Bezinningen

Show list

14 Bewustzijn

LECTORIUM ROSICRUCIANUM

Over het bewustzijn.

De School van het Rozenkruis richt zich tot de zoeker naar het Licht door de Gnosis te verklaren en daarmee in bewuste binding te treden.

In deze bezinning willen wij met u spreken over
het bewustzijn van de persoonlijkheid
en het bewustzijn van de Goddelijke Zielenkern in het hart.

Bewustzijn is leven.
Alles wat leeft heeft bewustzijn.
Leven en bewustzijn bepalen elkaar.
Alles wat leeft, al wat is,
vindt zijn oorsprong in het hoogste bewustzijn. Dát bewustzijn is alomvattend, is goddelijk.

“Bewustzijnsstaat is levensstaat, Levensstaat is bloedsstaat, bloedsstaat is onafwijsbare daad in niet te stuiten Levenshouding.”

Wat wij denken, willen en voelen
neemt, naarmate wij er meer mee bezig zijn,
steeds duidelijker vormen aan.
Ze worden tot beelden, begrippen en inzichten.
Ons wils-, denk- en handelingsleven is met deze vormen verbonden. Zij bepalen onze zijnstoestand, ons bewust-zijn.
Deze vormen laten ons niet los en het is niet zo gemakkelijk
ze weer te doen verdwijnen.

Door voortdurende herhaling van ons denken en voelen
rondom dezelfde beelden, begrippen en vormen ontstaan vaste patronen. Deze polariseren het bewustzijn in een bepaalde richting.
Naarmate ze langer worden volgehouden gaan ze het wezen
in toenemende mate beheersen.
Zo neemt de mens zichzelf onontkoombaar gevangen.
Uit deze gevangenis van begrippen, beelden en inzichten
móet de mens dan handelen.
Hij kan niet anders. Zo schept hij zich een eigen lot.

 

De resultaten van dit scheppingsproces worden in het levenssysteem van de mens gegrift,
tot in het bloed, tot in iedere cel.
Iedere volgende gedachte of wilswerking

komt weer voort uit dat bloedspatroon.
Door deze terugkoppeling wordt het bewustzijn voortdurend door zichzelf ingehaald en bevestigd.
Zo wordt het bewustzijn begrensd.

Het draait om zichzelf heen, het is egocentrisch en het kapselt zichzelf steeds verder in
in een neergaande spiraal.
Dit is de aard van ons gewone natuurbewustzijn.

Maar de mens houdt niet op met onderzoeken, vragen en worstelen
om aan zijn benauwde aardse bewustzijn te ontkomen.
De zoeker naar het Licht wil uit deze gevangenschap losbreken.
Want de zoeker die de grenzen van zijn natuurbewustzijn heeft ervaren, beleeft zijn eigen lichaam als een gevangenis van vlees en bloed.

Maar in de binnenste binnenkamer van deze gevangenis
brandt een onblusbaar vuur dat verontrust en dat stuwt tot zoeken. Daarin is de kiem van de bevrijding te vinden.
Van deze kiem, of kern, gaat een vibratie uit,
al is deze ook zwak.

De zwakke impuls van deze kern
kan niet zo gemakkelijk doordringen
in de duistere krochten van het geïndividualiseerde,
stofgebonden natuurbewustzijn.
Dit vuur komt niet voort uit het aardse bewustzijn met zijn zintuigen, en kan daardoor ook niet beïnvloed worden.

Het leidt een eigen leven in het hart
en het gaat niet mee in de neerwaartse spiraal van de egocentrische natuur.

De klassieke Rozenkruisers spreken hier
over de “Roos in het hart”.
De moderne Rozenkruisers noemen deze kern
het geestvonkatoom,
omdat het de kleinste eenheid van de goddelijke natuur symboliseert.

 

------

Wie wil niet hetgeen,
dat onvergankelijk en goddelijk in hem is, leren kennen ?
Deze kennis kán verkregen worden.
Het is een speurtocht naar het eigen zelf en het kosmische Al,
een speurtocht duizendmaal spannender dan het zoeken naar een aardse schat.

De speurtocht naar het eeuwige in de mens zelf,
is een reis naar het middelpunt van ons eigen wezen, naar het zekerste dat bestaat:
naar Het rijk der werkelijkheid.
Uit dát rijk zijn wij afkomstig.
Daarin zijn wij onlosmakelijk geworteld.
De zoektocht naar dit Vaderland is onze levensopdracht. Deze begint met het inzicht dat dit de opdracht is.

Bewustzijn hebben van deze levensopdracht is geen geloven-op-gezag, maar betreft een zelfstandig proeven van onze weg
en een zelf leren kennen van wat Waarheid is.

We kennen speurtochten die voortkomen uit zelfzucht, of uit levensangst.
Maar de speurtocht naar het onvergankelijke appelleert aan onze zucht naar bevrijding uit de begrenzingen van ons aardse natuurbewustzijn

en aan het verlangen van onze ziel
naar het eeuwige achter al het vergankelijke.

Deze speurtocht eist een absolute eerlijkheid.

Het vereist een loskomen van onze vaste patronen van denken en voelen, een vrijkomen uit onze gevangenis van beelden, begrippen en inzichten. Alleen dat wat wij zelf als Waarheid hebben herkend heeft hier betekenis.

Deze speurtocht is een innerlijk Pad.
Geen priester of geestelijk leider kan hier voor ons bemiddelen. Het gaat erom God te zien, rechtstreeks, in het eigen wezen.

Hier kunnen wij ons afvragen: is het eigenlijk wel mogelijk,

om op eigen kracht de ketenen van het natuurbewustzijn af te schudden ? Kunnen wij onszelf, midden in het leven staande,
opwerken tot het inzicht – tot bewust Zijn- ,
dat wij één zijn met het oneindige?

Of blijft dit een geschenk van het eeuwige aan enkele uitverkorenen?

--------

Voor ieder mens ís het mogelijk
tot de volkomen vrijheid van het eeuwig Zijnde op te gaan. Deze eenwording is een zich wegschenken van het eeuwige. Een ieder die zich met geheel zijn wil en
met geheel zijn wezen aan het eeuwige overgeeft,
ontvangt dit geschenk.

In ieder mens leeft iets van het goddelijke.
Daaruit pulseert een kracht, die hem nu reeds blijvend
met het rijk der werkelijkheid verbindt.
God, de Geest des Levens, is dichterbij dan we ons kunnen voorstellen. Iedereen kan Hem ervaren en één met Hem worden,
omdat iedereen Hem in zich draagt.

De weg tot harmonie met het Al staat daarom voor eenieder open.
Tot welke hoogte iemand het pad bestijgt hangt alleen van hemzelf af. Niemand wordt de toegang tot het eeuwige versperd!
Maar deze weg tot het einde toe te gaan, blijft voorbehouden aan hen, die er het besef toe hebben gekregen en er rijp voor zijn.

Iedereen moet de weg zelf gaan.
Alleen maar wéten dat dit de waarheid is, is niet genoeg. Pas het lévende bezit maakt ons vrij.

Werkelijk en werkzaam is voor ons alleen dát, wat wij zélf ervaren. Door onze speurtocht worden wij ons van onszelf bewust.
Wij leren onderscheiden wat van onze biologische staat is en
wat van onze innerlijke goddelijke staat.

Zo vinden wij de oerbron van alle leven in onszelf,
binnen in het eigen microkosmische stelsel.
Via die Innerlijke Bron komen wij tot beleven van onze eenheid met God, kosmos en medemens.
Wij moeten onszelf tot een weg worden,
om te ontwaken tot hoger bewustzijn, tot het hogere leven.

 

Wanneer wij de kracht vanuit de Innerlijke Bron
durven laten vloeien in ons daadleven,
dan zullen wij ontdekken welke geweldige energieën,
mogelijkheden en rijkdommen aan de dag treden.
Steeds wanneer wij, ondanks onzekerheden, noden en zorgen van alledag, vertrouwen hebben in de hogere kosmische macht in ons,
stroomt deze innerlijke krachtbron rijkelijk.
Zij doet onze weerstand afnemen en maakt onze verborgen grootheid openbaar.

Zo is deze God een geest van de innerlijke wereld, die ons vanuit ons diepste wezen beroert en waarmee wij onlosmakelijk één zijn.
Het is “ de vonk in het diepst van de ziel ”,

die ons verbindt met het oneindige.

--------

Alles is tijdelijk.
We leven in een wereld van tegenstellingen.
Niets in deze wereld is volmaakt.
Wie dit inziet,
wie dit aardse leven onmogelijk kan zien als einddoel,
wie op zijn levensvragen vanuit deze wereld geen antwoord meer krijgt, hunkert met heel zijn hart naar een oplossing.
Hij is gekomen op het punt van de ervaringsweg
waar de oplossing zeer dichtbij is.

En op dat moment spreekt dan, in het hart, weer de Oorspronkelijke Idee. De eerste stap tot bewustwording van die Idee wordt daardoor mogelijk: De ingang tot een totaal Nieuw BewustZIJN.
Een vernieuwing die aanvangt in het Rozenhart.

Dat is een punt van bewust-wording, dat is een punt van stilte, van omkering op de levensweg,
waarop een aanraking vanuit de cirkel der eeuwigheid
zeer direct via de roos in het hart, het wezen raakt.

Het is de aanraking door de geest Gods,
die een nieuw, lichtend vuur ontsteekt in de microkosmos, zowel in het hart, alsook in het denken,

 

ja in het totale bewustZIJN, van die mens. ----------

Het gaat hier om een proces dat van buitenaf
vrijwel niet beïnvloed kan worden en dat ook niet
door de dialectische persoonlijkheid bevorderd of gestuurd kan worden.

Het is de ziel, gelouterd door ervaring en lijden,
die in staat is dit proces aan te vangen.
Maar niet iedere ziel is daartoe geëigend.
Alleen de ziel die reageert op de stralingswerkzaamheid vanuit de Roos des harten is daartoe in staat.

De ziel is het ontvangende, weerspiegelende,
waarnemende en verwerkende principe.
De ziel van de zoeker naar het Licht, van de zoeker naar nieuw bewustzijn, staat tussen twee stralingsvelden in,
die van volkomen tegengestelde aard zijn:
het aardse en het goddelijke stralingsveld.
Zij wordt dus heen en weer geslingerd tussen twee toestanden.
Enerzijds hunkert de ziel naar een levende binding met het goddelijke, anderzijds trekt steeds weer de zwaartekracht van het aardse.

Daarom zegt de Geestesschool dat de zoeker naar het Licht moet komen tot een omkering, tot een transformatie.

De persoonlijkheid moet zodanig veranderen dat zij een dienaar van de ziel kan zijn,
zodat de ziel zich kan verbinden met het goddelijke.

Dit kan alleen wanneer de persoonlijkheid ervan doordrongen is, dat zowel voor de groeiende nieuwe ziel,
als voor de dienende persoonlijkheid
het Hermetische axioma geldt:

"Alles ontvangen, alles prijsgeven en daardoor alles vernieuwen”.

-----------

Bewust-ZIJN is ONT-wikkeling.
Ontwikkeling is: het eeuwige in ons gestadig van zijn windselen ontdoen.

Bijgevolg ligt in al ons zoeken naar de harmonie met het oneindige, reeds de belofte van het vinden besloten,
want het is een echo van de hunkering van de goddelijke vonk
naar zijn eeuwig tehuis.

Het is de adem Gods in ons.

Moge het ons allen gegeven zijn
aan deze ontwikkeling deel te hebben.

 

Bekijk de tekst hier in PDF formaat

 

Om onze audio en video te kunnen bekijken moet u al onze cookies accepteren. Klik om je cookie instellingen aan te passen.;

11 De innerlijke Christus

Het feit dat u naar  deze site toe gekomen bent, kan er op wijzen, dat u de stilte zoekt.

Wellicht wilt in de rust van deze ruimte, tijd nemen om de waarden
en verborgenheden van het leven te overdenken.

Het kan zijn dat u  bewogen wordt door het wonder van het leven,

de ademende, denkende mens,
en dat u verwacht dat er iets waardevols aan uw leven ten grondslag ligt.

Mogelijk verlangt u hierover tot een juist inzicht te komen.

Laten we onze aandacht tezamen richten op de kern van ons verlangen.

 

---

 

De mens is in essentie goddelijk, onsterfelijk.

Toch zijn wij, áárdgeboren mensen, sterfelijk.

Door de eeuwen heen is altijd verkondigd,
dat er voor de mens een mogelijkheid is tot terugkeer
naar de oorspronkelijke goddelijke staat.

Voor velen blijft dit tot nu toe schone theorie en schone schijn.

Maar toch wordt er in de Heilige Taal steeds de nadruk op gelegd
dat het goddelijke ons zeer nabij is.

Zo staat er geschreven:

“Laat niemand u verleiden met de woorden ‘ziet hier of ziet daar’,

want het Koninkrijk Gods is  binnen in u,
 zoekt daarnaar met geheel  uw vermogen,
want het is nader dan handen en voeten.”

 

Daaruit kan men opmaken dat alle kennis aangaande God en het Leven

in onszelf besloten ligt.

 

Echter, ieder van ons moet zélf het besluit nemen om toe te laten,

dat die kennis zich in ons kan openbaren.

Daarvoor is bezinning nodig, daarvoor is ook nodig: stilte.

Door stilte scheppen wij ruimte in onszelf,

ruimte zonder het vele lawaai van de aardse natuur.

Dan wordt het mogelijk om de stille stem van het innerlijke Koninkrijk
te vernemen.

 

---

 

 

In het middelpunt van onze microkosmos, in het hart,
bevindt zich de Roos des Harten, het Geestvonkatoom,

dat ook wel Christusatoom wordt genoemd.

Dit atoom behoort tot een andere natuur dan de atomen
van onze lichaamsgestalte.

