De hemelprater

Laatst woonde ik op een zondagochtend een tempeldienst in een centrum van het Lectorium Rosicrucianum bij. Om te beginnen werd een prachtige ritus uitgesproken en daarna een heldere uiteenzetting van diverse onderwerpen uit de bijbel.
Een van deze onderwerpen trok mijn speciale aandacht. 
Tegelijkertijd flitsten er beelden voorbij die na de dienst weer terugkwamen en mij een andere kijk op het onderwerp lieten zien. 
Het onderwerp van de tempeldienst was “zelfkennis en de noodzaak van zelfbeheersing”.  
Van de ‘hemelprater’ (een innerlijke stem die mij al vergezelt sinds ik een kind was) kreeg ik het volgende te horen:
  
“Zoals je weet wordt er als het over zelfkennis gaat meestal over het tijdelijke aanzicht van het mens-zijn gesproken, de persoonlijkheid genoemd, met al zijn eigenschappen en specifieke kenmerken. 
In de school van het Gouden Rozenkruis wordt daar nog een onderscheid van een hoger en een lager-zelf aan toegevoegd en dat, niet onbelangrijk in deze, er ook een vaak latent aanwezig oorspronkelijk zelf is, ook wel ”geestvonk” genoemd. 
Dat tezamen vormt dan een microkosmos, een kleine wereld dus.
 
De noodzaak van zelfbeheersing wordt in het algemeen dan ook zo
begrepen dat er met inspanning van de wil de persoonlijkheid in bedwang, onder controle gehouden moet worden. Want het is bekend waar het ongeremd bezig zijn van de mens, geregeerd door angst en begeerten, toe kan leiden.

Het is echter ook mogelijk dat een mens, als gevolg van een blijvend gevoel iets te missen door zelfonderzoek tot zelfkennis komt en vooral het herkennen van het oorspronkelijke zelf als grote vreugde zal beleven.
 
Een mens zal na deze vreugdevolle herkenning dit zelf uit innerlijke behoefte niet meer uit het oog  willen verliezen en daar de heilzame werkzaamheid van ondergaan. Er volledig op gaan vertrouwen als een innerlijk kompas.  
 
De herkenning van het oorspronkelijke zelf en het er zich door laten leiden heeft dan tot gevolg dat er een reiniging en een andere, een nieuwe wilswerking werkzaam wordt die de persoonlijkheid van binnenuit, vanuit het centrum van zijn wezen gaat be-invloeden.
Door deze nieuwe wilswerking wordt het microkosmische huis met de geheel meewerkende persoonlijkheid als dienstknecht, gereinigd en belemmeringen worden uit de weg geruimd. Met totale vernieuwing als gevolg, geheel in overeenstemming met het oorspronkelijk mens-zijn, alhoewel dit alles niet zonder slag of stoot zal gaan.
 
Het vuur van het ego welke tot dan de persoonlijkheid beheerste laat zich niet zo makkelijk doven.
 
Dus in plaats van zichzelf te beheersen met de, door het vuur van het ego gedreven wil (met de daarmee gepaard gaande spanningen) laat hij zich beheersen door de nieuwe wilswerking van het oorspronkelijke menselijke zelf. De geestvonk.
 
De vreugdevolle wedergeboorte van de mens. “                  
 
Aldus de hemelprater.

Al fietsend onderweg naar huis kwam ik op het idee om deze belevenis op te schrijven.

Voeg reactie toe