Waarom een E-learning module over Tao en Gnosis?

De Daodejing van de Chinese wijze Lao Zi is wereldwijd bekend. Het is het basisboek van het Taoïsme. Het is naast de Bijbel het meest vertaalde boek ter wereld. De Daodejing gaat over Tao en over de kracht die van Tao uitstraalt: de Teh. Centraal daarin staat het feit dat de mens van nature egocentrisch is en nooit tevreden, maar vooral dat hij zijn verbinding met de bron van alle bestaan – Tao - is kwijtgeraakt. Deze thema’s vormen ook de basis van de school van het Rozenkruis

Zowel Taoïsme als Rozenkruis zijn van mening dat een mens de verbinding met zijn oorsprong kan herstellen wanneer hij zich richt tot: ‘De wijsheid van het midden’. Dit is mogelijk omdat er in zijn hart als het ware een vonk van Tao rust. Dit is zijn innerlijke Bron. Wanneer hij zich hiervoor openstelt, ontvangt hij de wijsheid welke uit deze Bron stroomt.

Noverosa Rosenbrunnen.jpg

Dan heeft hij ‘kennis’ vanuit het diepst van zijn hart verkregen, dit heet: ‘Gnosis’. Met deze wijsheid als basis gaat hij zijn leven zodanig veranderen dat hij geleidelijk aan leert om niets te doen dat tegen Tao ingaat. In de Daodejing wordt dit genoemd: wu wei, bij het Rozenkruis heet het: endura of zelfovergave. In deze module willen wij naar de overeenkomsten tussen Taoïsme en Rozenkruis kijken op een manier die beide in hun eigen waarde laat. Daartoe citeren we regelmatig uit zowel de taoïstische literatuur als uit die van de school van het Rozenkruis.

Wat is de Daodejing?

innerlijke-roep.jpg

道 Tao (of dao in het Chinees) betekent: weg.

德 Teh (of de in het Chinees) betekent: de kracht van Tao.

經 Jing betekent: filosofisch boek.

 

In gewoon Nederlands: ‘Het boek van Tao en diens Kracht’.

Dit is echter geen intellectueel boek, maar een praktische richtingwijzer voor een mens die in harmonie met Tao wil leven. Jan van Rijckenborgh (1896 - 1968) was een van de grondleggers van de school van het Rozenkruis. Hij schreef in een van zijn vele boeken het volgende over Tao:

Wij raden u aan: verspil niet langer tijd en energie met het zoeken naar boeken en geschriften van hen van wie u verwacht dat zij u de verlossing zouden kunnen geven. Tao kan niet gezegd en geschreven worden.

 

Tao, de weg, het pad, kan alleen belééfd worden.1 De Daodejing is op rijm geschreven. In 81 gedichten maakt Lao Zi duidelijk dat het voor een mens mogelijk is om zich met de kracht van Tao te verbinden. Hierdoor stelt hij zich open voor het mysterie, voor dat wat dat de Bron van al het leven is, maar waarvoor iedere naam is als een ontoereikend stamelen. Lao Zi noemt deze bron: Tao. Hij is zich ervan bewust dat dit per definitie een oneigenlijke naam is, want in vers 25 van de Daodejing zegt hij:

 In de chaos ontstond een vorm, nog voor hemel en aarde geboren waren in stilte verzonken stond hij, alleen, onveranderlijk Je mag hem zien als de moeder van de kosmos. Nog weet ik niet zijn werkelijke naam alleen een bijnaam, en die is: ‘Tao’.

 

Kristofer Schipper (uit het Chinees)

Er was iets vormloos en volmaakts Voor hemel en aarde ontstonden. Zo alleen, en o zo sereen. Alleen staat Het en Het kent geen verandering, Het is aldoordringend en eeuwig aanwezig. Zie het als de moeder van de schepping. Ik weet de naam niet, ik noem het Dao.

 

Paul Salim Kluwer (hertaling)

De gnostieke kern

Gnostiek betreft dus niet uitsluitend de verborgen binnenkant van het christendom, maar ook die van andere religies. De innerlijke bron doet een beroep op ons om de wereld niet alleen te zien vanuit de vorm, de materie, de buitenkant, maar deze te beleven zoals zij is: verbonden met het mysterie. In degene die aan deze roep gehoor geeft rijst vanuit het hart een diep verlangen op naar kennis van tijdloze waarde; naar ‘gnosis’. Deze ‘kennis van het hart’ stijgt uit boven zintuiglijke of wetenschappelijke kennis welke van tijdelijke waarde is. Gnosis is altijd bevrijdend omdat de kracht van het mysterie ons verbindt met Tao. Het christendom duidt dit mysterie aan met de term: GOD. Dat God binnen het gnostieke christendom niet gezien wordt als een persoon blijkt uit de Nag Hammadi geschriften: een verzameling gnostieke teksten daterend uit de 1e tot 4e eeuw na Chr. In een traktaat met de naam: ‘Eugnostus de gezegende’ staat:

Aan het begin van alles staat de Eerste Vader. Deze wordt ook wel de Onverwekte, of de Ongeschapen-EerstZijnde genoemd, of : Oneindige Oergrond

We zouden ons de diverse wijsheidsstromingen voor kunnen stellen als patronen op een cirkel. Ieder voor zich neemt daarop zijn eigen plaats in en geeft op een heel eigen manier uitdrukking aan zijn visie. Aan de buitenkant zien we dat de uitdrukkingen daarvan zeer van elkaar verschillen, maar zij zijn allemaal gegroepeerd rondom het midden; baseren zich op eenzelfde universele kern; de bron van al het bestaande. Deze kern is ‘leeg’, is zonder vorm, maar ‘rijk’ aan kracht. Wij noemen deze gnosis, esoterisch zou een andere benaming kunnen zijn.

We zullen in deze module regelmatig citeren uit de literatuur van het Rozenkruis. Daarin wordt vaak over God gesproken; waarmee geen persoon met menselijke eigenschappen wordt bedoeld, maar GOD opgevat als: Geen Object van De initie.