De lichaamsatomen behoren tot de aardse natuur.

Het geestvonkatoom behoort tot de goddelijke natuur.

Het is dit atoom waarvan de dichter zegt:

Een Goddelijk atoom heeft groter waarde dan duizend Paradijzen.”

 

Wanneer dit Goddelijke atoom in het hart tot werkzaamheid komt,

gaat er een nieuwe, heiligende Kracht van uit.

Een nieuw Licht begint zich dan in het hart te openbaren.

Dit is hetgeen genoemd wordt:
de geboorte van de nieuwe, Goddelijke Ziel.

 

Wanneer dit nieuwe Zielenlicht, dit Christuslicht, in het hart gaat stralen
en ons wezen binnenstroomt, worden alle atomen van onze persoonlijkheid
door deze Geestelijke stroom doorgloeid.

Een nieuw bewustzijn is daarvan het gevolg.

 

 

 

Met andere woorden: via de nieuwe Ziel en het nieuwe bewustzijn

vloeit de Geestkracht het lichaam binnen en brengt de transfiguratie tot stand: het herstel van de oorspronkelijke eenheid van lichaam, ziel en geest.

Dit is het Mysterie der Evangelische wedergeboorte.

 

Dan zal uit het dusgenaamde “lood der natuur”
het “Goud des Geestes” ontstaan,
en het sterfelijke in het onsterfelijke worden omgezet.

Of, zoals Paulus het in zijn Korinthenbrief uitdrukt:

 

“Gezaaid wordt in vergankelijkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid;

Gezaaid wordt in oneer, en opgewekt in Heerlijkheid;

Gezaaid wordt in zwakheid, en opgewekt in Kracht.

Gezaaid wordt een natuurlijk lichaam, opgewekt een Geesteslichaam.

Is er een natuurlijk lichaam, zo bestaat er ook een Geesteslichaam.”

 

 

---                      

 

 

Wij staan aan het begin van een nieuw wereldtijdperk.

De voor ons liggende periode wordt genoemd het Aquarius- of Watermantijdperk.

Het is het begin van een nieuw hoofdstuk in de aarde- en mensheidsontwikkeling. 

De invloeden van Aquarius doen zich steeds sterker gevoelen, tengevolge waarvan wereld en mensheid ingrijpende veranderingen ondergaan.

De eigenschappen van Aquarius maken het mogelijk, dat de altijd aanwezige Christuskracht op intensieve wijze de mens in het hart kan aangrijpen.

Het aanrakingspunt van deze Kracht  is het Christusatoom
of de Roos des Harten.

Deze Kracht werkt in de mens verbrekend naar de oude natuur en
vernieuwend naar de nieuwe bezieling.

Dit Christuslicht komt tót ons uit het oorspronkelijke goddelijke levensveld

en het neemt voortdurend in kracht en vibratie toe.

 

Door deze nieuwe interkosmische stralingsinvloeden ondergaat
de samenstelling van de aarde-atmosfeer geleidelijk
- en dit met diepe Goddelijke bedoeling - een grote verandering.

 

En daar wij weten hoezeer wij met de ons omringende atmosfeer,
de ademsubstantie, verbonden zijn, kunnen wij ons ook voorstellen dat,
wanneer de atmosfeer verandert, dit noodzakelijkerwijs een geweldige invloed moet hebben op het natuurlijke, zedelijke en geestelijke gedrag der mensheid.

Het Aquarius- of Waterman-tijdperk brengt derhalve grote en heerlijke mogelijkheden met zich mee voor de mens die op deze atmosferische Christuskracht positief weet te reageren.

Die mens zal ervaren dat de innerlijke Christus leeft.

Maar de mens die zich naar lichaam, ziel en bewustzijn niet weet aan te passen

aan de nieuwe atmosferische omstandigheden, zal voor grote moeilijkheden
komen te staan.

 

Om blijvend positief op deze atmosferische Christuskracht te kunnen reageren,

is een middelaar nodig, met name de nieuwe, de wedergeboren Ziel.

Want slechts deze Nieuwe Ziel is in staat, te worden tot Geest-Ziel

en blijvend binding te maken met de goddelijke natuur.

 

De vraag is nu: Hoe komen we tot de geboorte en de opbouw van
de Nieuwe Ziel?

Het antwoord luidt: door het openen van de Roos des Harten,

dat wil zeggen door het toelaten van de atmosferische Christuskracht in het hart.

De Roos, het Christusatoom, dit kernbeginsel in het hart,

ligt latent als een belofte in ieder mens verborgen.

De roos kan worden aangeraakt door het Christuslicht,
wanneer het lawaai van de wereld en van het eigen ik
voor een moment verstommen en er in het wezen rust en stilte komt,
op basis van een intens verlangen.

 

De Broederschap van het Gouden Rozenkruis kan hier de helpende hand bieden.

Zij geeft leringen en aanwijzingen aan hen die verlangen naar zielenvernieuwing.

Zij bedt hen in in een Krachtveld, een stralingsveld, dat aansluit bij de atmosferische Christuskracht en dat geschikt is gemaakt voor de zoekende mens.
In dit Krachtveld kan deze een spirituele ontwikkelingsweg gaan.

Het betreft een Pad van bewustzijnsontwikkeling en opbouw van
de Nieuwe Ziel.

 

         ---

 

Wie is Christus?

Christus is Liefde, Wijsheid, Kracht,

de Bron die het Licht-van-binnen voortbrengt.

Meent niet dat Jezus Christus een Goddelijk Wezen is dat buiten u staat.

Christus, de grote Heilbrenger, ligt reeds vanaf het allereerste begin
in U verborgen, als een zaadkorrel, als een Rozenknop,
als een laatste overblijfsel van uw oorspronkelijke Goddelijke Wezen.

Als wij ons nu gaan wijden aan dat laatste overblijfsel,

dat zich alleen in de straling van de Bron van alle Leven kan openbaren,

wordt uit dat verhulde zaad geboren een Jezus-mens,

dat wil zeggen een volstrekte Zielenmens.

 

Er wordt tot ons gezegd:

“Want vrienden, werd Christus duizendmaal in Bethlehem geboren,

en niet in uwe ziel, dan waart ge toch verloren.”

“Vergeefs hebt gij het Kruis van Golgotha aanschouwd,

zo ge het Rozenhart niet in u hebt gebouwd.”

 

Dit innerlijke bezit van God, of Jezus-Christus-in-ons,

is het punt waarop alle mysteriën samenkomen,

zoals de stralen naar het middelpunt van een cirkel.

Het hoogste van alle religieuze mysteriën vindt hierin zijn vervulling.

 

Herkent de mens dat hij in zijn innerlijk het kernbeginsel van
het Goddelijke met zich mee draagt, en is hij in staat om dit vuur,
deze vlam, aan te wakkeren, door diep verlangen in het hart,
dan wordt zijn geloof tot innerlijk Weten.

Vol vertrouwen zal hij dan zijn voet plaatsen op het pad ten Leven:

de eerste schrede is dan gezet.

 

Dit pad ten leven  voert van Bethlehem naar Golgotha,

waarbij de Jezus-mens transfigureert tot een Christus,

tot de eniggeboren zoon, die zich zal verenigen met zijn Oorsprong,
met zijn Vader in de Hemel.

Dit pad is de via Dolorosa.
Het is het Pad van de Roos en het  Kruis.

 

---

 

Het Pad ten Leven voert ons langs de smalle weg van zelfkennis naar zelfovergave,  naar onthechting, naar een volkomen éénwording
met het Christusbeginsel in ons.

 

In het ontdekkende Licht ervaren wij:

alles in ons is onzuiver, ingesponnen door het spinnenweb van de ijdelheid,

bedekt met het stof van de aarde.

Onze wil is de os, die onder het juk van zijn hartstochten zucht.

Onze rede is de ezel, die gebonden is door de halsstarrigheid van zijn meningen,

door zijn vooroordelen, zijn dwaasheden.

In deze armzalige en verwoeste hut, in dit tehuis van dierlijke hartstochten,

in deze stal van het hart, kan Jezus Christus in ons geboren worden door ons
Volkomen Geloof.

De eenvoud van onze zielen is als de herders, die hun eerste offeranden brachten, totdat ten laatste de drie voornaamste machten van onze koninklijke waardigheid (de drie magiërs) zich voor Hem ter aarde buigen en Hem
de geschenken van Waarheid, Wijsheid en Liefde aanbieden.

 

Zo transmuteert de stal van ons hart zich in een uiterlijke Tempel,

waarin Jezus Christus ons onderwijst.

Maar deze tempel is nog gevuld met Schriftgeleerden en Farizeeërs,

de duivenkopers en de geldwisselaars worden er nog in gevonden;

deze moeten eerst uitgedreven worden.

De Tempel moet worden veranderd in een Huis des Gebeds.

 

Procesmatig kiest Jezus Christus al de goede krachten in ons
om Hem aan te kondigen.

Hij geneest onze blindheid, reinigt onze melaatsheid en wekt
de dode machten in ons op tot Levende Krachten.

Hij wordt in ons gekruisigd, Hij sterft,

en staat glorierijk weer in ons op als de Overwinnaar.

         ---

Vrienden,

Moge de Innerlijke Christus in u geboren worden en moge Hij u
de weg wijzen die leidt tot waarlijk verstaan en tot Volkomen Leven.

Om onze audio en video te kunnen bekijken moet u al onze cookies accepteren. Klik om je cookie instellingen aan te passen.;

10 Identiteit

Deze keer willen wij de verwerkelijking van onze ware identiteit,

aan de hand van het gedachtegoed van de wijsgeer Lau Tze,

als uitgangspunt voor onze bezinning nemen.

 

De inzichten van Lau Tze getuigen van de magistrale
universele wijsheid ij zijn Tau Teh King.

De beeldentaal, die daarin wordt gebruikt,

werd voor ons ontsloten door de heer Jan van Rijckenborgh.   

 

Zo willen wij elkaar dan plaatsen voor enkele woorden,

die verwijzen naar het mysterie en de essentie van alle openbaring.

De oergrond aller dingen: Het Tao.

Men kan dit woord vertalen als het ons bekende woord God, de Logos
of Gnosis.

Dit Tao kan niet gezegd worden.

Het kan niet in volkomenheid omschreven worden.

Het komt uit zichzelf voort en is in zichzelf geworteld.

Het kan vermoed, maar niet gekend worden.

Voordat hemel en aarde bestonden, bestond Het in alle eeuwigheid.

 

Twee menselijke gestalten

 

Tao baart één.

Eén baart twee.

Twee baart drie.

Drie baart de tienduizend dingen.

 

In deze eenvoudige woorden plaatst Lau Tze het mysterie van het leven
voor ons bewustzijn.

 

Uit Tao, de kracht die geen oorzaak kent, maar die is, die was en die zijn zal,

komt het Ene voort. Zijn werkzaamheid. Zijn Geest.

Door deze werkzaamheid komt het ontvangende, het tweede principe,

de Wereldmoeder, tot openbaring.

Met de Wereldmoeder wordt bedoeld, een veld van reine, ongeschonden,
astrale substantie. Uit deze Moeder dient het gehele Al te worden voortgebracht.

Het gehele scheppingsplan van de Vader, dient uit deze Moederkracht tot aanzijn te worden gevoerd.    

 

Uit de Vader stralen godsvonken, waarin de Geest Gods is.

De godsvonk is het goddelijke zaad.

Alles wat in deze godsvonk besloten ligt, moet door het contact met
de Wereldmoeder, dat is dus het reine astrale veld, tot groei,
tot openbaring komen.

Zo wordt, door het zaad van de Vader, de Geest,

uit de Wereldmoeder,

het Kindschap Gods een heerlijke werkelijkheid.

 

De grote betekenis van het middelpunt van deze drie-eenheid,
de Wereldmoeder,

is door de eeuwen heen niet of nauwelijks begrepen.

Dit middelpunt is een veld dat zich rond ieder levensgebied,
waarin goddelijke vonken tot ontwikkeling worden gebracht,
heeft samengetrokken.

In dit veld worden stromingen onderhouden; er gaan stralingen van uit. 

Vanuit deze machtige bron worden alle kinderen Gods gevoed.

 

In de gewijde geschriften van alle tijden wordt dan ook gesproken van

“de mateloze oceaan van oersubstantie”, en ook van “het water des levens”.

Uit deze ene kracht moet “het” leven worden verklaard.

Zonder deze kracht des levens kan enig openbaringsverschijnsel 

niet met de naam “leven” worden aangeduid.

 

En wij, herkennen wij onszelf als een ongeschonden uitdrukking van deze
alles omvattende levenskracht?  U kunt zelf het antwoord op deze vraag geven.

De wereld, die wij vorm geven, spreekt voor zichzelf.

Een geborene uit deze natuur leeft niet uit het reine astrale veld
van de Wereldmoeder.

 

Wij zijn ontsprongen aan en worden onderhouden door het astrale veld van de valse moeder (in sprookjes wordt dat verbeeld door het archetype van de stiefmoeder).

Dat is het astrale veld van onze wereld.

 

 

Daardoor zijn wij gebonden aan een totaal andere levensgerichtheid en tonen

dientengevolge een heel andere levenshouding, met als consequentie een heel andere levensuitkomst dan zij die de Wereldmoeder vereren en dienen.

 

Zie nu de grote tegenstelling. Zie de twee menselijke gestalten:

de mens levende uit zijn directe scheppingsbron, 

én de mens geboren en levende uit déze natuur.

 

Beiden gaan uit van een godsvonk, de onsterfelijke kern van
het menselijk stelsel.

 

Stagnatie

 

Wij spreken van twee menstypen.

Beiden gaan uit van een godsvonk. 

 

Het eerste type leeft uit het astrale veld van de Wereldmoeder,

waarin de geest van God zich openbaart en zich direct kenbaar maakt.

