Over de Liefde

Toen ik nog niet zo lang leerling was van het Rozenkruis, hoorde ik reciteren uit de bijbel: “Zo blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.“
Ik dacht ‘de sleutel is dus gelegen in de liefde’ en ging liefde uitstralen naar iedereen rondom mij. 
Dit had wel een verrassende uitwerking. Onbekende mensen gingen bijvoorbeeld ineens naar mij zwaaien, of glimlachen. 
Blijkbaar voelden de andere mensen iets van die liefde aan.
Maar het uitstralen van die liefde hield ik toch niet zo lang vol en bovendien begreep ik dat dit persoonlijk uitstralen toch niet bevrijdend kon zijn.

Toen gooide ik het over een andere boeg. 
Kijken naar mijn gevoelens en de negatieve gevoelens vermijden. 
Dat bracht wel resultaat, maar er was meer nodig. 
Dus maar weer iets anders geprobeerd. Dienen was het toverwoord, maar ook dat bracht niet wat ik me voorgesteld had. 
Ik was zó vast besloten om het pad te volvoeren, dat ik wel eens bad tot de Broederschap om mij te helpen, en als ze dat niet wilden doen, dan hoefde mijn leven niet meer, dan mocht ik ter plekke dood neervallen.
Oh ja, toen kwam het idee van zelfkennis bij me op. 
En zo ging het door.

Tot ik de ziel bewust werd. Het eerste wat me daarbij opviel was dat ik op een of andere manier mijn leven kon overzien en kon zien dat de dood nog niet direct in het vooruitzicht was; ik ben nl. al boven de 70 jaar oud en ja, daar ga je dan rekening mee houden. 
Het typische was verder de stilte, die de ziel meebracht. 
Ik begreep de zin, die ik in een boek gelezen had: 
..Laat het horen van de oren voor de oren. 
..Laat de arbeid van het verstand voor het verstand. 
..Wanneer de ziel dan stil is…

Iets later kwam het stellen van prioriteiten in mijn leven. 
Het geven van tijd aan het zieleleven en weer later het verplaatsen van het zwaartepunt van aandacht. 
Je ziet ineens dat je 2 bewustzijns hebt. 
Maar ook dat slijt blijkbaar in het voortgaan van de tijd.

Maar waar bleef de Liefde, die zo bijzonder was?

Ik voelde me arm aan Liefde. 
Ik herinnerde mij de uitspraak van Jacob Boehme: …(mijn hart moet ruimer worden).?
De naastenliefde gaat vooraf aan de liefde, maar die naastenliefde had ik niet. 
Hoe kon ik tot die Liefde komen?

Tot zich iets voordeed in mijn leven. 
Ik had staf gedaan in een week voor 9 tot 12 jarigen in Doornspijk. 
In de staf zat ook een kleine vrouw die helemaal alleen uit Polen gekomen was per vliegtuig en trein om hier in de staf te dienen. 
Ze kon nauwelijks iets anders dan Pools, dus liep ze er een beetje verloren bij. 
Na de afsluiting van de week in de Rozentuin liep ik langzaam terug naar het hoofdgebouw. 
Ik ben niet zo snel dus liep ik een beetje achterop. 
Ik zag dat de Poolse vrouw helemaal aan het einde liep. 
Ik wachtte haar op. 
Ik wilde afscheid van haar nemen, we namen elkaars hand en er stroomde plots een heel diepe liefde door ons heen, iets heel anders dan de liefde die we hier gewend zijn. 
En we liepen elk onze eigen kant op, zij op weg naar Polen en ik naar mijn tentje.
Ik geloof dat zij die liefde meegenomen heeft naar Polen.

Ik reed naar huis maar plots begon het me te dagen dat er iets heel speciaals gebeurd was die middag. 
Er was zo een oneindige, intense liefde geweest, die me overdonderde.
Die week was er een van verwarring. 
Ik dacht dat ik me die liefde voor de geest moest halen, als voorbeeld, en moest uitstralen naar de wereld, maar dat is toch niet dé liefde die je uitstraalt maar de liefde uit het astrale gebied van deze wereld.
Om mijn gedachten te ordenen las ik wat uit de literatuur van onze school en las: …”er is de vis die zich bezint op het offer der Liefde én de vis die dit offer dynamisch willen en volvoeren gaat”. 
Dat gaf me moed.

Voeg reactie toe