl die op een mens,
of een groep mensen wordt afgevuurd, aankomt bij het doel
en daarin een astrale reactie teweeg brengt.

Een reactie die bijna altijd tegengesteld zal zijn.

 

Ziehier het drama der goed bedoelenden.

Actie en reactie zorgen voor balans.

Zo kan een machtige vredesbeweging, die wij als mens natuurlijk graag zouden steunen,

een enorme astrale beweging veroorzaken met als uiteindelijke doel: het helpen der mensheid.

 

Doch het resultaat van deze enorme astrale bewogenheid is
een astrale reactie, gevolgd door een reactie in de stof van diegenen die het doelwit waren.

Oorlog en vrede zijn zo onlosmakelijk aan elkaar gebonden.

 

Is er dan geen uitweg?  Ja, die is er:

Een andere astrale gerichtheid op een Lichtveld welke niet
van deze aarde is.

“Zoek eerste het Koninkrijk Gods, en al het andere zal u geworden.”

 

Richt u op de vrede die in God is. 

Ga staan in het hart van de dialectisch weegschaal; daar waar de stilte is, daar waar de onthechtheid begint.

 

Er is een Vrede Gods, die alle verstand te boven gaat.

Jezus spreekt: “Vrede laat Ik u, Mijn Vrede geef Ik u, doch niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef Ik hem u.”

 

De mens die verlangt naar de hoogste vrede wil en zal leren
uit de Universele Leer die aan de mensheid gegeven is en
met de mensheid neergedaald is teneinde haar weer de weg terug
naar het Licht te kunnen wijzen.

 

En tegen de waarlijk willenden wordt gezegd:

”Hetgeen u aldus leert, ontvangt, hoort en ziet: doet dat!

En de God des Vredes zal met u zijn.

Zalig zijn de vreedzamen, want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.”

 

 

Voeg reactie toe