Hierin  komt het werkelijke kind van God, de ware mens,
uit en door de godsvonk, tot aanzijn.

 

De wijsheid, die God zelf is, kan direct en volstrekt 

gebruik maken van het verstandsapparaat.

 

Geen enkel aanzicht van de levenshouding, geen enkele uitkomst daarvan,

is speculatief of betreurenswaardig.

Integendeel, elk denken, handelen, willen en voelen

maakt de ware identiteit van de mens, de heerlijkheid van Tao, openbaar.

 

Zie daarnaast de andere mens.

Hij is gebonden aan de chaotische krachten van deze wereld.

Is hij een mens in de ware betekenis van het woord?

Een manas, een denker, een Godenzoon?

 

Hij is het niet, omdat hij nog gevangen ligt in het ondoorzichtige web
van de krachten van deze wereld.

Zijn openbaring, zijn wording uit en door de godsvonk, is gestagneerd.      

 

En nu spreekt de stem uit de verte der eeuwen,

bij monde van Lau Tze, de Universele woorden:

 

Het onvolmaakte zal volmaakt worden.

Het gebogene zal recht worden.

Het holle zal vol worden.

Het versletene zal nieuw worden.        

 

Deze woorden vervullen een ieder, die de in-eigen toestand innerlijk schouwen gaat, met verlangen en moed.

Hij, zij, wil medewerker worden in het grote heilige werk.

Een werk dat betrekking heeft op een proces in vier fasen,
met vier grote mogelijkheden, dat als volgt voor ons ligt:

 

1. de weg der vervolmaking,

2. het recht maken der paden,

3. het ontledigde vullen,

4. de vernieuwing door transfiguratie.

 

 

Vervolmaking

 

Het onvolmaakte zal volmaakt worden,

het gebogene zal recht worden,

het holle zal vol worden,

het versletene zal nieuw worden,

 

Bij het horen van deze tekst van Lau Tze, heeft u misschien gedacht dat dit

een soort mystiek opwekkend woord was.

Iets van: “ hou vol en zet maar door, het komt allemaal wel goed”.

Waarbij het er niet zozeer op aan komt wat men zegt en hoe men het zegt,

als wel blijk geeft van een soort liefdevolle gezindheid:

”Het kromme zal heus wel recht worden”.

 

Nee, de aard van dit woord, de volgorde van zijn aanzichten, dus zijn structuur,

is volledig één met de goddelijke natuurwet.

De al-openbaring van schepping en schepsel voltrekt zich volgens
déze natuurwet.

Met betrekking tot Gods schepsel, de ware de mens,
geldt namelijk het volgende:

 

Na een periode van voorbereiding en toebereiding,

die men involutie noemt, wordt de mens voor een opgaaf geplaatst,

die men als evolutie aanduidt. 

Involutie is dus de indaling, de inwikkeling in de materie,

evolutie is de ónt-wikkeling, de bevrijding uit de materie.

 

In tegenstelling tot wat velen menen,

is deze evolutie zeker geen volautomatisch proces.

De mens wordt niet geëvolueerd, hij dient zichzelf te evolueren

en zijn ware identiteit zelf te verwerkelijken.

 

Hij dient het doel Gods in en door zichzelf groot te maken,

zonder dwang, volkomen vrijwillig en in een volstrekte kennende liefde.

Daartoe wordt de mens bij de aanvang van het proces tot zelfverwerkelijking,

dus van het groot maken van de God in hem, geplaatst voor de weg
der vervolmaking.

 

Hij wordt in kennis gesteld van het gehele plan.

En de uitspraak: ‘al het onvolmaakte zal volmaakt worden’,

ligt in dit eerste aanzicht verborgen.

Iedereen die dit innerlijk herkent, zal de weg der vervolmaking voor zich zien.

Het plan, dat dan ontsluierd wordt, dient te worden uitgevoerd.

Het dient te worden vervuld door de mens zelf, in vrijwilligheid, met toewijding,

dus met algehele interesse en grote liefde.

 

De kracht, die in het midden is, stelt een ieder in staat het doel te bereiken.

Het zal u duidelijk zijn, dat zij die deze kracht kennen,

geen enkele moeite hebben met het recht maken der paden.

Ja, zij zullen met volledige interesse en als vanzelfsprekend, 

iedere gelegenheid benutten om de geschouwde weg der vervolmaking,
te bewandelen.

Het gebogene zal recht worden.

 

 

Het ‘ik’ moet minder worden

 

 

Dit “recht maken der paden” wil zeggen, alle voorbereidingen treffen,

alle voorwaarden scheppen, tot de terugkeer naar het punt van uitgang.

Wie dit in de praktijk gaat brengen, zal dáár correcties aanbrengen,

waar deze terugkeer nog belemmeringen ondervindt.

Hij zal derhalve in een zeer vernieuwende levenshouding treden,

met als uiteindelijk  resultaat, dat het ontledigde kan worden gevuld.

Wat wil Lau Tze ons hier zeggen?

Wel, als enig mens in staat blijkt de vernieuwende levenshouding vol te houden,

doordat hij, door zijn groeiend onderscheidingsvermogen, zijn ziel dáár brengt waar zij zich gelaafd weet, zal het ontledigde weer worden gevuld.

 

De mens van déze wereld is ontledigd van het prana des levens.

Deze oorspronkelijke astrale kracht, de levenskracht van
de Moeder des levens, dient dus weer in het persoonlijkheidsstelsel
te stromen.

 

In deze fase wordt de mens bezield met nieuwe zielekracht:

‘Het holle zal vol worden’;

het stelsel wordt opnieuw vol gemaakt met nieuwe levenskracht.

 

Nu kan de vierde grote mogelijkheid worden aangewend.

Want hoe kan het anders, “het versletene zal nieuw worden”

De vernieuwing door transfiguratie zal zich gaan voltrekken.

 

En zo blijken ook de volgende woorden, direct in dit proces thuis te horen.

Lau Tze zegt:

Met weinig wordt “het” verkregen. Met veel dwaalt men ervan af.

 

En hoewel deze woorden van een verbijsterende eenvoud zijn,

wijzen zij ons ten volle op het verbrekende karakter van het

gnostieke pad der zelfverwerkelijking.

 

Om naar het werkelijke zelf iets te worden,

dient men zich naar het oude zelf volkomen te ontledigen.

De mens dient tot het niet-zijn door te dringen.

Hij moet de moed hebben af te dalen tot het weinig-zijn.

Met het “weinig-zijn” wordt “het” verkregen;
met veel dwaalt men ervan af.

 

Lau Tze kende de menselijke natuur als geen ander.

Hij gaf daarom ook de volgende aanbevelingen om tot dat weinig-zijn,

tot het minder-worden te komen.

 

1. zelf niet licht schijnen

2. zichzelf niet hoog schatten

3. zichzelf niet roemen

4. zich niet in de hoogte plaatsen

5. in de strijdloosheid staan.                

 

Het gaat hier om een 5-voudige revolte.

Dan zal door het minder worden van het oude zelf,

de Ander in ons, kunnen groeien.

Dan zal de stem van het kernbeginsel in het hart kunnen klinken.

Dan kan de ontmoeting met “Het”, met Tao, worden gevierd.

 

De levende ziel

 

Wie de vier grote mogelijkheden

door middel van de vijfvoudige zelfrevolte tot een werkelijkheid heeft gemaakt,

zal ervaren, dat alles zich naar hem zal voegen.

Dat wil zeggen, dat deze mens zijn gebondenheid aan de oude natuur

teniet heeft gedaan en zijn ware identiteit heeft gerealiseerd.

Het is een wonderbaar gebeuren.

 

Het is goed ons daarvan enige voorstelling te maken.

Een werktuig, een instrument, kan zijn nut  en bestemming alleen dan bewijzen,

als het op de juiste wijze wordt gebruikt.

De menselijke persoonlijkheid is zo’n instrument.

Zij heeft de opdracht zich te bewijzen.

 

Nu wordt zij voortgebracht, steeds weer opnieuw,
door de geboorte uit deze natuur, omdat door verkeerde aanwending
van het instrument, de dood haar telkens weer vernietigt.

Zodra echter de levende ziel de persoonlijkheid gaat leiden,

zal tezelfdertijd de dood tot het verleden gaan behoren en

zal  de natuurgeboorte overwonnen zijn.

 

Zonder de levende zielestaat is de persoonlijkheid altijd onvolmaakt
en zal zij volstrekt onvolmaakt blijven.

Dit klinkt toch heel begrijpelijk.

Daarom kan men zich afvragen hoe het mogelijk is,

dat de mensheid deze logica niet verstaan kan.

De oorzaak daarvan is, dat de persoonlijkheid, als zij geboren wordt,

is toegerust met het bewustzijn van déze natuur.

 

Nu is de mystificatie deze, dat men deze natuurlijke bewustzijnsstaat aanziet

voor de levende zielestaat.

En als men tekorten vaststelt, verkeert men in de veronderstelling,
dat die geleidelijk aan wel zullen verdwijnen als het bewustzijn
aan voldoende cultuur onderworpen wordt.

Helaas zal men tot de ontdekking komen, dat het onvolmaakte nooit volmaakt zal kunnen zijn, als niet alle aanzichten van het volmaakte samengebracht zijn en volstrekt samenwerken.

Het grote wonder van de schepping is juist dit, dat ieder aanzicht van
de volstrekte mens een levend aanzicht is en dat er dus sprake is van een
drie-voudig leven.

Het leven van de persoonlijkheid,

het leven van de ziel

en het leven van de geest.

Wanneer deze drie worden samengevoegd,

een ieder in de staat van zijn goddelijke bedoeling,
dan, ja dan, zal de waarlijk goddelijke mens kunnen leven en zijn.      

 

Tao, de Logos, baart één: de werkzaamheid.

Eén baart twee: de bezielende kracht.

Twee baart drie: de gestalte, waardoor de werkzaamheid en bezieling,

het Plan en de Idee van de Logos, tot uitdrukking kunnen komen.

 

Ziet u, ervaart u de grootse en heerlijke opdracht waartoe wij geroepen zijn?

Gaat u iets proeven van de enorme mogelijkheden die er voor ons weggelegd zijn, als wij ons leven in dienst willen stellen van de Ander in ons?

 

 

Om onze audio en video te kunnen bekijken moet u al onze cookies accepteren. Klik om je cookie instellingen aan te passen.;

9 De innerlijke beleving van de jaarfeesten

Welkom bij bezinning 9 van het Gouden Rozenkruis.

Deze keer willen wij ons bezinnen op

 “De innerlijke beleving van de jaarfeesten”.

 

Reeds vele miljoenen jaren gaat de mensheid
door  diepe ervaringen heen,

teneinde opníeuw een reis te kunnen aanvangen.

Het uiteindelijke doel van dié  reis is, de terugkeer tot het goddelijke geestveld, 

dat is het oorspronkelijke levensveld van de mens.

 

Reeds miljoenen jaren wordt  vanuit dit geestveld gepoogd,

de mensheid te bewegen haar hoge roeping te vervullen, namelijk:

het bewerkstelligen van transfiguratie.

Deze transfiguratie maakt het levensstelsel geschikt  voor opname
in het goddelijke geestveld.

De mogelijkheid daartoe is organisch in elk mens aanwezig.

Zij is gelegen in het denkvermogen, dat daartoe tot volle ontplooiing
moet worden gebracht.

 

De mensheid klampt zich echter vast aan de aarde.

Daardoor treedt een voortdurend proces van kristallisatie op,

een proces, dat de mens belemmert in zijn opgang naar
het oorspronkelijke levensveld.
 

Vele rampen hebben de mensheid al getroffen,

om haar te behoeden voor verdergaande kristallisatie.

Zo blijft voor de mens de mogelijkheid open tot het proces van transfiguratie.

 

Bij deze corrigerende rampen moeten wij niet denken
aan de  wrekende goddelijke gerechtigheid,
maar aan een vorm van herstel.

 

Om dit te kunnen begrijpen dienen wij te beseffen,
dat het universum één geheel vormt,
waarbinnen alles met elkaar samenhangt.

 

Binnen het universum vinden we macrokosmos, kosmos en microkosmos.

Ons  levensstelsel, de microkosmos, vormt een organisch onderdeel
van de kosmos en de macrokosmos.

 

Als nu een wezen binnen dit geheel, het Goddelijke scheppingsplan tegenwerkt,
zoals bijvoorbeeld bij een te sterke aarde-gebondenheid,
ontwikkelen zich altijd reacties; niet als straf, maar als correctie.

 

De macrokosmos is een zelfcorrigerend systeem, waarin door de werking van natuurwetten, altijd herstel van het kosmische en interkosmische evenwicht optreedt.

 

Transfiguratie

Door de indaling van de Christusimpuls tot in het hart der aarde
werd en wordt de mens vanaf het begin van de christelijke jaartelling
in staat gesteld de transfiguratie te voltrekken, dat wil zeggen:
de Geest-Zielenmens tot aanzijn te roepen.

Hij wordt niet alleen in staat gesteld de zielenwedergeboorte te realiseren,

maar ook, om in de kracht van de Universele Christus, 
de weg  daadwerkelijk te gáán door omzetting van al het lagere in het hogere.

 

De transfiguratie is de algehele regeneratie van de microkosmos,

een proces van nieuwe menswording - naar het beeld van God.

 

De weg van transfiguratie kunnen wij allen gaan,
omdat wij beschikken over een denkvermogen.

Het denkvermogen en het verstand stellen de mens in staat
een Gnosticus te worden, dat wil zeggen, een wetende.

Deze vermogens, waarover de mens beschikt,
werden en worden echter gebruikt voor het handhaven
van zijn ongoddelijke leven.

Is het een wonder dat het onheilige vuur, dat daardoor is ontstaan,
zich nu over de gehele mensheid dreigt uit te storten?

