Een mooi moment

Het is herfst. Tijd van mist en spinnenwebben. 
Mist kan ik negatief associëren, met ondoordringbaarheid, kettingbotsingen of gebrek aan helderheid. Spinnenwebben doen me denken aan de hoognodige ragebol langs het plafond, maar ook aan het World Wide Web en alle contactlijnen die ik moet onderhouden, of waarin ik soms, als een gevangen insect, te lang blijf plakken.
Maar een positieve associatie is ook mogelijk. 
Zo scheen vanmorgen de zon laag door de nevel, het licht gefilterd tot een stil waas. Op een grote rozenstruik, waar tientallen spinnenwebben tussen de bladeren hingen, reflecteerden fijne dauwdruppels het zonlicht als tinkelend kristal. Het was als een etherische elfenwereld: de hangende vlechtwerken van spindraad leken op ragfijn gesponnen zilveren bekers van licht.
Zo werkt blijkbaar het brein: zowel kettingbotsingen als elfjes behoren tot de mogelijkheden. Ik kan met mijn denken alle kanten uit. 

Veel moderne methodes zijn erop gericht je te leren zo veel mogelijk positieve associaties in je brein op te roepen, want dat geeft een goed gevoel en dat is bevorderlijk voor je functioneren. Dus als ik me somber voel, verdrietig, of minderwaardig, dan word ik er door mijn omgeving toe aangespoord om positief te denken.
Maar is het positieve beter? Heeft het negatieve niet evenveel bestaansrecht? Het zijn toch twee kanten van dezelfde medaille, zowel yin als yang horen bij het leven... Het positiviteitsdenken maakt me altijd wat korzelig, want de negatieve gewaarwordingen worden hierdoor opzettelijk naar de achtergrond gedrongen, terwijl ze toch iets aan mijn bewustzijn willen meedelen. Als ik mijn negatieve gevoelens te veel verdring ontstaat er strijd in mij. Want wat ik onderdruk, dat wil zich vrij vechten, dat verlangt naar erkenning. 
Daarom geef ik de voorkeur aan een observerende houding, zonder oordeel, die alles dat er in mijn bewustzijn opkomt toestaat. Dit lijkt mij een betere basis om te kunnen ontdekken wie ik werkelijk ben. Pas als ik toesta wat er is, het negatieve zowel als het positieve, pas dan kan ik een realistisch beeld krijgen van het geheel. 

Maar het is wel verleidelijk om het mooie beeld van het etherische licht op de rozenstruik op te vatten als een doorkijkje naar een onzichtbare en betoverende werkelijkheid. Maar dat is een kwestie van interpretatie. Want doordat ik het beeld ergens mee associeer ontstaat er een werking in mijn brein die me aan iets hogers doet denken...
Hermes zegt dat het goddelijke niet geopenbaard kan worden, maar dat het zich mededeelt in de schepping. Dus, wie weet, misschien ontvang ik soms beelden die me kunnen helpen me bewust te worden van het grote mysterie. Dan word ik voor een moment geraakt en maakt een beeld  me bewust van de aanwezigheid van een realiteit achter het waarneembare. 

Hoe dan ook, toen ik de weerspiegeling van het licht op het spinrag waarnam, voelde ik ontzag en verwondering. Ik werd opgetild naar een wondere sprookjeswereld, het masker van de materiële werkelijkheid liet even een glimpje door van het ware gezicht achter al het bestaande. Mijn hart werd ontroerd…. Daar wil ik verder niet te veel over nadenken.
 

Voeg reactie toe