Het offer van het zelf: nodig voor de ontwikkeling van de ziel

De bevrijding van de ziel begint met de keuze van de persoonlijkheid, uit eigen vrije wil, om zich ten offer te stellen voor de ontwikkeling van de ziel. Daarna zal de ziel op haar beurt ook uit eigen vrije wil kunnen kiezen om zich weer te richten op de geest. De geest als haar leidsman in haar oorspronkelijke levensdomein. Ook de ziel zal zich dienen te offeren om tot wedergeboorte en wederopstanding te kunnen komen. De vraag is: ziet de persoonlijkheid dit perspectief en heeft hij de moed te kiezen voor de ziel en haar ontwikkeling. De persoonlijkheid krijgt te maken met een lijden dat hij doormaakt voor de ziel. Het is het lijden van niet te weten, niet te kennen, het moeten aannemen, het geloof en het loslaten van zekerheden. De persoonlijkheid, als creatie van de ziel, krijgt dit lijden mee van de ziel. De ziel herinnert zich haar glorieuze levensstaat nog wel, maar niet meer dan dat, zij heeft er geen verbinding meer mee. Zij is nu verbonden met steeds weer een nieuwe persoonlijkheid en voelt de smart van deze verbinding. Via de bezieling die van haar uitgaat probeert zij dit kenbaar te maken aan de persoonlijkheid.