 

Het Christus-atoom

Ieder kosmisch tijdperk heeft een specifieke invloed en uitwerking op
het gemoed van de mens. De kosmische stralingen stuwen en sturen de ontwikkeling van het menselijke bewustzijn.

Deze ontwikkelingen bepalen de vermogens en mogelijkheden van de mens
in zo’n tijdsperiode.

 

Gedurende het vissentijdperk, de ruim 2000 jaren die achter ons liggen,
werd de mens intensief verbonden met de werkzaamheden van het hart.

Het grote doel was, om de slapende goddelijke Lichtvonk in het  hart weer
te wekken, opdat deze direct tot het bewustzijn zou kunnen spreken.

 

Deze Lichtvonk of Roos des harten, dit Christusatoom,
is het rudimentaire overblijfsel van het oorspronkelijke, goddelijke leven.

Als een zaadkorrel draagt het alle mogelijkheden in zich
tot volkomen vernieuwing naar goddelijk bedoelen.

Dit juweel wacht in de mens tot het moment,

waarop deze zich zijn goddelijke afkomst weer gaat herinneren.

Door vele ervaringen gerijpt, wordt het hart van deze mens
vervuld van verlangen naar het oorspronkelijke Vaderhuis.

 

Het verlangen van het hart  gaat als een noodkreet de kosmische ruimte in.

En als een  wetmatigheid zal het liefdevolle Licht van
de Universele Christus reageren. Het zal de slapende Lichtvonk wekken.

Een proces van nieuwe zielenontwikkeling neemt zijn aanvang.

Het is dit proces, dat in de evangeliën wordt beschreven.

De Christelijke jaarfeesten zijn hoogtepunten in deze ontwikkeling,

 

Jaarfeesten als metafoor voor de Weg

Jaarfeesten, zoals Kerstmis, Pasen en Pinksteren, bepalen ons bij de Bijbel.

De Heilige Schrift wijst aan de mens de Weg, de Waarheid en het

Volkomen Leven.

In de bijbel is veel gesluierd weergegeven, maar de mens die waarlijk zoekt,
zal de sleutel vinden tot begrip van deze teksten.

 

De jaarfeesten zijn een metafoor voor de Weg die de mens kan gaan,

als hij zich weer bewust wordt van zijn kindschap Gods.

 

In het middelpunt van onze microkosmos, in ons hart,
bevindt zich de Lichtvonk, of het Christusatoom.

Wanneer dit Goddelijke atoom in het hart tot werkzaamheid komt,
gaat er een nieuwe heiligende kracht vanuit. 

Een nieuw Licht begint zich dan in het hart te openbaren.

Dit is de geboorte van het Christuskind: Kerstmis.

 

Deze Lichtgeboorte vloeit voort uit ons verlangen naar Waarlijk Leven.

Dit verlangen schept de innerlijke ruimte, die nodig is
om het Licht geboren te doen worden.

 

Zo komt, vanuit de geboortegrot in het hart, het licht in omloop in ons wezen.

We raken meer en meer vervuld van haar werking.

Voortgaande op deze weg, in deze “navolging Christi”,
onttrekken wij ons steeds meer aan het aardse gebeuren,
en leven wij toe naar de vereniging met de Geest.

 

Dit voert naar het offer, het dragen van het kruis en de kruisiging,
het óndergaan van de aardse mens, de opstanding van de geest-zielenmens,

de hereniging met de Vader, met de Geest.

 

Eenieder die het Pad ten Leven wil gaan zal nu, in dit aardse leven,
moeten aanvangen het Pad van het Kruis te betreden.

Wanneer iemand dit Pad betreedt, legt hij zijn hart op het Kruis.

Dit is wat Pasen ons te zeggen heeft.

 

Daarna beleven wij het Pinksterfeest.

Door de zelfovergave aan het Licht in ons, wordt de mens geschikt gemaakt
voor de indaling van de Heilige Geest.

Er wordt in ons een vuur ontstoken.

Er gaat dan van ons een vurig wenkend, roepend lichten uit.

Wij zijn dan kinderen van het Vuur, verbonden met de Universele Wijsheid. 

Wij spreken dan de taal van de zoekers,

weliswaar in verschillende talen, maar met één betekenis.

Namelijk deze, dat wij dienen terug te keren naar onze Oorsprong,
naar het Vaderhuis.

Dit kan alleen door de volledige overgave aan het Christus-beginsel in ons.

 

Dit zijn cruciale momenten in ons leven, zo wij ze werkelijk gaan begrijpen
en beleven.

 

Wij leven op deze aarde als in een betovering, totdat deze betovering,

door onze vele ervaringen, wordt verbroken.

Totdat in de mens het inzicht ontstaat dat er een geheel ander doel
aan zijn leven ten grondslag ligt.

De Gnostieke wijsbegeerte kan pas een ingang vinden bij die mens,
die zich weet lós te maken van de betovering van de aarde.

Dan zal de blik naar binnen worden gericht, naar de Roos des Harten,
en kan de stem van dit onsterfelijke element worden gehoord.

Zo wordt de aardse karikatuur van het Innerlijke Beleven opgeheven.

Zo zal het carnavaleske van de Ik- mens verdwijnen en wordt de mens
de eenvoudige pelgrim op weg naar het Kindschap Gods.

 

De Johannes-mens

De Bijbelse jaarfeesten zijn in feite ontwikkelingsprocessen, die in ieder mens kunnen plaatsvinden. In het nieuwe testament worden in het begin van het evangelie twee figuren beschreven, namelijk Johannes de Doper  en Jezus de Christus.

Zij maken aan ieder mens het pad van zielenbevrijding duidelijk.

Zij tonen het grote heerlijke doel van de zelfovergave aan dat proces.

Zij leven het voor.

Het gehele proces van de Christelijke heilsleer wordt zo daadwerkelijk
voor ieder mens geopenbaard.

 

Johannes is de natuurgeboren mens.

Na vele ervaringen heeft hij ingezien dat de natuur van de duisternis
nooit het juiste antwoord geeft op het innerlijke verlangen.

Van zijn hart gaat een tomeloos verlangen uit naar licht, naar waarheid.

Deze Johannes-mens heeft zich omgewend.

Alleen zo kan hij de roep vanuit de Goddelijke natuur ervaren;
de roep die uitgaat om te zoeken wat verloren is.

 

Hij is nu vastbesloten om het pad van werkelijk leven te gaan
en alle consequenties daarvan van harte te aanvaarden. 

Hij maakt de paden recht voor de Goddelijke kern in zijn microkosmos.

 

Zo wordt hij opnieuw verbonden met de oorspronkelijke natuur.

En zo kan hij ook anderen dat pad wijzen en van die kracht meedelen.

Daarom wordt hij een profeet en een doper genoemd.

Ieder van ons wordt uitgenodigd zo’n Johannes-mens te worden.

 

De Jezus-mens

Door de weg van voorbereiding in de Johannes-fase, wordt de geboorte
van Jezus in het hart van de mens mogelijk.

De Roos, de ware zielenkern, komt tot leven.

Het wordt licht in het hart van de mens.

In dat licht wordt pas goed de wanordelijke situatie
in het menselijke stelsel zichtbaar.

Er is gekozen voor het Zielenleven, maar toch wordt de mens
nog vrijwel dagelijks geconfronteerd met de sleur, de gewenning
en de oude gebondenheden van het leven.

Dit zijn astrale bindingen, die zich met grote regelmaat opdringen
aan de naar vrijheid strevende mens.

 

Veel begoochelingen, waarin ooit werd geloofd, moeten worden doorzien,
oude maskers, waarachter we ons verschuilden, worden weggetrokken en opgeruimd.

Hier zien we dan ook de ware betekenis van het carnaval:

we gaan onze eigen waan doorzien. 

Wij vieren het feest van de ontmaskering,
van het doorzien van magnetische gebondenheden.

Het is het drievoudige feest van transmutatie,
van opruiming en reiniging van hoofd, hart en handelingsleven.

Zo staan we in een proces van nieuw geloof en nieuwe hoop.

Wij hebben het Nieuwe leven lief, dat in ons geboren is.

 

Na het carnaval volgt de periode van vasten, 40 dagen lang.

In het getal 40 zien we de nul, het symbool van de cirkel der eeuwigheid,
van waaruit vier krachten de ziel sterken.

Het zijn de heilige spijzen, de zuivere bouwstoffen van de geest,
de goddelijke radiaties.

Het zijn:
de reine denkstof,
de zuivere astrale substantie,
de oorspronkelijke ethers of levenskrachten
en de Universele stoffelijke kracht.

 

In die krachten bereidt de Jezus-mens zich voor op zijn kruisgang ten leven.

 

De Geest-Zielegeboorte

Zonder een vrijplaats is het vrijwel onmogelijk de vele aanvallen
van de oude astrale krachten te weerstaan.

Zelfs de ingewijde Paulus verzucht:

”Als ik het goede wil doen, staat het kwade naast mij”.

De Geestesschool  van het Gouden Rozenkruis is zo’n vrijplaats.

Hier zijn de krachten van de Christus hiërarchie ieder mens van dienst,
die naar zielbevrijdend leven streeft.

Daartoe onderhoudt de School een astraal magnetisch lichtveld van zuivere Christuskracht, een levend lichaam.

Als een hemelschip, een ark, is haar Levend Lichaam.

Iedere serieuze zoeker kan in dit levende Lichaam, dit Corpus Christi,
worden opgenomen.

Wanneer zo één dan ook daadwerkelijk de overgedragen leringen omzet
in de praktijk van het leven, zal hij door die Christuskracht alles vermogen
wat nodig is.

Hij zal Jezus volgen op zijn kruisgang.

De nieuwe ziel zal in deze mens groeien.

Hij beleeft de kruisiging, waar al het oude sterft in Christus,
maar hij gaat verder en viert zijn opstandingsfeest.

De Geestziel is geboren.

 

De ziel is losgekomen van de bewogenheden van de oude natuur
en gaat zijn hemelgang.

De adem van de Heilige Geest vervult het ademveld van de microkosmos
met zijn Vurige Kracht, met Nieuwe Scheppingskracht.

Het ware Pinksterfeest.

 

En in die kracht is men in staat ook anderen van dienst te zijn
en het evangelie door te geven, door het volkomen voor te leven.

Om onze audio en video te kunnen bekijken moet u al onze cookies accepteren. Klik om je cookie instellingen aan te passen.;

8 De vrede die alle verstand te boven gaat

In deze bezinning willen we met u spreken over:

‘De vrede die alle verstand te boven gaat’.

 

U kent wellicht het verhaal van de rijke jongeling?

Dit verhaal wordt in de Evangeliën beschreven

en vertelt  van een man, een rijke jongeling,

die  zich tot Jezus de Heer wendt met de vraag:

”Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven
te beërven?”

 

En Jezus antwoordt:

”Wat noemt gij mij goed? Niemand is goed,

ook niet één! Alleen God is goed.”

 

Dit woord wordt beschouwd als een citaat uit de Hermetische wijsbegeerte,

van de Egyptische wijsgeer Hermes Trismegistos,

de driemaal grote, de driemaal verhevene.

We lezen in het tiende boek van Hermes Trismegistos:

 

“Het Goede is uitsluitend in God”, of juister:

“God is in alle eeuwigheid het Goede.”

 

Met dit woord wordt een kernprobleem van de mensheid blootgelegd; een haast onoplosbaar vraagstuk.

 

Dit Goede is voor ons, aardgeborenen, een onkenbare realiteit.

 

Goed vinden we over het algemeen genomen wat voor ons
prettig en aangenaam is of wat met ons levensinzicht overeenstemt.

En het tegenovergestelde achten we dan kwaad.

 

Het is daarom ook volkomen logisch dat er omtrent dit punt
hier op aarde een chaotische toestand is ontstaan.

Er bestaan in dit levensveld namelijk geen werkelijk goede mensen.

Net zomin als het Goede, het Alleen-Goede, in ons levensveld kan worden aangetroffen.

Het is echter wél de opdracht der mensheid te trachten
haar problemen zo goed mogelijk op te lossen

met de aardse fenomenen goed en kwaad.

 

Moeten wij dan alles met betrekking tot het goed en kwaad
van deze wereld als nutteloos en hopeloos opzij schuiven?

 

Hermes Trismegistos zegt  over onze worsteling met goed en kwaad:

 “ Zó is het gesteld met de menselijke goedheid en de menselijke schoonheid.

En wij kunnen ze noch ontvluchten, noch haten; want het bezwaarlijkste van alles is

dat we ze nodig hebben en zonder deze niet kunnen leven.”

 

Een mens die de menselijke schoonheid en goedheid niet liefheeft noch haat

en haar ook niet tracht te ontvluchten,
staat in de onthechtheid met betrekking tot deze natuur.

Onthechtheid naar deze natuur is de aanvang van het pad.

 

Waarheen is die mens dan op weg?

De waarheidzoekende mens keert terug tot de Grond der dingen, keert terug tot het Alleen-Goede.

Alleen in God is het Goede te vinden.

En wie God vindt, wie deel krijgt aan het Goede is nog wel in,

maar tegelijkertijd niet meer van deze wereld.

 

De Rozenkruisers hebben zich vanaf het allereerste begin op het standpunt gesteld:

“Er is op de wereld niets goed.

Er is niemand goed, ook niet één. “

 

Daarom gaan wij staan in de ongehechtheid.

De Godheid, de machtige alles vervullende Godheid kan ons
met haar straling alleen aanraken  in deze objectiviteit,
in deze ongehechtheid .

Alleen op die wijze kan haar stralingsvolheid ons in zuiverheid
de boodschap van het Al overdragen.

 

Zo blijft alle verantwoordelijkheid bij de mens zelf.

De mens kiest altijd zelf zijn weg.

 

Denkt u daarbij aan de waarschuwingen uit de heilige taal:

 

 “Weest getrouw en vertrouwt niemand.”

