Tao, de Chinese Gnosis over zijn en niet-zijn in de dagelijkse praktijk

Het leven zou mij toe hebben moeten lachen na al die tijd en energie die ik gestoken heb in persoonlijke ontwikkeling. Hoe goed ik ook mijn best deed, reflecteerde, mijzelf aanpakte, niets haalde dat gevoel weg dat er iets miste.
Mijn focus lag in de eerste instantie op de persoonlijkheid en met name het ego. Mijn ego moest het ontgelden. Ik ben er hard ingegaan. Had geen consideratie.

Hoe ontwikkel ik mijn hart?

 

Uiteindelijk was het een vriend van mij die een belangrijke sleutel aanreikte. Wat hij mij aanraadde was het stellen van de vraag: ‘Hoe ontwikkel ik mijn hart?’. Ik was de kracht van het hart compleet vergeten. Ik kan het niet anders formuleren dan dat mijn hart mij vervolgens ingaf dat het door mij gehanteerde uitgangspunt van het leven diende te veranderen. Dat het hart de drager is van de basis van mijn toekomst. Ik ontdekte dat de invulling van mijn werkelijke toekomstverwachting verscholen ligt in mijn hart.

Dat is dan ook de richting waar ik verder mee aan de slag ben gegaan. Niet zozeer ‘aan het werk’ zoals ik dat met mijn ego deed, maar meer open blijven en luisteren naar de stem in mijn hart. Steeds terug naar de vraag: ‘Hoe ontwikkel ik mijn hart’.
En in de vele dingen die mij werden ingefluisterd was er één die mij trof, namelijk de vraag: ‘Wat is de roeping van de mens?’.
Ik weet zeker wat de roeping niet is: Mijn dagelijkse leven en vooral de manier waarop ik dat dagelijkse leven leef.
Volgens mij is het leven dat wij leiden meer een hulpmiddel ter ondersteuning van het bereiken van een ander doel. Een doel dat meer past bij de toekomstverwachting die ligt verscholen in mijn hart.

Tao Teh King: Wie wil ik zijn, en niet-zijn?

In de Tao Teh King wordt er van uitgegaan dat de lezer weet wat het is om in een bepaalde zijnstoestand te verkeren. Een situatie die hij of zij bewust heeft gekozen.
Voor mij gold dat in ieder geval niet. Ik werd gedreven door dat wat ik wilde hebben.
Het zijn was dus meer een gevolg van iets willen hebben dan een keuze voor wat ik wilde zijn op zich. Meestal overviel mij de situatie waar ik in kwam. Was ik niet tevreden met de uiteindelijke effecten. Ik vroeg mij regelmatig af waar het nu eigenlijk om gaat in het leven.
Daarom stond mijn besluit vast dat ik daar wat aan wilde doen.

Een paar boeken en een workshop verder had ik in ieder geval de methode onder de knie. Ik visualiseerde wie ik wilde zijn, zo concreet mogelijk en richtte mij daarop. In het begin vertrouwde ik daar niet zo op dus werkte het niet 100%, maar naarmate ik meer geloof kon opbrengen paste mijn situatie zich steeds meer aan bij de visualisatie.
Wie ik wilde zijn kon ik dus in grote mate zelf bepalen.
Maar rust kon ik niet vinden en ging verder op mijn zoektocht.
Toen ik vervolgens de Tao Teh King las dacht ik dat ik wel zo ongeveer begreep wat het was: zijn en niet-zijn.
Dacht ik.

Dus vol goede moed ging ik aan de slag met het volgende stuk tekst waar ik niet van begreep waar het over ging: Tao’s spirituele essence.
De vraag kwam op wat ik er voor zou moeten doen om er achter te komen wat de betekenis is.
Na weer meer lezingen, gesprekken, boeken dacht ik dat het wel zou komen.
Het grote inzicht.
Het mysterie zou nu wel geopenbaard worden.
Maar wat er gebeurde, niets van dit alles.
De pijn in mijn hart, een niet te definiëren verlangen week niet van mijn zij.
Reden om verder op zoek te gaan naar het waarom.

Een weerslag van mijn zoektocht vind je in de volgende weblog in de reeks van Tao, de Chinese Gnosis.

Vers 1

 

Kon Tao uitgezegd worden, het zou de eeuwige Tao niet zijn. Kon de naam genoemd worden, het zou de eeuwige naam niet zijn.

Als niet-zijn kan het worden aangeduid
als de grond der alopenbaring.
Als zijn is het de Moeder aller dingen.

Daarom, als het hart voortdurend niet-is –
dat is: vrij van alle aardse gerichtheden en begeerten –
kan men het mysterie aanschouwen
van Tao’s spirituele essence.
Als het hart voortdurend “is” –
vol van begeerten en aardse gerichtheid –
kan men alleen begrensde, eindige vormen zien.

Beide, zijn en niet-zijn,
komen uit dezelfde bron voort,
doch zij hebben verschillende werkingen en doeleinden.

Beide zijn vol van mysterie,
en dit mysterie is de poort des levens.

 Tao Teh King, hoofdstuk 1,
 zoals opgenomen in het boek ‘De Chinese Gnosis’
 van de hand van J. van Rijckenborgh en Catharose de Petri.

 (Zie: www.rozekruispers.com)

Voeg reactie toe