Vierde brief van de Ziel aan het ego

De ziel schrijft aan het ego:

 

Graag zou ik je vertellen hoe dat was.

Lang geleden.

Toen ik nog een functionerende oorspronkelijke mens was, geest ziel en lichaam in operatie.

De vraag voor mij is natuurlijk hoe ik dat moet uitleggen aan een mens die samengesteld is.

Waarin alle componenten vermengd zijn en een tijdelijk leven beschoren zijn.

Voor mij ben jij als een brood.

Eerst wordt er begonnen met het mengen van de ingrediënten en dan kneden.

Voor jullie mensen duurt dat deel van het proces ongeveer een jaar of 21 tot 28.

Daarna rijzen en een tijdje in de oven.

Jullie zijn dan in het begin, lekker en bekoorlijk, ruiken nog heerlijk, maar na een tijd verdwijnt de bezieling stap voor stap en droog je uit, totdat er alleen maar nog de vaste materie overblijft en je ofwel onder de grond wordt gestopt ofwel verbrand.

Mijn oorspronkelijke zijnstoestand is van een totaal andere aard.

Niet alleen de bouwstenen, maar ook hoe het is samengesteld.

Zoals bij jullie alle bouwstenen met elkaar worden vermengd, zo blijven die bouwstenen bij mij verbonden met hun oorsprong.

Bij jullie wordt het lichaam bezield en die bezieling houdt een keer op.

Bij mij is er ook sprake van een ziel, maar die blijft in principe één met het veld waarin zij thuishoort.

 

Alle krachten, energieën en bouwstoffen worden verbijzonderd in de blauwdruk van die oorspronkelijke mens.

Ze worden dus niet vermengd, maar meer geplaatst in de context.

Zelf ben ik op dit moment gevangen in jouw structuur.

Als de pit in het brood.

 

Misschien vraag je je wel af hoe het komt dat ik nu niet meer operationeel ben.

Alleen nog maar als pit aanwezig ben.

Voeg reactie toe