“Gelooft niet iedere geest, maar beproeft de geesten of zij uit God zijn”, zo zegt Johannes; twee hermetische raadgevingen.

Wanneer u zich daaraan houdt, kan u niets kwaads overkomen.

 

De keuze

 

Als u in uw hart en oeratoom,

bent aangeraakt door de roep van de Gnosis,

wordt u een totaal nieuw levensperspectief geboden.

 

U staat dan, zoals we dat zeggen,

op het pad dat voert tot in het opstandingsveld;

tot het Alleen-Goede.

 

 

Op dit pad en in dit perspectief gebeurt het bij dit waarachtig streven

dat u een blik wordt gegund in de Nieuwe gebieden
van het Werkelijke leven. Hierdoor leeft u in twee werelden.

De ene wereld naar de natuur en de andere wereld naar
de bovennatuur, ofwel het rijk van de Christus.

 

Het omgaan met de regels en wetten van

de stofnatuur blijft natuurlijk een constante zorg.

U bent, juist als u naar bevrijding streeft, verplicht

in ruime mate en met grote waakzaamheid
aandacht te schenken aan de stofnatuur waarvan u

een onderdeel vormt en waarin u een taak te vervullen heeft.

 

Zo tracht u dan in het dagelijkse leven van uur tot uur de goede raad

van mevrouw Catharose de Petri, grootmeesteres van
de School van het Gouden Rozenkruis,  te volgen die zegt:

” Kies, wanneer u kiezen moet, altijd het hoogste.”

 

Een suggestie, een handreiking, die verstrekkende gevolgen heeft,

in positieve en bevrijdende zin, wanneer men die zou volgen.

Kiezen doen we dagelijks, bewust en waarschijnlijk
nog vaker onbewust.

 

Dit is natuurlijk een keuze van een totaal andere orde

dan de keuze voor het hoogste.

 

De naar bevrijding strevende mens, heeft door zijn sterk geactiveerde hartwerkzaamheid

een verschrikkelijk groot gevoel gekregen voor het lijden van de wereld.

Dát zou hij willen oplossen. Het brandt in zijn hart.

 

Goedheid, Waarheid, Gerechtigheid

 

De naar bevrijding strevende mens ziet ook dat in deze wereld

geen werkelijke oplossing mogelijk is.

Daarom hunkert zijn hart naar een daadwerkelijke bevrijding
uit deze levensbrand, niet alleen voor zichzelf,
maar voor al zijn medemensen.

En hij ziet wat dit van hem vraagt.

 

Enerzijds een innig streven naar het allerhoogste;

de keuze voor het hoogste.

Anderzijds een volstrekte beschikbaarheid voor de medemens.

Een onvoorwaardelijk: “hier ben ik”,
waar het gaat om het lenigen van de levensnoden
van de medemens.

Want alleen dáárdoor kan het allerhoogste, dat is De Liefde, worden gekend.

Alleen door het Liefdevuur van God in levende daad om te zetten, ontdekt de strevende mens het werkelijke leven.

 

En dan klinkt wederom het woord van Hermes Trismegistos:

“Zó is het gesteld met de menselijke goedheid en de menselijke schoonheid.

En wij kunnen ze noch ontvluchten, noch haten; want het bezwaarlijkste van alles is

dat we ze nodig hebben en zonder deze niet kunnen leven.”

 

Zetten wij hiernaast de woorden van Jezus Christus,
het u allen bekende woord:

 

”Geef de keizer wat des keizers is, en God wat van God is.”

 

Accepteer uw gang door de stof en streef naar een onthechte levenshouding op basis van de nieuwe ziel.

 

Vanuit  het magnetische lichaam van de School van het Rozenkruis

ontvangt u in rijke mate kennis en kracht voor de verwezenlijking hiervan.

Wanneer u zich niet meer laat raken door de schommelingen der natuur,

wanneer u niet meer dagelijks verdrinkt in de strijd om goed en kwaad, is de juiste keuze reeds gemaakt.

 

En in de politieke declaratie van Jezus Christus wordt daarom het “geef de keizer wat des keizers is”

opgevolgd door het vlammende woord: ”en aan God wat van God is.”

 

Geen verdeling van aandacht en belangen, maar éénpuntig en volkomen toegewijd gericht

op het Goddelijke plan met wereld en mensheid in de kracht van Goedheid, Waarheid en Gerechtigheid.

 

Vrede

 

Als er iets aan de ontwikkelingsgang van de mensheid opvalt

 is het haar voortdurende streven naar vrede.

Het is ons tot op de dag van vandaag duidelijk dat er van vrede voorlopig geen sprake zal zijn.

De verklaring hiervoor vinden we onder andere in de wetmatige balans binnen de dialectiek.

Alles wat onderhevig is aan de tijd, aan de werking van
goed en kwaad kán eenvoudigweg niet stilstaan.

Hierdoor wordt alles wat voor een lang of kort moment wèl stilstaat, opgebroken en voortgestuwd tot verandering.

 

De microkosmos van de mens is de verkleinde versie

van de aarde-kosmos en de macro-kosmos.

De mens heeft, als één van zijn vier voertuigen, de beschikking over
een astraal lichaam.

Middels het astrale lichaam is hij verbonden met o.a. zijn gevoel en zijn karma.

 

Tevens voedt de mens zich met astrale krachten vanuit het astrale veld rondom de aarde,

wat op haar beurt weer gevoed wordt vanuit de ruimte én door de mensheid.

 

Door het willen, denken, voelen en handelen ademt en reageert
het astrale lichaam.

Dagelijks ademt een mens astrale kracht met zijn gehele wezen in, overeenstemmend met zijn of haar gerichtheid.

En dagelijks ademt de mens astrale krachten uit.

 

Zo is boosheid als het ware een astrale vuurpijl die op een mens,
of een groep mensen wordt afgevuurd, aankomt bij het doel
en daarin een astrale reactie teweeg brengt.

Een reactie die bijna altijd tegengesteld zal zijn.

 

Ziehier het drama der goed bedoelenden.

Actie en reactie zorgen voor balans.

Zo kan een machtige vredesbeweging, die wij als mens natuurlijk graag zouden steunen,

een enorme astrale beweging veroorzaken met als uiteindelijke doel: het helpen der mensheid.

 

Doch het resultaat van deze enorme astrale bewogenheid is
een astrale reactie, gevolgd door een reactie in de stof van diegenen die het doelwit waren.

Oorlog en vrede zijn zo onlosmakelijk aan elkaar gebonden.

 

Is er dan geen uitweg?  Ja, die is er:

Een andere astrale gerichtheid op een Lichtveld welke niet
van deze aarde is.

“Zoek eerste het Koninkrijk Gods, en al het andere zal u geworden.”

 

Richt u op de vrede die in God is. 

Ga staan in het hart van de dialectisch weegschaal; daar waar de stilte is, daar waar de onthechtheid begint.

 

Er is een Vrede Gods, die alle verstand te boven gaat.

Jezus spreekt: “Vrede laat Ik u, Mijn Vrede geef Ik u, doch niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef Ik hem u.”

 

De mens die verlangt naar de hoogste vrede wil en zal leren
uit de Universele Leer die aan de mensheid gegeven is en
met de mensheid neergedaald is teneinde haar weer de weg terug
naar het Licht te kunnen wijzen.

 

En tegen de waarlijk willenden wordt gezegd:

”Hetgeen u aldus leert, ontvangt, hoort en ziet: doet dat!

En de God des Vredes zal met u zijn.

Zalig zijn de vreedzamen, want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.”

 

 

Om onze audio en video te kunnen bekijken moet u al onze cookies accepteren. Klik om je cookie instellingen aan te passen.;

7 De Vermaning van de Ziel

Namens de Internationale School van het Gouden Rozenkruis heten wij u van harte welkom op deze bezinning over de Ziel aan de hand van enkele tekstfragmenten van Hermes Tresmegistos, Hermes de driemaal Grote.

 

------------

 

Je moet, o ziel, ware kennis verkrijgen

over je eigen wezen en over zijn vormen en aanzichten.

 

Denk niet dat enig aanzicht waarover je kennis wenst te verkrijgen,

buiten je is;

neen, alles waarover je kennis dient te verwerven, is binnen in je.

 

Hoed je er daarom voor op een dwaalweg te worden geleid,

waardoor je dat wat in je bezit is, elders zou zoeken.

 

Velen vergeten waar inzicht gevonden moet worden

en zoeken ernaar buiten zichzelf

en worden daardoor misleid.

Maar later zullen zij zich herinneren

dat alles in hen is en niet buiten hen.

 

Dat waarover je kennis moet verkrijgen,

bestaat eeuwig en zonder ophouden en niets ervan is buiten je.

Wat buiten je is,

zijn de dingen die al vanaf het begin los van je staan.

Ze nemen velerlei eigenschappen aan

en zijn opgenomen in het proces van opgaan, blinken en verzinken.

En behalve deze dingen is er buiten jezelf niets te vinden.

 

Keer dus terug tot je zelf,

opdat je niet valt in de stroom van de dingen die met elkaar

in strijd zijn en opdat hun verschillende eigenschappen

je niet heen en weer slingeren,

zoals een woelige, stormachtige zee

de schepen heen en weer slingert die haar bevaren,

want aldus zou je uiteindelijk niets goeds verwerven,

en ook niet tot enige kennis komen.

 

- - - - - - -

 

Indien je ware kennis bezit, o ziel,

zul je begrijpen dat je verwant bent aan jouw Schepper.

Daardoor zul je het ware geluk smaken.

 

Maar als je geen kennis bezit,

zul je denken dat je tot de “waardeloze soort der dingen” behoort,

en dáárop zul je je dan richten.

 

Leg je met al je kracht toe

op het verkrijgen van ware kennis.

Houd je zonder ophouden bezig met het overdenken daarvan,

zodat je de waarheid zult leren zien,

en laat je hierdoor op de juiste wijze leiden in je handelingsleven.

Bevrijd jezelf van onkunde en verblinding,

die voortvloeit uit onwetendheid.

 

Smart wordt veroorzaakt doordat de ziel dingen ziet en tot zich neemt

die veranderlijk zijn en met elkaar in conflict.

De ziel is gelukkig als zij de dingen ziet

die in harmonie en eeuwigdurend zijn, en die tot zich neemt.

Indien je dus vrij wilt zijn van smart, o ziel,

verlaat dan deze wereld van tegenstrijdigheden en onderlinge conflicten

en ga binnen in de wereld van eeuwigheid en van stabiliteit.

 

- - - - - - -

 

De stoffelijke wereld beneden, o ziel,

is het verblijf van onbevredigd verlangen,

van vrees, ontwaarding en droefenis;

boven is de wereld van de geest, van rust, ontoegankelijk voor angst,

getuigende van hoge waardigheid en blijdschap.

Beide werelden hebt je gezien, in beide heb je geleefd.

Maak nu een keuze in overeenstemming met jouw ervaring.

In beide kunt je wonen,

door geen van beide zult je worden uitgeworpen of verwaarloosd.

Maar het is voor een mens onmogelijk tegelijkertijd

gekweld te worden door onbevredigde verlangens én in rust te zijn,

verheven te zijn én ontaard,

verheugd te zijn én verdrietig.

In de mens kan de liefde voor deze wereld

en de liefde voor een andere wereld niet verenigd worden.

Dat is onmogelijk.

 

Je bent, o ziel, geboren uit een bepaalde stam

en van die stam ben je de tak.

 

Hoe ver de tak ook van de stam verwijderd is,

er blijft een verbinding en een overeenkomst tussen stam en tak.

Jouw voedsel ontvang je van de stam.

Indien er iets geplaatst wordt tussen de stam en de tak,

wordt de verbinding en de voeding verbroken

en zal de tak verdorren en sterven.

 

Overdenk dit, o ziel, en bevestig in je wezen

dat je bestemd ben terug te keren tot de Schepper.

Hij is de stam waaruit je gegroeid bent.

Leg daarom alle smetten en lasten van de stoffelijke wereld af,

zodat alles verdwijnt wat je weerhoudt

om tot je ineigen hoge wereld terug te keren,

tot de stam, je oorsprong.

 

- - - - - - -

 

Van de kosmische elementen, o ziel, is Aarde het zwaarst,

omdat zij zich lager dan alle andere dingen vast zet,

omdat de verdichting het grootst is.

Dit element is grof, dik, dicht en onbuigzaam,

en verstoken van licht en leven.

 

Daarna komt het element Water,

dat ijler en zuiverder is dan Aarde

en dichter staat bij het leven.

 

Dan komt het element Lucht, dat ijler is dan Water

en méér licht en leven in zich heeft.

 

Na lucht komt het element Vuur,

dat het ijlst is van de vier elementen.

Het staat hoger dan de drie andere

en is het meest van Licht voorzien.

 

Na Vuur komt het element van het Hemellichaam,

dat ín zich de zuiverste vormen

van de vier lagere elementen bevat

en, vergeleken bij deze vier elementen,

gekenmerkt wordt door een bijzondere uitnemendheid.

 

Allereerst, omdat het zeer ijl en licht is,

een overvloed aan Licht bevat,

zeer schoon geordend is,

dicht bij het Leven staat en zéér nabij datgene wat volmaakt is,

en deel heeft aan de Geest.

 

Ten tweede, omdat het de vorm bezit die van alle vormen de schoonste,

de volmaaktste en de meest symmetrische is,

namelijk de vorm van een hemellichaam of bol.

 

En ten derde, omdat alles wat er door omsloten wordt,

diezelfde vorm in zich draagt, bolvorm in bolvorm,

opeenvolgend naar binnen,

met inbegrip van de aardebol.

 

Na en boven het element van het Hemellichaam,

dat het hoogst is van de vijf elementen,

volgt, in opgaande lijn,

de substantie van de Ziel

die aan de hemellichamen een geregelde beweging geeft,

en zuiver is en schitterend van Licht.

