Anatomie van een persoonlijkheid

Ieder mens ontwikkelt zich, op wat voor manier dan ook.

Ik ben nu 25 jaar en ik zie duidelijk dat ik in mijn jonge leven heel veel uiterlijke ontwikkelingen heb gehad.

Ik had als het ware heel veel delen van mijn persoonlijk die allemaal naar buiten wilden en ontwikkeld moesten worden.

De grootste persoonlijkheidsdelen die ik heb gehad zijn deze:

 

-              De kunstenaar.

Schrijvend, tekenend, fotograferend, worstelend om financieel rond te komen.

-              De danser.

Reikend naar schoonheid en perfectie, fysiek en emotioneel tot het uiterste gaand om een droom te verwezenlijken die uiteindelijk minder mooi blijkt dan het eerst leek.

-              De heremiet.

Ergens in een vergeten hoekje van de wereld, omgeven door de natuur, eigen eten verbouwend maar vechtend tegen eenzaamheid en ontevredenheid.

-              De rebel.

Omgeven door het uitschot van de maatschappij, onderdeel van een rockband, feestend en drinkend en volop experimenterend, maar nooit tevreden.

-              De wetenschapper/bioloog.

Intelligentie en kennis hoog achtend, proberend aan een bepaalde norm van leven te voldoen die me alleen maar stress oplevert.

-              De luiaard.

Dromend over alle levens die ik niet leefde, me verstoppend in boeken, films en een online wereld, en gemakkelijk in depressies vallend.

 

Elke deel had in ieder geval een bepaalde periode waarin deze op de voorgrond stond maar ze waren er altijd.

Ze waren heel erg gericht op het leven hier en probeerden een leven te creëren waarin ik paste.

Dat lukte echter nooit.

Ik paste nooit in de wereld die een bepaald persoonlijkheidsdeel teweegbracht. Dat frustreerde me weleens, en ik had veel innerlijke pijn en moeite met me ergens thuis voelen.

Iedereen om me heen leek altijd echt iemand te zijn, een groot talent of interesse te hebben, met een studie of beroep dat daar naadloos bij aansloot.

Ik was altijd maar van alles wat en was nergens écht goed in.

 

Maar door al die persoonlijkheidsdelen heen, was er iets anders in mij.

Ik was ook een zoeker, op zoek naar een hogere macht, het doel van het leven en de zingeving van lijden.

Hiervan was ik mij te allen tijde bewust maar het bracht mij geen langdurige vervulling, en mijn innerlijk lijden ging voort.

 

Doch de laatste jaren heb ik gemerkt dat dit zoekende gedeelte van mij groter werd en meer op de voorgrond trad.

Ik moest simpelweg door heel veel jaren van lijden en crisis heen om tot het inzicht te komen dat ik verkeerd probeerde te leven.

Vooral het laatste jaar heb ik het idee dat ik niet meer voornamelijk één deel van mijn persoonlijkheid ben maar dat ik de kern ben van wie ik nu écht ben.

 

Dat is die zoeker.

 

Al die eerder beschreven persoonlijkheidsdelen zijn nog wel in mij.

Ze komen naar buiten in een zekere mate maar niet zoveel als vroeger.

Ik word niet meer door die delen geleefd.

Nee, ik leef nu vanuit het oerweten in mij dat ik een kind Gods ben en het verlangen dat daarmee gepaard gaat om terug te keren naar de oorspronkelijke wereld.

Het maakt niet uit of ik dat nu doe met een beroep in de kunst of de wetenschap.

Dus ga ik door met een beetje van alles wat doen maar nu zonder druk op mezelf en mijn leven te zetten, en met een glimlach en een vreugde die niets of niemand van me kan wegnemen.

Voeg reactie toe