De Ziel is ijler dan alles wat door haar omsloten wordt,

want dát zijn lichamen en elementen.

De Ziel is echter onstoffelijk!

 

Alles wat beneden de Ziel staat,

kan aan het Leven slechts deel hebben

door middel van de Ziel.

 

De Ziel heeft in zich de vermogens van gedachte,

wil en onderscheiding,

welke vermogens zij uitbreidt

tot alles en allen waarmede zij verbonden wordt

voor zover deze in staat zijn die vermogens te ontvangen

en daardoor tot Leven te komen.

 

Alles echter wat niet met de Ziel verbonden is,

is volkomen verstoken van gedachte,

van wil, van beweging en oordeel.

Wanneer iets deze vermogens niet enigermate bezit,

is het Leven-loos.

 

Boven de substantie van de Ziel komt de Geest.

De Geest is het ijlst van alles wat waargenomen kan worden.

De Geest gaat uit boven al het andere

en staat op de hoogste plaats:

de Geest is slechts ondergeschikt aan de Hoogste Godheid,

die eeuwig is, zeer heilig en verheven.

 

Van de hoogste Godheid, zonder tussenkomst,

ontvangt de Geest en deelt Hij uit aan alles en allen:

Schoonheid, Licht en Leven.

Geest is de hoogste middelaar tussen God en Kosmos.

 

Overweeg deze samenstelling, o Ziel.

Overtuig je van de waarheid ervan, en wees er volkomen zeker van.

Want zo zijn de dingen samengesteld, gerangschikt en geregeld.

 

- - - - - - -

 

Bij God zijn duizend jaren als één dag,

volkomen aan elkaar gelijk:

‘Ik heb u gegeven elke dag voor elk jaar.’

 

Elke dag kunt je beginnen

met het vieren van je afscheid van het oude.

Elke dag kun je gebruiken

voor het maken van een volstrekt Nieuw Begin.

Elke dag kunt je je bevrijden van de greep van de dood.

 

Allen die Hem, de goddelijke Geest aannemen,

die heeft Hij macht gegeven de innerlijke revolte door te voeren

tot de Overwinning.

 

- - - - - - -

 

Graag besluiten wij deze bezinning met de wens

dat de waarheid over het wezen van de Ziel in je gehele wezen zal mogen doordringen.

Om onze audio en video te kunnen bekijken moet u al onze cookies accepteren. Klik om je cookie instellingen aan te passen.;

6 De komende Nieuwe Mens

Namens de Internationale School van het Gouden Rozenkruis heten we u van harte welkom bij deze bezinning getiteld: de Komende Nieuwe Mens.

 

De mensheid is nog in ontwikkeling.

De huidige tijdelijke mens is een bewoner van een microkosmos

die je een eeuwigheidswezen zou kunnen noemen. Een god-mens in wording.

De ontwikkeling van de mens als microkosmos,

als een kleine wereld,

waarin het Goddelijke Licht  zich  kán uitdrukken,

duurt al miljoenen jaren.

Nu, bij  het aanbreken van de Aquarius-periode

bevindt deze microkosmische mens zich opnieuw in een overgangsfase.

 

In de komende ontwikkelingsfase,

is het eerstvolgende doel van de microkosmische ontwikkeling:

een Aquarius-mens te worden.

In de Aquarius-mens staat niet het tijdelijke ik of het ego centraal,

maar de oorspronkelijke Ziel die onderdeel is van de microkosmos.

 

In de nieuwe periode zal de microkosmische mens,

naast een tijdelijk stoffelijk lichaamsbewustzijn

ook over een Geest-Ziele-bewustzijn kunnen beschikken.

 

- - - - - - -

 

Bij de eerstvolgende stap wordt van de tijdelijke mens,

die bij zijn geboorte werd verbonden met de microkosmos een bewust meewerken verwacht.

Elk microkosmos verbonden met een tijdelijke mens

beschikt over alle mogelijkheden om een Geest-Ziele-mens te worden.

 

Er is een persoonlijkheid met een groeiend bewustzijn.

En er is een oorspronkelijk Ziele-principe dat gelokaliseerd

kan worden  in het hart van deze persoonlijkheid met behulp waarvan

contact gemaakt kan worden met de Geest.

Elk mens in deze periode kan deze stap vervullen.

 

In deze bezinning willen we met u enkele aspecten

rond dit thema onderzoeken en overdenken.

 

In de stilte van onze innerlijke Tempel kan het Licht ons naderen

en kan het ons inzicht geven in het innerlijke levensdoel.

 

- - - - - - -

 

Als het embryo ongeboren

zich wonderbaar ontplooien gaat-

en eenmaal met een kreet van leven

in ’t licht van deze aarde staat –

 

Zo is het Kind-van-God nog wordend –

nog ongeboren in de schoot der aarde

- in het wereldveld -

nog geen volwassen reine Loot

aan d’onvolprezen boom des Levens

die – door de Zevengeest gekroond –

in ’t midden van de Tuin der Goden

de ware Mens met Vrucht beloont.

                                                                                                     

- - - - - - -

 

Wat wij leven noemen is het zichtbare deel van een cirkelgang,

de periode tussen geboren worden en sterven.

 

Tijdens het onzichtbare deel van de cirkelgang

lost de persoonlijkheid, de tijdelijke mens, op

en wordt een nieuwe geboorte in de stof voorbereid.

 

Tijdens elke wenteling van het wiel van geboorte en dood

doen we ervaringen op.

Ervaringen die worden opgeslagen in het microkosmische stelsel.

Het stelsel waarmee wij nu zijn verbonden.

Door die ervaringen ontdekken wij de gebondenheid van dat stelsel
aan het wiel van geboorte en dood.

 

Wij bemerken dat alle ontwikkelingen in deze natuur een vast verloop vertonen:

geboren worden, groeien , bloeien, aftakelen en sterven.

Zo komen wij tot het fundamentele inzicht dat

reïncarnatie een wielwenteling is,

een proces dat niet automatisch leidt tot bevrijding en verlichting,

en ook niet automatisch leidt tot een hoger bewustzijn.

 

- - - - - - -

 

De Boeddha zegt:

 

“al biedt de aarde en het aardse leven mij

al het schone en goede

waar de dichters van hebben gedroomd

en al zou alle kwaad en smart verdwijnen

toch zal mijn Ziel er moe van worden en zich afwenden”.

 

De Boeddha doelt hier op de Oorspronkelijke,

de Goddelijke Ziel in ons wezen.

 

Waarom wendt deze Goddelijke Ziel in ons

zich zelfs af van het goede en mooie in de wereld?

De Oorspronkelijke Ziel zoekt naar de Geest, het absoluut Goede.

Van dit absoluut Goede, de Geest, zijn wij afgezonderd.

Wij leven zónder de Goddelijke Geest,

doordat wij het ik,

dus onze eigen ontwikkeling van opgang, blinken en verzinken,

centraal stellen.

 

Wat wij goed noemen is niet absoluut goed,

ons goede en mooie is onderdeel van en afhankelijk van tijd en ruimte

én het is gebonden aan het niet-goede.

 

Het yin-yang teken geeft dit duidelijk weer:

in het lichte is een donkere kern

en in het donkere is een lichte kern.

Beide facetten, donker en licht zijn aan elkaar gebonden

en horen in onze natuur bij elkaar.

Zij veranderen voortdurend in elkaars tegendeel.

Daarom kun je deze wereld een dialectiek noemen,

een wereld, een levensveld, van de aan elkaar gebonden tegenstellingen.

 

- - - - - - -

 

Wij proberen het niet-goede zoveel mogelijk te vermijden.

Zowel op cultureel gebied, als op sociaal en ook op spiritueel gebied.

Wij richten ons dan op het goede, het nuttige en het wenselijke.

Wij beschouwen onszelf als door de rede verlichte wezens.

En soms ervaren we zelfs iets als een verbinding met het zuiver spirituele

en noemen dat dan het licht of de geest, een intens bewustzijn in het nu.

 

Werkelijk verlicht worden, werkelijk in het tijdloze nu leven

kan alleen door middel van de Goddelijke Eeuwige Ziel

bereikt worden.

Het ik daarentegen is via de zintuigen en het karma altijd gebonden

aan het gewone stoffelijke leven in ruimte en tijd.

Het ik leeft eigenlijk altijd in het verleden, of in de toekomst.

Ook alles wat wij nieuws noemen gaat over dingen die al gebeurd zijn!

En alles wat we vrezen of waar we ons op verheugen, waar we naar verlangen ligt voor nog ons.

 

 

In de Bijbel wordt onze wereld van aan elkaar verbonden tegenstellingen

symbolisch aangeduid als de boom van kennis van goed en kwaad.

Hieruit leven wij, hiervan eten wij.

De vruchten, de krachten van deze boom bevatten altijd

de beide elementen goed én kwaad.

 

Het Goddelijke Licht, de Geest,

is de essentie van die andere boom, de boom des Levens.

Dat voedsel kunnen wij met ons ik niet afdwingen;

de roep van het ik wordt alleen gehoord in de wereld van het ik

en niet in de wereld van de Geest.

 

Hoge idealen worden daarom zelden gerealiseerd

of verkeren tot hun tegendeel.

Want wie met het ik vraagt, krijgt antwoord vanuit deze wereld.

Daardoor wordt het ik versterkt én wordt

de binding van het ik met deze natuur sterker gemaakt.

 

Deze realiteit plaatst elk strevend mens voor een groot dilemma!

 

- - - - - - -

 

De Goddelijke Zielekern in ons hart

kan zich niet in onze tijd-ruimtelijke natuur openbaren.

De Goddelijke Ziel in ons verlangt naar binding met de ware Geest,

met het levensveld dat wordt gesymboliseerd door de boom des Levens.

 

Hoe is dat te realiseren ..?

 

De wereld van het ik

en de wereld van de Geest zijn

twee geheel gescheiden werelden.

 

De mens kan met beide werelden contact maken.

De persoonlijkheid in de mens heeft een tijdelijk bewustzijn en

die leeft uit de tijd-ruimtelijke natuur, de wereld van oorzaak en gevolg.

 

De Goddelijke Ziel in de mens is van de Goddelijke natuur

en verlangt naar contact met het Goddelijke.

 

J. van Rijckenborgh schrijft in het boek Dei Gloria Intacta:

 

“De zoeker naar hogere waarden kan zich niet genoeg realiseren

dat hij leeft in een gevangenis en in grote begoocheling.

 

De mens heeft namelijk geen eerstehands kennis meer,

geen eerstehands binding met de Geest;

van een vrij denken is geen sprake,

het denken is te verklaren uit het onderbewuste,

uit de onderbewuste neigingen van

het gevoels- en begeerteleven.

 

En er is sprake van een degeneratieve cirkelgang:

ons denken en willen worden steeds meer gevangen genomen

door onze neigingen en onze bloeds-aard

die op hun beurt grotendeels te verklaren zijn

uit ons karma en het verleden.

 

De klemmende vraag is dan ook:

waarheen moet de mens zich richten,

welke methode moet de mens gebruiken

om aan deze neerwaartse cirkelgang,

die in elk mensenleven optreedt,

te ontkomen?”

 

- - - - - - -

 

Hoe kan de mens het ik-gerichte leven verlaten

en het Ziele-leven centraal stellen ?

 

Allereerst is inzicht nodig, het fundamenteel doorgronden van het leven

in deze natuur van tegenstellingen.

In een kooi, die soms van stralend goud lijkt,

maar meestal van dof en kil ijzer.

Wie beseft in een gevangenis te leven

gaat deze niet aanvaardbaar en leefbaar maken,

maar zal er juist alles aan doen om deze te verlaten.

 

Het beste en mooiste van het leven in en van deze natuur

is dan principieel niet geschikt en niet voldoende.

 

Wanneer in dit leven, door de mens in de microkosmos,

de gebondenheid aan het wiel van geboorte en dood

en de verbrokenheid van de Geest, wordt doorgrond,

dan wordt de mens stil van binnen.

Want wanneer je wéét dat je eigen ik-gerichte leven

de muren vormt van je eigen gevangenis,

verlang je niet naar meer, hoger en mooier voor jezélf, voor het ik.

Dan verlang je naar een hoger Zieleleven.

 

Dan ontstaan er gaten in de gevangenismuren van het ik en

kunnen de eerste stralen van de Goddelijke Zon de Ziel in je hart wekken.

 

De Ziel in je hart ontwaakt.

De Ziel schenkt iedere zoekende mens het voedsel tot verlossing.

De Ziel richt zich dan tot het bewustzijn van de mens, als een stille stem.

De mens stopt dan even met het verlangen naar een bereiken

in dit leven, in dit levensveld,

en is daarmee ook tot rust en een nieuw evenwicht gekomen.

 

Hoe kun je deze stille Stem horen?

Dat kan door een volstrekte wijziging van je levenshouding:

door niet het ik maar de Oorspronkelijke Ziel

als het centrale principe in je leven te stellen.

Dan zal de Ziel je helpen en leiden.

 

Deze vernieuwing begint in het hart!

 

- - - - - - -

 

De werkelijke goddelijke natuur kunnen we zien als een zevenvoudig veld,

zeven gebieden, zeven vibratieniveaus.

 

Onze natuur, onze huidige leefwereld is slechts een zevende deel hiervan.

Het is een zeer gekristalliseerd en afgesloten deel.

 

Hierin vindt het reïncarnatie- en  het ontwikkelingsproces

van de mensheid en alle andere natuurrijken plaats.

 

Het geheel van zeven velden van de goddelijke natuur

kunnen we proberen ons voor te stellen als zeven in elkaar wentelende bollen

met een gemeenschappelijk hart.

 

Dat hart kunnen we aanduiden met de Christus, het hart van de Goddelijke Aarde.

Vandaar dat je kunt stellen dat de Christus ook

deze natuur en ook de mensheid in het hart heeft aangegrepen.

 

Deze zevenvoudige goddelijke natuur

kan verbeeld worden als een bloem,

als een zevenvoudige Roos of Lotus.

 

Zoals de zevenvoudige Natuur is,

zo is ook de ware Mens als Microkosmos.

 

Om de microkosmos, die gevallen is, weer in zijn oorspronkelijke

staat terug te brengen moeten wij, de met de microkosmos verbonden

mensen een tweevoudige weg gaan.

Een weg van het afscheid, van het verlaten van het ik-gerichte bewustzijn,

en een weg van de totaal nieuwe wording, een opgang van Zielebewustzijn.

 

Het afscheid van het ik-gerichte leven kun je zien als een weg die voert uit dit levensveld.

Je kunt dit weergeven als een horizontale balk.

De weg van wedergeboorte en opgang van de Ziel

kun je dan weergeven als een verticale balk.

 

Samen vormen deze twee wegen het kruis met als hart, als middelpunt,

de Roos, de goddelijke Ziel,
die in de Christus-kracht zal openbloeien

tot de Geest-binding kan worden gemaakt.

De mens is dan een Geest-Ziel geworden

een Aquarius-mens.

 

- - - - - - -

 

We hopen dat deze bezinning u iets heeft getoond van de mogelijkheid van de Komende Nieuwe Mens.

Om onze audio en video te kunnen bekijken moet u al onze cookies accepteren. Klik om je cookie instellingen aan te passen.;

5 Innerlijke Stilte

Wij heten u van harte welkom op deze bezinning.
Als tegenwicht voor de drukke bezigheden van alledag,
willen wij ons laten inspireren door de innerlijke stilte.

----------

Er is een Rozenkruisersgebed dat als volgt begint:

Daal af tot de stilte,
Gij zonen van ‘t Vuur
Ga in tot de Vrede,
Terstond in dit uur.

Een wondere mildheid
Vervult dan uw hart.
Een diepe genade
Bant dan al uw smart.
    (Rosa Mystica 54)

----------

In de dynamiek van het moderne leven ontstaat een herwaardering van de stilte.
Deze herwaardering danken we wellicht aan de invloed van uiteenlopende 
veelal oosterse stromingen waarin meditatie en stilte 
wezenlijke onderdelen van de religieuze beleving zijn.
Maar ook in de westerse mystiek is de stilte fundamenteel. 

Er is in mensen een verlangen naar uiterlijke stilte, 
én een verlangen naar innerlijke stilte.

Uiterlijke stilte is een vorm van afwezigheid van geluid.
Het verlangen naar uiterlijke stilte komt voort uit de ik-persoonlijkheid.

Het ik zoekt een oplossing voor zijn onrust, en probeert tijdelijk 
van de veelheid van uiterlijke prikkels van zintuigen en hersenen bevrijd te zijn. 

Het trekt zich terug van het lawaai en het zoekt de rust van de natuur 
en de eenzaamheid van bossen en bergen. 
En als zo de uiterlijke stilte even is gevonden 
bemerken wij onze innerlijke onrust van gedachten en gevoelens
vaak des te sterker.

Het verlangen naar innerlijke stilte komt voort uit een diepere bron. 
Het zetelt in de Ziel die de kern is van ons microcosmische wezen.
Slapende in ons hart is deze Ziel aanwezig. 

Deze bezieling openbaart zich pas indien het ik, indien de persoonlijkheid met zijn op deze wereld gerichte denken, voelen en willen, zwijgt. 
Deze Ziel is wachtende op het fundamentéél stil zijn van het ik. 

Daartoe is nodig een fundamentele verandering, namelijk
een principieel neutrale houding van de ik-persoonlijkheid
ten opzichte van de aardse natuur. 

- - - - - - -

Mabel Collins schreef in het boekje Licht op het Pad:
“In diepe stilte zal de geheimzinnige gebeurtenis plaatsvinden 
die aantoont dat de weg gevonden is. 

Het is een stem die spreekt, waar geen is om te spreken, 
het is een boodschapper, die komt, 
een boodschapper zonder vorm of substantie; 
ofwel het is de bloesem der ziel die zich geopend heeft. 
[…]
De stilte kan een ogenblik duren in tijd of duizend jaren lang. 
Maar zij zal een einde nemen. 
Toch zult gij haar kracht met u dragen. 

Telkens en telkens weer moet de strijd worden gestreden 
en de overwinning worden behaald. 
Het is slechts voor een ogenblik dat de natuur stil kan zijn”.
 

- - - - - - -

Over de stilte schrijft ook mevrouw H.P. Blavatsky in het boek “De Stem van de Stilte”:
“Voordat de Ziel kan herinneren 
moet zij vereend zijn met de Stille Spreker, 
gelijk de vorm, waarnaar de klei gekneed wordt, 
eerst één is met het denken van de pottenbakker. 
Dan zal de Ziel horen, 
dan zal zij zich herinneren 
en zal spreken tot het innerlijk gehoor: de Stem van de Stilte”. 

- - - - - - -

In dit tekstfragment krijgt het woord stilte een bijzondere lading. 
Er vindt een onzichtbaar proces plaats. 
Het wordt vergeleken met het creatieve proces van een pottenbakker. 
De vorm van de vaas concretiseert zich vanuit het denken 
via de handen van de kunstenaar in een uniek kunstwerk. 

Zo zal degene die op zoek is naar de schat van de Ziel 
over een bijzondere kwaliteit moeten beschikken.
De scheppende gedachte die uitgaat van de Stille Spreker
moet door de Ziel tot uitdrukking kunnen komen.

Dat is alleen mogelijk indien er niets tussen de geestelijk strevende mens 
en de Stille Spreker staat, 
zelfs niet het meest ijle beeld. 
Daartoe zal het denken, voelen en handelen 
van de ik-persoonlijkheid 
neutraal moeten worden ten opzichte van de aardse natuur. 

De Stem van de Stilte zegt daarover:
“Wanneer uw ziel zich ontluikend het oor leent aan ’t rumoer der wereld; 
wanneer uw ziel antwoordt op de bulderende stem der grote Illusie; 
wanneer uw ziel verschrikt bij het zien der hete tranen van het lijden, 
verdoofd door kreten van ellende en nood, 
zich terugtrekt als de schuwe schildpad binnen het schild der ikheid, 
weet dan o leerling dat uw ziel onwaardig is als tempel voor haar stille God”.

- - - - - - -

Gezien naar de Goddelijke Natuur is het menselijke denkvermogen 
gevangen in een allesomvattende illusie. 
Daardoor zien wij de dingen niet zien zoals ze zijn. 
De illusie wordt gevoed via de zintuigen. 
Hierdoor wordt de basis gelegd voor het dialectische denken 
dat zich voortdurend heen en weer beweegt tussen tegenstellingen, 
en zo de mens in voortdurende beweging gevangen houdt.

Pas wanneer wij onbewogen zijn, wanneer het denken neutraal is,
zien we de dingen zoals ze werkelijk zijn. 
In deze nieuwe bewustzijnstoestand gaat worden ingezien 
dat er twee werelden zijn:
de wereld van de Goddelijke Stilte waartoe de Ziel behoort, 
en de wereld van de grote Illusie waartoe de persoonlijkheid, of het ik behoort. 

- - - - - - -

We weten wat het ik in deze wereld ons brengt:
illusie, begoocheling, niets blijvends.
Door dat inzicht verlangen we naar iets anders,
en maken daarvoor ruimte, stilte, in ons wezen.
Stilte is een fundamentele toestand van de zoeker naar het Licht.
In die toestand is alle streven van het ik naar denken, willen, voelen 
en handelen gestaakt.
Het is in die toestand dat een hunkerende mensenziel kan worden aangeraakt 
door de Stille Spreker. 
Het ik kan zich blijvend dienstbaar maken aan de aangeraakte Ziel 
door een fundamenteel veranderde levenshouding.
Dan kan de Ziel zich verder ontwikkelen 
tot een blijvende binding met de eeuwige Stilte.

- - - - - - -

Jan van Rijckenborgh schrijft in het boek ‘De Grote Omwenteling’ (blz. 171):
“Het horen van de Stem (……) is het geluid dat wordt voortgebracht 
door het Krachtveld van het Onbeweeglijk Koninkrijk. 
Iedere kracht heeft een vibratie en daarom geluid. 
Het is de muziek van de godgewijde sferen, die de leerling vernemen kan, 
wanneer hij in de stilheid van het verslagen hart 
alle strijd naar de natuur en alle strijd tot ik-verlossing heeft gestaakt. 
Het is de magnetische stem die de vermoeide roept, 
het is de kracht die werkelijk rust geeft”.
(…..) “In de stilheid van het verslagen hart, kan de rust van de eeuwig vibrerende werkelijkheid geboren worden”.
(blz. 177)

- - - - - - -

Stilte is essentieel wanneer een mens de voorwaarden wil scheppen 
om aangeraakt te worden door de Stem van de Stilte. 
Die stem is als een innerlijke bron. 
De zuivere stilte, waarin harmonie en vrede zijn, 
is meer dan de weldadige afwezigheid van lawaai 
en meer dan alleen het tegendeel van onrust. 
Uit de werkelijke innerlijke stilte ontspringt wijsheid, 
de wijsheid die door de gnostici wordt aangeduid als de Sophia. 

In het Corpus Hermeticum wordt de vraag gesteld 
hoe de mens moet worden wedergeboren
en uit welke materie, uit welke oermatrix.

Hermes Trismegistos antwoordt: 
“Uit de Sophia die in de stilte denkt. 
Dat is: in de vrije oorspronkelijke ruimte, 
en alle deeltjes van deze materie zijn geladen met grote goddelijke krachten, 
met ideeën van de Logos, de Schepper.
Als het denken van de mens volkomen stil wordt, 
door het aanschouwen van het ongrijpbare universum rond hem en in hem, 
zal de stilte hem zelf beroeren. 
Om weer stil te zijn, licht te zijn, 
behoeven wij uitsluitend te kijken naar wat wij gedaan hebben 
en dezelfde weg die wij gekomen zijn terug te gaan”.

- - - - - - -

Door de eeuwen heen werd de Stem van de Stilte aan de mens overgedragen.
Er zijn steeds mensen geweest die er in slaagden te leven 
uit de stilte waarin de stem van het universele leven opklonk,
en zij getuigden er van.
In het boek “De Stem van de Stilte” wordt van hen gezegd:

“Zie: gij zijt het licht geworden, 
geworden zijt ge het geluid, 
uw meester zijt ge en uw God. 
Ge zijt uzelf het voorwerp van uw zoeken: 
de Stem onafgebroken, weerklinkend door de eeuwigheden, 
van zonde vrij, de zeven tonen in één, de Stem van de Stilte (….)”.

Tot zover dit citaat

Wanneer ons ik tot zwijgen is gebracht 
en bereid is ruimte te maken voor de Stem van de Stilte, 
dan kan de Stem worden gehoord 
en wordt de nieuwe Ziel geboren. 
Die nieuwe Ziel vormt de brug naar de wereld van de geest, de eeuwigheid. 
Slechts de nieuwe Ziel is in staat de innerlijke stilte te vernemen.

- - - - - - -

Wij wensen u toe dat u de innerlijke stilte zult mogen vinden. 
Dan zullen de Stem en de Kracht van de Stilte u leiden op uw levenspad.
 

Om onze audio en video te kunnen bekijken moet u al onze cookies accepteren. Klik om je cookie instellingen aan te passen.;

4 Ontsnappen aan de gevangenis van ruimte en tijd

Deze bezinning staat in het teken van het:

“Ontsnappen aan de gevangenis van ruimte en tijd”.

Dit onderwerp is van vele kanten te belichten, maar wij zullen dit doen vanuit het perspectief van de School van het Gouden Rozenkruis.

De Geestelijke Wereld en de tijdruimtelijke wereld

Eens is de mens vanuit een geheel andere hoedanigheid, een ander gebied,
een andere dimensie, in de grofstoffelijke wereld terechtgekomen.
Het is de wereld die wij ervaren als de natuur waarin wij leven, de wereld die wij d.m.v. onze zintuigen gewaar worden.
De wereld waarin de ontelbare tegenstellingen elkaar in evenwicht houden.
We kennen dag en nacht, leven en dood, vreugde en verdriet, mooi en lelijk, hoop en wanhoop, arm en rijk, vrede en strijd.

Er zijn dus twee werelden, twee levensvelden:

 

Ten eerste: een oorspronkelijk geestelijk scheppingsveld, waar de oorspronkelijke ziele-mens deel van uitmaakte

Ten tweede: een stralingsveld van lagere vibratie, waaruit tijd en ruimte zijn ontstaan, en waarin de oorspronkelijke mens als het ware ‘gevangen’ ligt.

Wij kunnen in ons universum niet verder doordringen dan de driedimensionale ruimte.

Mogelijk kunnen wij wel enigszins begrijpen dat er

een onbegrensd stralingsveld is, waar geen tijd bestaat.

Een stralingsveld dat er dus altijd geweest is en altijd zal zijn,

dat alles doordringt, ja zelfs elk atoom.

Dat is de alomtegenwoordigheid, waartoe wij allen geroepen zijn.

 

In termen van de Gnostieke visie van bevrijding, spreken we van

- het rijk van het Licht en

- de wereld van de duisternis.

 

Ook dit lijkt zo op het eerste gezicht een tegenstelling.

Maar met de duisternis wordt de ons bekende wereld bedoeld.

Ja, het gehele universum.

Niet omdat het hier altijd donker is, maar omdat ons beperkte bewustzijn

 het oorspronkelijke Lichtrijk niet kent en niet gewaar kan worden.

 

In de Bijbel staat hierover:

“Het Licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis heeft het niet begrepen”.

 

Al vanaf het begin van de wording van de mensheid

op deze planeet, heeft het Licht haar vergezeld.

Zo zijn er altijd boodschappers geweest die ons

duidelijk wilden, ja, moesten maken dat deze wereld niet

de menselijke eindbestemming is en dat er een weg is

die uit deze gevallen staat van zijn voert.

 

Boeddha noemde de ons bekende wereld, met al haar beperkingen, de wereld van de schijn, Maya,

niet de wérkelijke menselijke bestemming.

Boeddha gaf ook aan hoe de mens de weg, het Pad,

kan vinden dat tot bevrijding voert.

Bevrijding van de wielwenteling van het rad van geboorte en dood.

 

Een tijdgenoot van Boeddha  in China, Lao Tse, noemde ons levensdomein de wereld van de tienduizend dingen; al die dingen, waardoor wij beziggehouden worden en waarmee we elkaar bezighouden.

 

Alles bij elkaar dus vele miljarden zaken die de aandacht

van de mensheid gevangen houden in de waanwereld

van ruimte en tijd.

We kunnen vrijwel niet anders.

En velen gaan daaronder gebukt.

 

Maar Lao Tse zegt hierover:

 

“Het onvolmaakte zal volmaakt worden.

Het gebogene zal recht worden.

Het holle zal vol worden.

Wat is versleten, zal nieuw worden.”

 

Jan van Rijckenborgh schrijft in het boek De Chinese Gnosis,

de commentaren op de Tao Teh King van Lao Tse:

 

“Met betrekking tot God’s schepsel, de mens, geldt het volgende:

Na een periode van voorbereiding en toebereiding, die men involutie noemt, wordt de mens voor een opgaaf geplaatst, die men als evolutie aanduidt.

In tegenstelling tot wat velen menen, is deze evolutie zeker geen volautomatisch proces.

De mens wordt niet geëvolueerd, maar hij dient zichzelf te evolueren, door zelfverwerkelijking.

Hij dient het goddelijke doel in en door zichzelf te verwezenlijken.

Zonder dwang en in een volkomen kennende liefde.

 

Daartoe werd en wordt de mens bij de aanvang van zijn pad van zelfverwerkelijking, van het groot maken van de God in hem, geplaatst voor de weg der vervolmaking.

Hij wordt in kennis gesteld van het gehele plan Gods.

De uitspraak: “Al het onvolmaakte zal volmaakt worden” ligt in dit eerste aanzicht besloten.

Ieder die er waarlijk aan toe is, zal de weg der vervolmaking voor zich zien.

 

Het plan, dat dan ontsluierd wordt, moet worden uitgevoerd.

Het moet dan worden vervuld door de mens zelf, in vrijwilligheid, met toewijding, dus met algehele interesse en grote liefde.

 

De kracht van het Licht, de spirituele essence, die in het midden is, stelt een ieder in staat het doel te bereiken.”

 

“Wat kunnen wij doen om deze weg te gaan?

Wanneer wij de smart van deze wereld onder ogen zien,

 zien hoe alles wat leeft ook weer sterft, hoe alles wat groeit en bloeit ook weer vergaat,

hoe alles wat opgebouwd wordt ook weer uiteenvalt en vergaat,

hoe al het goede waar de mens naar streeft toch op een gegeven moment weer in het tegendeel verkeert, ja dan kan de weg begonnen worden”.

 

In de Ethica stelt Spinoza:

“Wie door vrees geleid wordt en dus het goede doet uit angst voor het kwade, wordt niet geleid door de rede.

De mens echter, die wordt aangeraakt door de rede, die in het midden is,

zal nooit anders dan aandoeningen van blijheid en intens verlangen ondergaan.”

 

De basis is het oer-verlangen, dat eerst in ons wakker moet worden.

Wanneer de basis angst is en eigenbelang zullen wij eerst nog vele dwaalwegen volgen, voordat we de roepstem vanuit ons eigen innerlijke wezen zullen horen.

 

Spinoza zegt het als een waarschuwing:

“Zij die zich beijveren de mens door vrees in bedwang te houden, hem ertoe drijvend het kwaad te ontvluchten, beogen niets anders dan anderen even rampzalig te maken als zichzelf.”

 

Hij doelt hier op de vele religies en politieke stromingen die de mens normen opleggen,

waarbij ingespeeld wordt op de oerangst.

Deze angst heeft als functie (en daarin verschillen mens en dier maar weinig!) om gevaar te ontlopen en de soort in stand te houden, resulterend in zelfhandhavingsdrift en een wereldmaatschappij, zoals deze nu is.

 

De sleutel van de verborgen deur tot het pad van bevrijding is gelegen in onze innerlijke gerichtheid.

Zijn wij geheel en al met ons verstand en met onze emoties bezig met onze tienduizend dingen,

 met een streven naar eigen geluk, naar harmonie en rechtvaardigheid in deze wereld

of gaat onze gerichtheid uit naar werkelijke vernieuwing?

 

Levensvernieuwing, zoals de Christus het aangeeft:

“Het Koninkrijk Gods is binnen in uzelf.”

En:

“Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.”

 

Zowel in de Bijbel als in de gnostieke geschriften, maar ook in teksten die in alle tijden in de hele wereld te vinden zijn, worden aanwijzingen gegeven hoe wij de consequenties kunnen trekken uit wat we zojuist besproken hebben.

Aanwijzingen hoe de weg terug gegaan kan worden.

Hoe wij, met al onze beperkingen, nu in ons eigen leven, een aanvang kunnen maken met het Pad van Bevrijding, zoals Boeddha het noemde.

 

Het begin is het verlangen, de pre-herinnering.

 

Daardoor worden we aangezet tot een zoeken, vervolgens wordt het bewustzijn hiervan doordrongen en wil men weten.

Het woord Gnosis betekent weten, het werkelijke weten, de kennis van het Al.

 

Verder hangt alles af van onze gerichtheid.

Immers, waar men zich op richt, verbindt men zich mee.

Zo komen wij tot zelf-inzicht.

 

Waar ligt voor ons het zwaartepunt in ons leven?

Wat staat voor ons centraal?

Daarop baseren wij immers onze levenshouding?

Zijn het de illusies van vrede, vrijheid en geluk?

De kortstondigheid van dit alles?

Of is het het Ene licht, waaruit het al is voortgekomen

en waarvan de kern in ons eigen wezen verborgen ligt?

 

Lao Tse geeft het in het 33ste hoofdstuk van deTao Teh King als volgt aan:

 

“Wie de mensen kent, is verstandig, maar wie zichzelf kent, is verlicht.

Wie anderen overwint, is sterk, maar wie zichzelf overwint, is almachtig.”

 

En Hermes Trismegistos, de driemaal grote, zegt het met nog minder woorden:

“Wie zichzelf kent, kent het Al.”

 

Hiermee beëindigen we deze bezinning en spreken de hoop uit, dat wij iets van de grootsheid van de werkelijke roeping van de mens hebben kunnen ervaren.

 

Om onze audio en video te kunnen bekijken moet u al onze cookies accepteren. Klik om je cookie instellingen aan te passen.;

3 De essentiële vragen voor de mens

Een belangrijk aspect van de Universele Leer is het gegeven dat de mens voortdurend wordt geconfronteerd met de oorspronkelijke levensvragen,

zoals de vragen van de Sfinx:

 

Wie ben ik?

Waar kom ik vandaan?

Waar ga ik naartoe?

 

In deze bezinning hebben we een aantal vragen vermeld, die je kunt beschouwen als levensvragen. Iets dat je zou kunnen raken in de uitgangspunten die je hanteert in het leven.

 

- - - - - - -

 

Een actuele vraag uit een ver verleden in China:

Wat is Tao?

Lao Tse antwoordt daarop:

“Kon Tao uitgezegd worden, het zou de eeuwige Tao niet zijn.

Kon de naam genoemd worden, het zou de eeuwige naam niet zijn.”

 

Ook zegt Lao Tse:

“Zij die Tao kennen, zijn niet geleerd;

Zij die geleerd zijn, kennen Tao niet.”

 

“Hij die Tao behoudt; wenst niet vol te zijn.

Juist omdat hij niet vol is, is hij voor altijd gevrijwaard tegen verandering.”

 

“Hoe weet ik dat de gehele geboorte in hem zijn oorsprong heeft?

Door Tao zelf.”

 

- - - - - - -

 

Vragen uit het oude Egypte.

 

Uit de Egyptische Gnostieke wijsheidsleer van Hermes Trismegistos en zijn geschriften de “Tabula Smaragdina” en het “Corpus Hermeticum”, kennen we de samenspraak tussen Hermes en Tat.

Tat is de mens die zich zijn ware afkomst herinnert en die gaat begrijpen tot welk doel hij geschapen is.

Een dergelijk mens heeft vele vragen die hij met zijn tegenwoordige bewustzijn niet kan oplossen en gaat daarom te rade bij Hermes, de driemaal Grote.

 

Tat:

“Waarom o Vader, heeft God de Geest niet aan alle mensen toebedeeld”?

 

Hermes:

”Hij heeft gewild mijn zoon, dat de geestbinding door alle zielen zou worden verkregen, echter als prijs voor de wedloop.

 

Hij heeft een groot mengvat, gevuld met de kracht des Geestes, omlaag gezonden, en een boodschapper aangewezen met de opdracht aan de harten van de mensen te verkondigen: Dompel u onder in dit mengvat, gij zielen die dit kunt;

gij die gelooft en vertrouwt dat ge zult opstijgen tot hem die dit mengvat omlaag gezonden heeft; gij die weet tot welk doel gij geschapen zijt….

 

Tat:

“Er is dus ook Waarheid op de aarde, vader?”

 

Hermes:

“Ge vergist u, mijn zoon.

Er is beslist géén Waarheid op de aarde, en ze kan er ook niet tot aanzijn komen. Het kan evenwel voorkomen dat enige mensen, zo God hun de macht geeft haar te zien, de Waarheid aanschouwen.”

 

Tat:

“Is er dus niets waars op aarde?”

 

Hermes:

“Ik denk en ik zeg: Alles is schijn en waan!

Dit zijn de ware dingen die ik denk en zeg.”

 

Tat:

“Maar moet men dan ware-dingen-denken-en-zeggen geen Waarheid noemen?”

 

Hermes:

“Hoe kan dat nu?

Men moet denken en zeggen zoals het is:

Er is niets waar op aarde.

Dát is waar, dat er hier beneden niets waar is.

Hoe zou het ook kunnen, mijn zoon?

 

De Waarheid is de volkomen Heerlijkheid, het volstrekt Goede, dat niet door de materie is bezoedeld, noch door een lichaam is overkleed.

De Waarheid is het onverhulde, stralende, onaantastbare, verheven, onveranderlijke Goede.”

 

- - - - - - -

 

Wat is waarheid

 

De vraag die iedereen bezig houdt.

De vraag waarover iedereen een mening heeft.

De vraag waardoor het bloed van de mensen vloeit.

De vraag die aanleiding is tot vele oorlogen.

De vraag die wij ons dagelijks stellen is,

 “Wat is nu Waarheid”?

 

In het Evangelie van de Heilige twaalven krijgen we hierop mogelijk een antwoord.

Het is een woord dat gesproken wordt van hart tot hart.

U dient het dan ook met uw hart te verstaan.

 

“Wederom waren de twaalven bijeen-vergaderd in de kring der palmbomen en een van hen, Thomas, zei tot de anderen: ”Wat is Waarheid?

Want dezelfde dingen doen zich aan verschillende gemoederen verschillend voor, en zelfs ook verschillend aan hetzelfde gemoed

op verschillende tijden.

Wat is dan Waarheid?

 

En terwijl zij spraken verscheen Jezus in hun midden en zei: ”De ene en eeuwige waarheid is alleen in God, want geen mens, noch een gemeenschap van mensen, weet wat God alleen weet, die Alles in Allen is.

 

Aan de mens wordt de Waarheid geopenbaard naar zijn vermogen om te verstaan en te ontvangen.

De Ene Waarheid heeft vele kanten, en de een ziet aan de ene kant, en een ander een andere kant, en sommigen zien meer dan anderen, al naar het hun gegeven is.

 

Ziet dit kristal, hoe het ene licht zich in twaalf vlakken openbaart, ja, in vier maal twaalf, en ieder vlak weerkaatst één straal licht, en de één beschouwt één vlak, en een ander een ander vlak, maar het is toch het ene kristal en het ene licht dat in alle schijnt.

 

- - - - - - -

 

Ziet wederom, wanneer iemand een berg beklimt en tot een top gekomen is, zegt hij: ”dit is de top van de berg, laten wij die beklimmen,

en ziet, wanneer zij die top bereikt hebben, zien zij een andere die hoger is tot zij tot zulk een hoogte gekomen zijn, vanwaar geen hogere berg

meer te zien is, wanneer zij deze al bereiken kunnen.

Zo is het met de Waarheid.

Ik ben de Waarheid en de Weg en het Leven, en ik heb u de Waarheid gegeven, die ik van boven ontvangen heb.

En dat wat gezien en ontvangen wordt door de één, wordt niet gezien en ontvangen door de ander.

Wat sommigen waar schijnt, lijkt anderen niet waar.

Zij die in het dal zijn, zien niet hetzelfde als zij die op de top van de berg zijn.

Daarom, veroordeelt anderen niet, opdat gij niet veroordeeld wordt.

 

Zij die Liefde hebben, hebben alle dingen en zonder Liefde heeft niets waarde.

Laat een ieder in liefde behouden wat zij als waarheid zien, wetende dat, waar geen liefde is, waarheid een dode letter is en niets baat.”

 

- - - - - - -

 

Wij hopen van ganser harte dat deze bezinning een betekenisvolle bijdrage

heeft mogen zijn in de beantwoording van uw Levensvragen.

Om onze audio en video te kunnen bekijken moet u al onze cookies accepteren. Klik om je cookie instellingen aan te passen.;